Over het algemeen vind ik het wel leuk om presentaties te geven, maar met presentaties in het Engels heb ik toch aanzienlijk meer moeite. Dus toen mij gevraagd werd om een presentatie van maar liefst een half uur te houden voor een Europees gezelschap van informatiespecialisten die zich bezighouden met open onderwijs (de ENOEL, oftewel European Network of Open Education Librarians), was ik behoorlijk terughoudend.
'Ik ben geen native speaker'.
'Dat is geen probleem, bijna niemand in onze groep is een native speaker, dat is zo'n beetje de essentie van elk Europees gezelschap, en iemand moet het ijs breken en jouw Engels is best behoorlijk.'
'Niet'.
'Wel. En in ieder geval ben je al heel lang enthousiast met dit onderwerp bezig en trouwens, op het gebied van open online onderwijs zijn jullie in Nederland zo'n beetje het verst gevorderd van heel Europa met een uitstekend platform als Edusources dat dit jaar is opgezet en waaraan jullie als bibliotheekcommunity als pilotpartner hebben meegedraaid en daarom is jouw verhaal heel inspirerend voor de rest van onze groep.'
En zo heb ik me laten overhalen om via Zoom (dat ook nog!) een presentatie van een half uur (met daarna nog een Q & A sessie) te houden. De bedoeling van deze eerste in een set presentaties van mensen die zich achter de schermen bezighouden met Open Educational Resources is om het bewustzijn over dit onderwerp te vergroten en de opdracht aan ons is om deze video's zo veel mogelijk te verspreiden.
Dat laatste is de enige, maar dan ook enige reden om deze video met jullie te delen en mocht er iemand zijn die een cursus 'presenteren in het Engels' aanbiedt, dan meld ik met hierbij aan. Enjoy!
Het LIBER-congres had ik nog nooit bezocht, terwijl dat eigenlijk te boek staat als hét Europese bibliotheekcongres, waar ook de bibliotheekdirecteuren op afkomen en zo. Dit jaar was het in Belgrado en zou ik het eindelijk bezoeken, omdat ik gevraagd was een deel van een workshop te verzorgen.
Maar helaas, het coronavirus kwam er doorheen fietsen. En het ECIL-congres, dat ik elk jaar probeer te bezoeken, ging/ gaat ook al niet door. Lekker dan! Alleen: toen kwam ineens het bericht dat het LIBER-congres wél doorging. Online dan. En de presentatie moest dus ook online. Vanuit de slaapkamer….
Maar het was toch leuk; iets van de enthousiaste sfeer die je normaal op een congres aantreft kwam toch over. Onze workshop was geïnitieerd door Hilde van Wijngaarden, directeur van de bibliotheek van de VU, een heerlijk enthousiaste leider die weet wat ze wil. Een van haar strevens is om de bibliotheek niet alleen onderzoek te laten ondersteunen, maar ook onderwijs. En dan vind je mij al gauw aan je zijde. Zij is ook de kartrekker van de landelijke open-en-online-onderwijsbibliotheekgroep, al heeft ze deze taak onlangs overgedragen aan haar collega Sylvia Moes.
Binnen LIBER is zij degene die de (open online) onderwijsondersteuning op de kaart wil zetten en dat was ook het thema van onze workshop: hoe doe je dat en zijn er al good practices waar op voortgebouwd kan worden? Daartoe waren zes mensen uitgenodigd om een presentatie te verzorgen en ik was er dus een van. De beschrijving van de workshop was als volgt:
The support for teaching and learning at research libraries is expanding
and there is a growing focus on new and innovative ways of delivering different
types of educational content, facilitating educational innovation and training
on data/information literacy. There is a growing need to exchange ideas and learn from each other on
how to implement new services, such as maker spaces or augmented reality, in
the library. This workshop provides its participants an opportunity to share
some success stories, as well as issues arising when reality doesn’t meet the
plans. During the workshop participants will also draft ideas for further (Liber-)
activities around this topic.
En de uiteindelijke invulling:
foto: @fribban
LIBER Online Workshop: Libraries for Teaching and Learning
PROGRAMME
14.00 Welcome worlds and introduction to the workshop (Hilde van
Wijngaarden, Vrije Universiteit Amsterdam)
14.15 Three paths for libraries to embrace teaching and learning
1: Facilitation in makerspaces
○Supporting
the creation and usability of new forms of content (Sylvia Moes, Vrije
Universiteit Amsterdam)
○Incentives for new services at Linköping
University Library- the rise of Digimaker (Anneli Friberg, Linköping University
Library)
2: Open educational resources (OER)
○Unesco
guidelines and Network of European Open Education Librarians (Vanessa Proudman,
SPARC)
○Examples
of OER support in Spanish libraries (Gema Santos Hermosa, Library Open
University Cataluna)
3: Librarian as a guide to the future
○Artificial
Intelligence Bazars at University of Oslo Library (Andrea Gasparini, U
University of Oslo)
○Teaching in the brave new open world: how can
libraries help (Monique Schoutsen, Library Radboud University Nijmegen)
15:25 Break 15.45 Breakup groups: Discussion on the three paths 16.15 General discussion: What is the role of the library in teaching
and learning? How do we utilise our traditional competencies in this new role?
Een paar highligts:
Content is king; could the library be the queen? (aldus Sylvia met een mooi verhaal over maker spaces, Virtual Reality (bijv. het PleitVRij-project) en 3D printing- het zogenaamde driedimensionale leren. Of dit academisch genoeg is, werd er gevraagd. Jazeker, onderzoek toont aan dat dit het zogenaamde diepe leren enorm bevordert, zelfs het nabouwen van modellen met legoblokjes). Mooi om mee te nemen. En die vogeltjes op de achtergrond bij haar presentatie die luidkeels meekwetterden, ach, dat was alleen maar grappig, dat heb je bij een 'echt' congres niet….
Vanessa Proudman over de UNESCO Guidelines on Open Education en Network of European Open Education Librarians: de UNESCO heeft 5 actiegebieden op het gebied van Open Educatie vastgesteld en zoekt daarbij nadrukkelijk contact met de bibliotheeksector.
Gema Santos-Hermosa vertelde onder andere dat ze de OER Toolkit in het Spaans vertaald hadden.
En Andrea Gasparini (die ik erg op Frank Evenblij vond lijken, maar dat terzijde) vertelde over 2 zogenaamde Research Bazars op het gebied van Artificial Intelligence, gecombineerd met Design Thinking en die samen toegepast op onderzoeksdata die de bibliotheek in Oslo georganiseerd heeft en een groot succes bleken. De eerste workshop concentreerde zich op de Oxyrhynchus papyri en de tweede op iris.ai. Interessant, maar een brugje te ver voor ons, vrees ik.
Mijn eigen presentatie ging over instructies in AI (Adobe Illustrator in dit geval), onze escaperoom (die nu even op z'n coronagat ligt, maar zeker spectaculair gaat worden) en natuurlijk het UDIT-project en tegen de achtergrond van welke ontwikkelingen we deze projecten opgestart zijn. Het praten tegen een computerscherm vond ik overigens een ramp; je ziet niemand (bij het programma GoToTraining kunnen maar 6 mensen in beeld, en als je presenteert zie je alleen je powerpoint en jezelf. Voor de verandering had ik mijn presentatie een keer helemaal uitgeschreven, maar dat oplezen vond ik toch niet zo'n succes, dus halverwege heb ik mijn papier weggegooid en vertelde ik gewoon mijn verhaal bij de plaatjes, blijkbaar toch meer mijn ding. Het filmpje dat ik vorig jaar met Simon van Heeringen had gemaakt, trok de meeste belangstelling. Ik had 'm voor de gelegenheid ook maar even tot open science champion omgedoopt en de video laten beginnen op het moment dat hij het over de rol van bibliotheken hierbij had, misschien dat dat hielp. Mijn vingers jeuken om meer van dit soort filmpjes te (laten) maken, maar ja, corona he?
Nog even aandacht voor waarom Open Education ook alweer zo belangrijk is:
Online lesgeven, dat gaat natuurlijk met name over de tools, in het begin tenminste wel. Gebruik je Microsoft Teams, Google Meet, Google Hangouts, Virtual Classroom, Zoom, WebEx, BigBlueButton of Jitsi? Dat hangt er maar van af wat je organisatie biedt natuurlijk. Is je instelling al overgestapt op Office 365, dan is het duidelijk, dan gebruik je Microsoft Teams. Werk je via Brightspace, dan gebruik je Virtual Classroom. Maar wat als je dat niet kunt of wilt gebruiken, dan blijven bijvoorbeeld Zoom, Jitsi, BigBlueButton of WebEx over. Maar dan zul je wel last hebben van ofwel privacykwesties ofwel instabiele verbindingen. Want deze tools worden ook gebruikt voor online vergaderen, dus de lijnen zijn nogal….overbezet soms.
En als je je tool gekozen hebt, dan ga je eens kijken naar je didactiek. Of andersom, je kijkt eerst naar wat je wilt bereiken met welke didactiek en dan kies je de juiste tool daarbij, hoewel je vaak die keuze niet hebt, omdat de organisatie al voor je gekozen heeft welke tool je moet gebruiken. Maar als je de keuze hebt, kies je als informatiespecialist natuurlijk voor de meest privacyvriendelijke en draag je dat ook uit. Enfin, de didactiek. Want online lesgeven is natuurlijk wel anders dan fysiek lesgeven: de interactie met de groep is wat minder natuurlijk en het kost scholieren of studenten nog meer inspanning om via een scherm naar jou te kijken dan om jou live te zien.
Schermen zijn immers vermoeiend - ook voor de jeugd! Zorg dus dat je zelf zo min mogelijk onafgebroken aan het woord bent. En als je dat toch wilt zijn, maak dan liever een kennisclip (handleiding) die vooraf bekeken moet worden. Dat kost wel wat meer werk, maar als het goed is, kun je die vaker inzetten. Wat je ook kunt doen, is een kennisclip van een ander over jouw onderwerp inzetten. Dat kost nóg minder tijd en er is een overvloed aan dit soort materialen. Het mooiste is als je daar een paar opdrachten bij maakt en samen over de uitkomsten van die opdrachten gaat filosoferen. Dan heb je als het goed is een mooi gesprek over iets wat je samen bekeken hebt. Natuurlijk is dat niet altijd mogelijk, maar het is wel een effectieve methode.
Pauzes, een duidelijke opbouw van de les als houvast plus het uitspreken van de verwachtingen naar de studenten toe en afwisseling (variatio delectat!) zijn bij een normale cursus al belangrijk, maar bij een online les gewoonweg onontbeerlijk. En daarbij spreek ik vooral als ervaringsdeskundige met betrekking het vólgen van online cursussen. Fijn als je tijdens de les of cursus bijvoorbeeld even de break out room in kunt om in kleiner en overzichtelijker verband de stof of het onderwerp te bespreken. Of dat er even een polletje gehouden wordt (door middel van hand opsteken, wel of niet in beeld zijn of een gekleurd papier voor de camera houden - bij een programma als Even tot hier werkt dat ook mirakels! Maar goed, af en toe mentimeteren kan ook natuurlijk.
Gamification en een keer iets verrassends doen is ook heel stimulerend. Waarom geen college geven op Second Life bijvoorbeeld, zoals in Tilburg gebeurt? (dank voor de tip, Norma!)
Maar goed, ga er maar aan staan als je je offline lessen even in een paar dagen moet omzetten naar volledig online. Respect voor degenen die dat (hebben) moeten doen! Zelf ben ik pas in september aan de beurt, dus ik heb nog tijd genoeg om er over na te denken hoe ik het wil gaan aanpakken. Het ligt er een beetje aan hoe het virus zich ontwikkelt….
Het weblog van Wilfred Rubens: (bijna) elke dag een post over e-learning (of liever gezegd technology enhanced learning) Tips bij leren op afstand van de Radboud Universiteit
Wie wil dat nou niet, (pannenkoeken)kookles in het Latijn? Gelukkig zijn er docenten die dat voor je regelen. En ze verkleden zich er ook nog eens in toga voor om het helemaal af te maken.
Eet smakelijk en vergeet niet je handen te wassen voordat je begint!
Aangezien er tegenwoordig te veel gezeten wordt en dat behoorlijk ongezond is, hebben ze bij de Radboud Universiteit bedacht dat er ook onder de colleges best wat bewogen kan worden. Dat helpt ook om de geesten van de studenten weer wat op te laten leven, zodat die weer informatie op kunnen nemen.
Gewapend met dit besef is het sportcentrum aan het werk gezet (of uit eigen beweging aan het werk gegaan, dat weet ik niet) om een two-minute-active-breakclip op te nemen die de docenten halverwege een saai college op kunnen zetten.
Cool toch? Hoewel ik me wel afvraag of de laptops die de tafeltjes normaliter bevolken er niet afgeslagen worden tijdens de wave...
Maar natuurlijk waren er ook nog andere interessante lezingen op de LILAC. Wat daarbij vooral opviel, was dat informatievaardigheden inmiddels al lang niet meer alleen gaat over informatie zoeken, vinden en evalueren, maar dat er - onder andere geholpen door het ACRL-Framework - steeds meer aandacht komt voor (liefst open access) publiceren, datavaardigheden, en de nieuwste loot aan de boom: codeervaardigheden.
Wat dat laatste betreft was de lezing van MathildePanes uit Zwitserland een eyeopener: in Lausanne geven de informatiespecialisten 'gewoon' les in Python, Bash, Git, R en MySQL. Of ze daar een opleiding in gehad hebben. Nee hoor, gewoon zichzelf aangeleerd. En ze geven uitdrukkelijk alleen maar de basis: de gevorderden dienen zich bij de programmeurs te melden. Maar de basiscursus (Software Carpentry) is POPULAIR.
Tevens waren er goede workshops over het ARCL-Framework, waaronder een van onze 'new-kid-on-the-block' Nederlandse collega's Jaro Pichel, die voor z'n workshop gebruik maakte van de jigsaw-methode.
En over escaperooms, waarvan ik er helaas een heb moeten missen omdat ik zelf een presentatie moest geven.
Vermeldenswaardig was ook nog de keynotelezing van Carrol Littlejohn, hoofd van de vakgroep learning and teaching van de faculteit Sociale Wetenschappen in Glasgow, die ons bibliotheekmensen de keystone species within the universities noemde. Kijk, dan weet je waar je het over hebt!
Ze was ook een van de trekkers van het LLIDA-project, dat de basis heeft gelegd voor het Building digital capability project van Jisc. Geen onbelangrijke dame dus.
Ze heeft ook veel onderzoek gedaan naar MOOCs en hoe studenten daar hun eigen pad in kiezen, hoe zelfsturend ze daar in zijn en waar ze hun motivatie vandaan halen.
Verder vertelde ze ons hoe enthousiast ze was over het kironproject voor vluchtelingen in Duitsland waar ze aan mee heeft gewerkt ('we really have to emphasize literacy more than ever') en de Wikipediaschrijfsessies (ediathons) in Glasgow ('as people engage in tasks, you see a growing awareness of new responsitilities').
Daarnaast betoogde ze naar aanleiding van scholingsprogramma's in Afrika met betrekking tot voorlichting over het gevaar van bacterieresistentie voor antibiotica dat alleen cursussen niet genoeg zijn: je moet achteraf meten of er ook werkelijk gedragsverandering op de werkvloer heeft plaatsgevonden. Dat laatste lijkt me een hele nuttige tip.
Op het laatst kon ze het niet laten ons nog een keer extra een hart onder de riem te steken: 'Librarians have so much to offer and are being unutilized'. Kijk, nu hoor je het ook eens van een ander!
Enfin, haar laatste dia was wat mij betreft de klapper van de dag (let op de rode letters aan het begin van de opsomming telkens na de cijfers):
Ja hoor, weer een televisietip van mij! Het programma De klas deze keer. Een uur lang krijgen de leerlingen van een klas een uurtje les van een BN'er. Matthijsje van Nieuwkerk mocht voor deze eerste aflevering van het jaar een klas middelbare scholieren (van het Montessori College in Nijmegen) een uur lang vertellen en laten discussiëren over kunst. Hij vertelde over schilder-, foto- en beeldhouwkunst en liet de kinderen kiezen welke van de afbeeldingen die hij bij zich had nou kunst waren en welke niet. Dat leverde mooie discussies van voor- en tegenstanders op.
Daarna ging het over literatuur en muziek. Vooral de muziek deed het goed uiteraard. Muziek is zeer belangrijk in een scholierenleven; veel belangrijker dan literatuur. In muziek vinden ze troost en afleiding en met het bespreken van de liedjes en zinnen daaruit kwamen de verhalen van de leerlingen los. Van het meisje dat anorexia overwonnen had, het meisje dat vroeger gepest was en de jongen die een arm met een stomp aan zijn arm.
Matthijs van Nieuwkerk deed het goed als leraar. En Özcan Alyol en Erben Wennemars waarschijnlijk ook, maar die afleveringen moet ik nog bekijken, die zijn vorig jaar uitgezonden.
Wat me wel opviel, is dat de klas uit slechts zestien leerlingen bestond. Ik weet niet of dat dat voor het programma was, of dat men in het Montessori College standaard kleine klassen heeft; ik vrees dat dat laatste niet het geval is. En dat valt me wel vaker op als er programma's of series zijn met schoolklassen. In werkelijkheid zitten er namelijk meestal 30 of 32 kinderen in een klas en dat geeft natuurlijk een heel ander beeld van de praktijk van het leraarschap dan dit geïdealiseerde plaatje....(hoewel ik als docent klassieke talen ook niet altijd te klagen had :-)
Eens in de zoveel tijd borrelt de discussie weer op: heeft het leren van Latijn nut? Nu weer in België naar aanleiding van het boek van Pedro de Bruyckere (e.a.), waarin betoogd wordt dat het argument dat het leren van Latijn om automatisch andere talen gemakkelijker te leren naar de prullenbak verwezen kan worden. Of eigenlijk, het effect hierop is niet zo groot als wel wordt beweerd, en bovendien kan het ook vice versa: dat je makkelijker Latijn leert als je ook het Frans al beheerst. Maar dat lijkt me evident.
Dat het Latijn dan dus maar afgeschaft moet worden, daar is De Bruyckere het ondanks de vette koppen niet mee eens, omdat hij de waarde ervan heus wel inziet; hij is immers een warm voorstander van Bildung, remember?
Zelf zei ik altijd tegen mijn leerlingen dat het goed is om als je een boom bestudeert, het de moeite loont om ook naar de wortels te kijken voor een nog beter begrip. En laten de wortels van heel veel wetenschap (en talen) nu net in de oudheid zitten!
Bij zijn blogpost over dit thema plaatste De Bruyckere een filmpje dat ik nog niet kende van de Universiteit van Vlaanderen over het nut van het Latijn; perfruere, lector!
Meestal blog ik meteen na een event dat me bevallen is, maar in dit geval was ik wat langer dan normaal door de griep geveld, en daarna was het te mooi weer, dus hierbij alsnog een verslag, maar niet zo vers van de pers als je gewoon bent van me te krijgen. Enfin, hier komt-ie:
Sinds enkele jaren is er bij ons op de universiteit een heuse onderwijsdag met lezingen en workshops door docenten van binnen en buiten de universiteit. Dit jaar had men Pedro de Bruyckere als keynote weten te strikken. Ik volg al jaren 's mans weblog, en had al wel eens wat filmpjes met lezingen van hem gezien, maar wat is het toch een genot om deze man live met zo veel passie, humor en snelheid over z'n vak te zien vertellen.
Het thema van de onderwijsdag was: de student van de toekomst. Volgens De Bruyckere zal die niet zo veel verschillen van die van gisteren en vandaag. Want ook die van vandaag verschilt eigenlijk niet heel erg van die van gisteren. Verhalen over de digital native zijn bijvoorbeeld behoorlijk overtrokken. Want zeg nou zelf: werden jouw kinderen zó geboren?
Natuurlijk niet! (maar het is wel grappig). En de zogenaamde digital native kan wel goed met knoppen en programmaatjes omgaan, maar met de content (het beoordelen van informatie) des te minder, blijkt. Voorlopig nog werk genoeg aan de winkel voor bibliotheken dus!
En zo prikte De Bruykere nog wat mythes door.
Verschil is er volgens hem vooral tussen de verschillende groepen binnen de generaties. Neem bijvoorbeeld de grote groepen jongeren die de straat op gaan voor het klimaat. Betekent dat dat de hele huidige jongere generatie bewust en progressief is? Nee, want daar staan tegelijkertijd genoeg uitbarstingen van rechts-extremistisch geweld van andere groepen jongeren tegenover.
Dé student van morgen bestaat dus ook niet, verschillen tussen verschillende groepen jongeren zullen er altijd blijven.
De uitdaging is de studenten proberen te blijven motiveren. De drie elementen waardoor studenten gemotiveerd raken zijn een constante door de jaren heen: autonomie, (aansluiten bij) competentie en verbondenheid. Een probleem met het eerste element is dat de student van tegenwoordig weliswaar veel autonomie heeft, maar tegelijkertijd wellicht ook wel te veel keuzes moet maken, wat op paradoxale wijze weer ten koste van de motivatie gaat: de student dreigt er nogal eens in te verzuipen. De Bruyckere pleit er dan ook voor het aantal keuzes voor de studenten niet té groot te maken, zodat ze zich beter kunnen focussen.
Hij onderstreepte ook het belang van Bildung en haalde daarbij een onderzoek dat door de universiteit van Maastricht is uitgevoerd aan, waarbij werd aangetoond dat studenten die een louter beroepsgerichte opleiding volgden later sneller werk kregen, maar dat degenen die daarbij ook meer filosofisch ingestoken vakken kregen later meer verdienden. Waarom? Omdat ze daardoor veel flexibeler werden en beter met veranderingen om leerden gaan. En dat laatste is absoluut belangrijk in deze snel veranderende wereld. Change perspective, nietwaar?
's Middags ben ik ook nog naar de verdiepende masterclass van De Bruyckere gegaan, waarbij hij inging op het al dan niet nuttig zijn van hoorcolleges en zelfontdekkend leren. Dat laatste lijkt een soort ei van Colombus te zijn, maar volgens sommige onderzoeken heeft het niet alleen geen positief, maar zelfs een negatief effect op leren. En growth mindset dan? Ook dat blijkt maar een verwaarloosbaar klein effect te hebben; zonde om daar heel veel tijd in te steken.
Van de piramide van Dale maakte hij gehakt, en dan vooral van de niet bewezen percentages.
Wel belangrijk zijn volgens hem het aansluiten bij voorkennis, en het combineren van woord en beeld. En natuurlijk ook afwisseling: one size does not fit all. Wat ook werkt is een gemeenschappelijke begrippentaal en methode over de gehele campus, dat als een anker gedurende de studie kan fungeren. En gespreide herhaling. Als goede tool voor dat laatste noemde hij Cerego, dat wij bij de Radboud trouwens gewoon beschikbaar blijken te hebben, ontdekte ik later. Cool!
Al met al een leerzame dag. En vooral omdat Pedro de Bruyckere bewezen heeft dat onderwijskunde best te pruimen is. Tijdens mijn opleiding was dat nooit mijn favoriete vak; had ik het maar van hem gehad!
Aangezien ik graag gebruik maak van Erasmus+ subsidies voor kijkjes in buitenlandse keukens, ben ik bij ons op de universiteit benoemd tot ambassadeur voor Erasmus + staftrainingen. In het kader daarvan heb ik een interview gegeven (ja, je maakt wat mee als ambassadeur) om andere mensen te inspireren hetzelfde te doen; het verrijkt jezelf en je instelling echt!
Of lees het gewoon hieronder (maar als het goed is kennen jullie de verhalen al):
Inspirerend kijkje in de keuken bij Noorse collega’s
“Scandinavië loopt flink voor op het gebied van onderwijs; voor mij dé reden om een kijkje te nemen bij onze collega’s in het hoge noorden”, zegt Monique Schoutsen. Zij is informatiespecialist bij de Radboud Universiteit Nijmegen en ondernam vier jaar geleden dankzij Erasmus+ subsidie een reis naar Helsinki. Begin dit jaar bezocht ze het Noorse Tromsø.
“Dankzij herhaaldelijk congresbezoek kennen mijn collega-informatiespecialist bij de universiteitsbibliotheek van Amsterdam en ik veel mensen van de universiteit van Tromsø. We zaten op één lijn en hadden veel over elkaars bibliotheken en werk gehoord. We besloten samen een project op te zetten: ‘Open data in teaching’, met als doel het stimuleren van open science in het algemeen binnen de universiteit en open data in het bijzonder. Door het project leerden we meer van elkaars werkwijze rondom het geven van onderwijs met behulp van open data”, vertelt Schoutsen.
Uitwisbare inkt en Tinder
Tijdens het project maakten de informatiespecialisten veel gebruik van Skype, waardoor ze elkaar nog beter leerden kennen. Een volgende stap was een uitwisseling over de grens. Met behulp van subsidie van Erasmus+ werd de reis naar Tromsø aangevraagd. “Vier jaar geleden ben ik al naar Helsinki geweest voor een georganiseerde stafuitwisseling. Helsinki is het onderwijs-‘walhalla’; ze hebben er een fantastische universiteitsbibliotheek en ik deed er veel inspiratie op. Zo was ik bij de wiskundefaciliteit, waar het gebruik van papier tot een minimum is teruggebracht door het gebruik van tafels waar studenten met stiften met uitwisbare inkt hun formules kunnen uitschrijven. Ook lopen er overal op de campus studenten rond in herkenbare hesjes die andere studenten helpen en in ruil daarvoor studiepunten verdienen. En wat ik ook bijzonder vond: ze hebben er een soort universiteitsvariant van Tinder om studiegenootjes met dezelfde interesses te vinden! Je merkt aan mijn enthousiaste verhaal dat een kijkje in de keuken van een universiteit in het buitenland enorm inspireert.”
Beeldcontact
Van deze eerste reis naar Helsinki wist Schoutsen al dat het aanvragen van de subsidie wel wat tijd en aandacht kost. “Er komt veel papierwerk bij kijken waar je écht voor moet gaan zitten, maar toch: het is de moeite waard. Ik kan iedereen een dergelijke buitenlandervaring aanraden.” Ook de tweede buitenlandreis, vier jaar later, beviel haar goed. “Samen met een informatiespecialist uit Amsterdam en met mijn collega van de Radboud Universiteit, reisde ik af naar Tromsø. Het was fascinerend om deze plaats in de winter te bezoeken: het was de hele dag donker, we hebben het Noorderlicht gezien en er lag natuurlijk veel sneeuw!”
De universiteit van Tromsø was voor Schoutsen meer dan een bezoek waard. “Scandinavië lijkt enorm voor te lopen op het gebied van onderwijs, maar ook qua gebruik van open source software. Op de universiteit van Tromsø hebben ze bijvoorbeeld geen telefoons meer op de campus, ze doen alles via Skype. Dat had mijn Noorse collega natuurlijk wel kunnen vertellen, maar door zelf op de campus rond te lopen en dergelijke principes in werking te zien, ervaar je het toch anders. Ik zag dat het fantastisch werkt om altijd beeldcontact te hebben. Je hebt zelfs met mensen op een andere locatie op de campus persoonlijk contact.”
Open mind
Schoutsen ging, zoals zij het zelf omschrijft, met een ‘open mind’ op reis. “Ik heb me niet uitgebreid vooraf voorbereid; ik wilde het vooral ervaren in de praktijk. Op congressen en in papers lees je vaak hoe andere universiteiten het doen, maar als je het ziet komt het pas echt binnen. Door bij thuiskomst mijn ervaringen uitgebreid te delen, onder meer in een blog, maak ik anderen enthousiast. De mensen die meedoen aan dergelijke mobiliteitsprogramma’s zijn over het algemeen heel ruimdenkend en internationaal georiënteerd. En je Engels krijgt er een enorme boost van!”
Zó vaak krijg ik geen post vanuit de opleiding klassieke talen, maar een paar weken geleden kwam er opeens een mailtje binnen van een vertegenwoordiger van de studentenvereniging van GLTC: of ik als alumna mee wilde doen aan een carrièrelunch en de studenten iets wilde vertellen over mijn carrière na mijn studie klassieke talen. Maar natuurlijk! Zelfs als de lunch op mijn vrije dag is....
De lunch zelf bleek voornamelijk te bestaan uit heerlijke zelfgemaakte hartige en zoete spijzen (de helft van de studenten zou in ieder geval al geschikt zijn voor een carrière als kok!) en werd geserveerd in een helaas nogal zielloos collegezaaltje in het zogenaamde TvA-complex, dat op de nominatie staat om gesloopt te worden. Aan presentatievaardigheden zou nog wel wat gesleuteld kunnen worden door de jongens en de meisjes. Maar misschien hadden ze dit zaaltje gratis kunnen huren.
Naast mij was er nog een aantal alumni: een leraar uit Limburg, een assistent professor van de vakgroep geschiedenis (toevallig een jaargenot van mij) en twee promovendi (een bij archeologie en een bij cultuurwetenschappen). Behalve de leraar dus allemaal op de campus werkzaam.
Enfin, we mochten ons voorstellen en vertellen hoe we tot de keuze voor ons beroep waren gekomen. De meesten waren er net als ik van overtuigd dat ze na hun studie het onderwijs in zouden gaan, maar bij vier van ons vijf liep het uiteindelijk toch een beetje anders. Drie van de vijf hadden uiteindelijk voor het onderzoek gekozen en ikzelf na een carrière van zes jaar in het onderwijs (waar ik overigens nooit spijt van heb gehad - ik zou het zo weer doen) voor het wonderschone boekenvak.
Tijdens de lunch konden de studenten (een stuk of vijftien) vragen aan ons stellen. Ik had eerlijk gezegd verwacht dat ze me meteen met vragen over de bibliotheek zouden bestoken, maar nee, het ging vooral over mijn onderwijsperiode: of het niet saai was om elk jaar opnieuw de ablativus absolutus uit te leggen en zo. Echt niet, zo meldde ik ze naar waarheid, want het onderwijs is zo veel méér dan dat. Je hebt namelijk te maken met jonge mensen, en die zijn stuk voor stuk de moeite waard, elk jaar opnieuw. Je bouwt een band met ze op, leert ze (inderdaad) de grammatica, maar vertelt ze ook verhalen (en zij jou), en vertaalt en beleeft de teksten met ze en ziet ze langzaam beter worden in Grieks, Latijn en tekstbegrip, maar je ziet ze ook volwassen worden. Je gaat met ze op reis en maakt ze zo op een hele andere manier mee. En je hebt leuke (want sociale) collega's.
Uiteindelijk moest ik wel erkennen dat het voordeel van mijn huidige baan is, dat ik 's avonds en in het weekend niet meer hoef te werken. Dat dat wel een zwaarwegende motivatie voor mij was geweest om niet na een paar jaar tóch weer terug te keren naar het onderwijs. O ja, en dat werken in een bibliotheek óók gewoon heel leuk is en dat ik mijn onderwijservaring en vakkennis bij de UB ook goed kan inzetten. En ook leuke collega's heb.
Al met al een boeiende middag. En een aardige bijkomstigheid dat we bij wijze van dank twee mooie boekjes en een doosje bonbons kregen. Alleen al daardoor voelde het absolutum niet als een opoffering.
Het is lang geleden dat ik ingeroosterd was. De laatste keer een jaar of 17 geleden, toen ik nog in het onderwijs werkte. Pas droomde ik nog dat ik nog in het onderwijs werkte en mijn rooster was vergeten op te halen. Op bevel van de bel stroomde de hele lerarenkamer leeg; iedereen wist precies welke klas hij/zij had en in welk lokaal. En ik doolde rond, op zoek naar iemand die me mijn rooster kon geven, want het secretariaat was gesloten. Vermoedelijk, want heel precies weet ik het ook niet meer; daar zijn het dromen voor, nietwaar?
Maar vanaf volgende week is het dan (weer) zover. En nu echt.
Dan ben ik 4 uur per week ingeroosterd om plaatsingscodes van boeken om te zetten naar zogenaamde LCC-codes: codes volgens het systeem van de Library of Congres.
En om het feest compleet te maken, mag ik ook de stickers met de nieuwe, door mij toegekende codes op de boeken plakken. Oei, als dat maar goed gaat....
Komende zondag ga ik (weer, de vorige keer was in Helsinki) voor een weekje op uitwisseling - naar Noorwegen. Tromsø om precies te zien. Niet alleen deze keer gelukkig (hoewel het de vorige keer in Finland prima uit te houden was), maar samen met collega Mijke Jetten (project manager research data management support van onze UB) en Harrie van der Meer (coördinator informatievaardigheid van UvA/ HvA).
We gaan daar met onze Noorse collega's (Helene en Torstein) proberen een online cursus/ toolkit over het gebruik van open research data proberen te maken. We zullen ons daarbij voornamelijk op de docenten van het wetenschappelijk onderwijs richten: hoe kunnen zij bij hun studenten het gebruik van Open Data stimuleren?
In april komen ze bij ons om de cursus af te maken. Dat is tenminste de planning.
Maar okay, Noorwegen. Daar is het best koud in januari. Dus we hebben om kledingadvies gevraagd. We kregen een hele waslijst aan adviezen mee: waterdichte gewatteerde ski-jassen, snowboots of leren laarzen met spikes, thermo-ondergoed, sjaals, handschoenen, mutsen...
Wij ons best gedaan, zien we de weersvoorspellingen, worden er temperaturen van rond het vriespunt voorspeld. Nou moe, daar heb je geen thermo-kleding voor nodig....
Afgelopen weekend sprak ik een vriend die (parttime) in het onderwijs werkt. We kregen het over vergaderen en wat een energie dat kan opslokken.
Zelf had hij niet zo´n last van het vergaderen bij hem op school; hij heeft in zijn contract verwerkt dat hij in plaats van deel te nemen aan de wekelijkse vergadering een uur per week extra lesgeeft.
Een uur extra energiegever in plaats van energielekker.
Geniaal plan en nog goedkoper voor de schoolleiding ook! Heet zo iets niet win-win?
Bibliotheek, lezen, onderwijs en ICT, allemaal zaken die mij na aan het hart liggen, dus ik hoefde er ook geen seconde over na te denken om me op te geven voor de (samen met het iXperium georganiseerde) inspiratiesessie over de eventuele inzet van robots in het onderwijs in de Openbare Bibliotheek te Nijmegen.
En ik heb er geen spijt van dat ik erheen ben gegaan.
Ik had al wel gehoord en gelezen over de biebrobotjes Robin en Bibi, maar om ze in het echt te zien is toch even een andere beleving. Want wat zijn ze schattig!
En wat kunnen ze al veel! Als je ze een plaatje voor hun ogen houdt met emoties van verdriet of verliefdheid, voeren ze daar een hele act over uit.
Aangezien het Valentijnsdag was, was het plaatje met het hartje natuurlijk het populairst.
Zie ter illustratie onderstaand filmpje, gemaakt door Wilfred Rubens, toen ik even met een van de robotjes aan het spelen was:
Tevens kunnen ze met je meelopen (hand in hand), tangodansen en een dansje op Gangnamstyle uitvoeren.
Wat ze in de bieb doen? Leven in de brouwerij brengen, de bibliotheek aantrekkelijker maken voor kinderen en jongeren, zodat ze überhaupt komen, wat langer blijven en wie weet ook nog een boekje meepakken; dit laatste effect heeft het gelukkig ook. Tijdens het formele gedeelte werd duidelijk dat er ook nog gezocht wordt naar andere mogelijkheden om samen met de robotjes aan leesbevordering te doen. Wij werden er als (onderwijs)publiek van harte toe uitgenodigd om daar ideeën voor aan te dragen. Want laaggeletterdheid, dat is wel echt een groot probleem in Nederland. Bijna twintig procent van de jongeren in Nederland is laaggeletterd, dat is toch schandalig!
Na het eten - jawel, warm eten in de bieb, altijd een geweldige ervaring, vooral omdat het eigenlijk niet mag natuurlijk - kwam er nog een aantal boeiende sprekers aan bod:
Pim Hasselager (associate professor cognitieve neurowetenschap en kunstmatige intelligentie aan de Radboud Universiteit), die ons er voor waarschuwde dat we robots niet moeten overschatten; ze lijken veel te kunnen, maar missen essentiële vaardigheden als het boerenverstand.
Mike Ligthart (promovendus aan de TU Delft), die iets (jonger en dus?) positiever was en goede resultaten boekte met het inzetten van sociale robots bij kinderen met autisme en kinderen met kanker (robots kunnen als maatje optreden bij voor kinderen traumatische behandelingen waar de ouders - bijvoorbeeld in verband met stralingsgevaar - niet bij mogen zijn)
Dianne Weersink (directeur Bibliotheek Gelderland Zuid), die inging op de bibliotheek als moderne lees- en kennisbevorderende ontmoetingsplek en het belang van het vinden van goede partners hierbij, bijvoorbeeld uit het onderwijs!
Het idee voor de inzet van social robots in de bieb kwam bijvoorbeeld van een student van de HAN.
Verder ging ze in op de zware reorganisatie die de bibliotheek heeft moeten doormaken. Tegelijkertijd bezuinigingen doorvoeren (ze heeft behoorlijk in de locaties en managementlagen gesneden) én vernieuwen, een ander soort personeel in dienst willen/ moeten nemen: innovatievere en initiatiefrijkere mensen. Een zware tijd was het, vindt ze ook zelf, maar ze is het einddoel voor ogen blijven houden en vindt dat ze er in geslaagd is de bibliotheek weer toekomstbestendig te maken; helaas gaat ze de bibliotheek nu alweer verlaten.
Het geheel werd afgesloten door storyteller Will van Geel, gewezen pastoor en docent religieuze en levensbeschouwelijke vorming aan de PABO.
Boeiende avond en veel stof (o nee, daar wilde de bibliotheek nou juist van af...) om over na te denken!
Zie hier ook het (uitgebreidere) verslag van Wilfred Rubens
Altijd gunstig, als er iets interessants op de campus georganiseerd wordt: scheelt je tijd en reiskosten. Dus natuurlijk ging ik naar de onderwijs(mid)dag van de RU.
En dat bleek een mooi onderwijsfeest. Veel bekenden uit het onderwijsveld op de campus. En uiteraard ook boeiende sprekers, te beginnen met onze kersverse rector, die een lans brak voor de waardering van onderwijs: minstens even belangrijk als onderzoek op de campus. Het kan volgens hem niet vaak genoeg gezegd worden; het zijn twee kanten van dezelfde medaille. En de onderzoekers moeten zelf absoluut ook onderwijs blijven geven; zelf heeft hij de beste inzichten gekregen tijdens het geven van onderwijs aan de altijd kritische studenten. Geen onderwijslast, maar onderwijslust wat hem betreft. Het onderwijs in Nijmegen wordt dan ook relatief hoog gewaardeerd; op landelijk niveau spreekt men wat dat betreft zelfs van 'het wonder van Nijmegen'. Yeah!
Het geheel was trouwens gesitueerd in het Cultuurcafé; dat was makkelijk voor de lunch die we vooraf kregen (en de borrel achteraf), maar ook op verzoek van de keynotespeaker, Filip Dochy, die een lezing gaf over High Impact Learning. Voor deze vorm van intensief en resultaatgericht leren onderscheidt hij 7 'building blocks' en geen daarvan is op een stoel zitten en passief achteroverhangen. Dus dat moest ook nu niet gebeuren, vond hij - als we tenminste iets van zijn lezing op wilden steken. Nee, voor high impact learning moet je WERKEN, dus meediscussiëren, samen met je peers aan oplossingen werken. Vandaar dat hij voor ons de mogelijkheid had gecreëerd om aan tafeltjes te zitten (om in groepjes thema's te bediscussiëren) en voor hemzelf om tijdens zijn lezing met een microfoon door het publiek te lopen om over zijn onderzoek te vertellen en onderwijl ook vragen aan het publiek te stellen. Als een volleerde Matthijs van Nieuwkerk tijdens de Top 2000 a gogo.
Hij vertelde over een experiment dat gedaan is met een groep van 500 studenten. Deze werden in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg hoorcollege (van een gerenommeerde professor) en de andere kreeg de stof middels activerend onderwijs voorgeschoteld.
Het resultaat: 74% van deze laatste groep haalde zijn tentamen tegenover 41% van de hoorcollegestudenten. He rests his case.
Meer van dit soort studies bewijzen min of meer hetzelfde, al zijn de resultaten vaak iets minder spectaculair dan bij het aangehaalde experiment. Maar de verschillen tussen actief en passief zullen zeker toe gaan nemen bij de zogenaamde millennialstudenten: die hebben niet zo'n lange spanningsboog, die willen wat doen, niet zo lang en veel lezen en luisteren.
Verder pleitte Dochy voor minder toetsen. In plaats van toetsen kun je ook tijdens het leerproces van de studenten data verzamelen (learning analytics) en deze met ze bespreken. Sowieso is het beter ze uit te dagen en grotere verantwoordelijkheid (met gerichte feedback) over hun eigen proces te geven. Dat scoort pas echt! Maar daarvoor moeten we wel uit onze comfortzone: we geven vaak en graag les op de manier waarop we zelf les gehad hebben: braaf luisteren naar wat de meester zegt en dat reproduceren. Gechargeerd dan hè.
Ook goed voor het onderwijs: proberen zo veel mogelijk elementen uit de game-industrie toepassen; en dan niet alleen beloningen, straffen en competitie, maar ook: zo veel mogelijk de studenten het gevoel te geven dat ze de held zijn, dat ze iets speciaals aan het doen zijn, dat ze steeds opnieuw een kans krijgen, dus niet gefrustreerd raken als het niet meteen lukt et cetera.
Leuke lezing hierover door Frank Leoné, wetenschapper én gamer. Hij nam ons mee in de gamewereld aan de hand van het door Yu-kai Chou ontworpen Octalysismodel.
Als activiteit had hij een soort scrabblespel in de vorm van kaartjes met allerlei termen uit dat model voor ons klaarliggen, maar helaas is het er alleen maar van gekomen om het spel uit te leggen, niet te spelen.
Terug in het cultuurcafé kregen we uitleg over het gebruik van Virtual Reality in het onderwijs, plus een eigen, enigste echte cardboard bril van onze ICT in het onderwijs projectgroep van de RU.
Mooie afsluiting. Met bier, wijn, nachos en toch maar gewoon bitterballen.
Eigenlijk had ik er niet eens zo'n zin in, in de Onderwijsdagen. Was er nog nooit geweest en wist ook niet zo goed wat ik er van moest verwachten.
Maar....ik kwam er toch geïnspireerd van terug. En écht niet alleen omdat Jet Bussemaker op bezoek kwam, hoewel haar warme pleidooi voor open en online onderwijs (zeg maar echt mijn ding) mij natuurlijk zeer aansprak.
Nee, het was de algehele sfeer van mensen die ergens, ieder op z'n eigen manier, voor staan, namelijk goed onderwijs. Wat me ook deugd deed, was dat er veel bibliotheekmensen waren, ook onder de sprekers. Goede zaak! Want het is van belang dat we ons naast voor Open Access en Open Data ook gaan inzetten voor Open Educational Resources. Delen maar, die mooie stuff die je gemaakt hebt. En hergebruiken, dat materiaal van anderen. Dat zal ons allemaal tijdwinst opleveren. Tijdwinst die gebruikt kan worden voor de belangrijkste onderwijstaak: het ondersteunen van en kritisch in gesprek gaan met de student(en). Want dat is uiteindelijk waar het echte leren gebeurt: it's the attention, stupid! Daar groeien de studenten van!
Maar goed, in eerste instantie vergt het wel een investering om het allemaal te regelen. En daar willen de bibliotheken zich heel graag voor inzetten (door bijvoorbeeld mee te denken over copyright issues, opslag, formats en vindbaarheid en natuurlijk het enthousiasmeren). Dat was mooi om te zien. Keep up the good work, Dafne (en anderen)!
Een andere taak waar we als bibliotheek zeer goed bij kunnen ondersteunen, is het opzetten van een streamingdienst voor (verplichte en andere) literatuur. In Rotterdam is een pilot van start gegaan met betrekking tot zo'n dienst: eStudybooks. Maarten Steenhuis, de adjunctdirecteur van de UB van de Erasmusuniversiteit vertelde dat de proef begonnen is bij de deeltijdopleiding rechtsgeleerdheid en dat er nu mee geëxperimenteerd gaat worden bij psychologie. Wat lastiger gaat worden, omdat er nu ook buitenlandse leveranciers bij betrokken gaan worden.
Het concept is bedacht/ in werking gezet door Farshida Zafar van diezelfde EUR. Zij kreeg, ook op grond van andere dingen die zij bedacht en in gang gezet heeft, een van de drie onderwijs-awards. Van haar werd ik echt blij. Ik heb haar (dus) even gegoogeld, en een van de dingen die zij (samen met de IT-afdeling van de universiteit) ontwikkeld heeft, is de battle-app: reken maar dat je daar de handen van de studenten voor op elkaar krijgt! Zoiets zou ook een fantástische aanvulling op onze instructies informatievaardigheden zijn....
Nu een weekje vrij en daarna opgeladen weer verder!