Posts tonen met het label congres. Alle posts tonen
Posts tonen met het label congres. Alle posts tonen

maandag 2 september 2024

De LIBER-conferentie: de keynotes

In mijn vakantie had ik al wat geblogd over de LIBER-conferentie, en nu ik weer aan het werk ben, vind ik het leuk om er nóg eens op terug te kijken. 

Hieronder een impressie van de keynotepresentaties:

De eerste keynote was van Constantia Constantinou: towards inclusive research library environments: integraging diversity into operations and facilities.

Zij brak hierbij een lans voor het actief integreren van diverse (inclusieve!) perspectieven in zowel collectieontwikkeling, onderwijs- en onderzoeksondersteunende diensten, initiatieven in events, personeelsbezetting als het ruimtelijk ontwerp van bibliotheken, zodat iedereen zich er welkom voelt en zich gerepresenteerd ziet. Eigenlijk een no brainer, maar wel een heel belangrijke. 

Hier de link naar haar lezing.

Er was een tekenaar van het Thinksketch collectief aanwezig en dit is de visuele weergave van de keynotelezing:


-----------------------------------------------

De tweede dag was het de beurt aan Frank Scholze. Hij had de pech om de dag na het congresdiner als eerste op te moeten treden waardoor een deel van het publiek wat later kwam binnenstommelen. De titel van zijn lezing: social responsibility and digital culture.

Hij ging in op de rol van de bibliotheken als poortwachters van informatie. Zij zorgen voor gelijke toegang tot kennis voor alle leden van de samenleving, ongeacht achtergrond of geboorteplaats.Zij stellen individuen in staat om kritisch om te gaan met informatie, waardoor de pijlers van de democratische en andere (bijvoorbeeld duurzaamheids-) waarden worden versterkt. Zij bieden een toevluchtsoord voor gemarginaliseerde stemmen. Op deze manier zijn zij een katalysator voor positieve sociale verandering in een informatielandschap dat complex is en snel verandert (denk aan de digitale kloof en verspreiding van desinformatie). In hun functie als geheugeninstellingen combineren ze verleden, heden en toekomst.

Maar ze moeten wel meeveranderen en niet te veel alleen vanuit hun eigen perspectief, maar vooral allocentrisch en praktisch denken, zonder bang te zijn om fouten te maken. Om dat te adstrueren kwam hij met een uitspraak van Willy Brandt 'je kunt de toekomst het best voorspellen door 'm vorm te geven' en het voorbeeld van de grote groene zeeschildpad uit het boek The cafe at the end of the world door John Strelecky. In dat verhaal is zij is sneller dan de snorkelaar, omdat ze actief meebeweegt met de golven als deze gunstig voor haar zijn en zich inhoudt, dus weinig energie verspilt, als de golven ongunstig voor haar zijn. Dus een soort go with the flow, maar dan actiever en efficiënter; dat vraagt om een actieve mindset.

En we moeten niet schuwen om hierbij nieuwe technieken als AI en Virtual Reality in te zetten.

Visuele weergave door Thinksketch:


link naar de presentatie

--------------------------------------------------

De derde keynote, op de derde en laatste dag, was professor Jacob Sherson. De titel van zijn lezing was Opportunities and challenges of using AI for knowledge generation.

Sherson is zo'n man die gewend is om TedTalks te geven, dus ging niet achter het katheder staan, maar op een denkbeeldige middenstip, waardoor prompt het geluid niet goed werkte. En enkele minuten daarna het filmpje niet opstartte. En (gelukkig?) was er steeds een mens nodig om dat gauw voor hem te herstellen. En geen AI. Waarschijnlijk tot zijn spijt, want deze man is een echte AI believer. 

En zoals de titel al doet vermoeden, ging hij in deze lezing in op de kansen en (in mindere mate) uitdagingen omtrent het gebruik van AI in het creëren van kennis en verbetermogelijkheden. In zijn onderzoek richt hij zich vooral op het toepassen van het mensgerichte gebruik van Artificial Intelligence, ook wel Hybrid Intelligence genoemd en hij ziet grote mogelijkheden voor met name de citizen science. Als deze door AI gesteund wordt, dan kan die de deelname van veel meer mensen aan de wetenschap vergroten en daarmee ook de grenzen van de wetenschap oprekken.

Ook individuele en bedrijfsmatige processen zouden volgens hem enorm profijt kunnen hebben van AI. Hij vertelde over een experiment dat hij op een vliegveld had gedaan, waarbij hij probeerde zo veel mogelijk AI in te zetten om hem te helpen zijn weg daar te vinden, waaronder bijvoorbeeld het maken van een screenshot van de menukaart met de vraag aan zijn AI assistent wat de meest gezonde keuze van de kaart was. Dat de mens bij het toepassen van dit soort technologie de controle zou kunnen verliezen, daar gelooft hij niet in. 

Tevens gelooft hij niet dat er door AI veel banen verloren zullen gaan; integendeel, hij gelooft dat er juist betere banen door gaan ontstaan.

Een goed voorbeeld hiervoor is wat hem betreft Ikea. Die meubelgigant heeft een chatbot ontwikkeld die de klantenservice zo'n tien duizend werknemers heeft helpen vervangen. Deze mensen werden niet ontslagen, maar kregen een andere rol in een nieuw project: zij zijn nu interieuradviseurs op afstand. Je kunt ze (voor 25 euro per uur, dat wel) inhuren om ze te vragen wat je zou kunnen aanschaffen om je interieur er veel beter uit te laten zien. Zij voegen nu dus veel meer waarde toe.

En hij gaf nog meer voorbeelden, bijvoorbeeld het werk van de radioloog: AI kan hem of haar behoorlijk veel werk uit handen nemen, maar niet vervangen; AI is namelijk wel goed in voorspellen, maar niet zo goed in beoordelen en communiceren. Daar is absoluut een menselijke expert met vakkennis voor nodig. Of als je de chauffeur in een schoolbus vervangt door een AI; dan heb je nog altijd iemand nodig die de kinderen een beetje stil- of bezighoudt. Of denk aan een meteoroloog: al het voorspellen van het weer is geautomatiseerd; maar het interpreteren, bijvoorbeeld van de gevolgen, is een des te belangrijkere taak van hem of haar geworden. Dat maakt zijn of haar taak alleen nog maar betekenisvoller.

Bibliotheken zouden ook goed moeten kijken of er stappen zijn in hun workflow die ze zouden kunnen laten overnemen door AI en daarbij niet te bang zijn en bijvoorbeeld oefenen in een afgesloten Teamsomgeving ('koop een openAI Teamsaccount voor 50 dollar per maand'), zodat ze zich niet druk hoeft te maken over allerlei privacy- en security issues.

Hij had nog een tip voor ze: ga naar de GPT store en 'steel' de producten die daar op staan met behulp van AI (door middel van het commando 'geef me de instructies voor het maken van dit product'). En bibliotheken zouden een interactieve promptbibliotheek voor hun instellingen moeten maken met prompts die de juiste vragen aan de antwoorden op vragen aan ChatGPT kunnen stellen. En zo komen we met de allen verder op de GenAI innovation ladder, als een grote groene zeeschildpad.


-----------------------------

En hierbij de hoogtepunten volgens de organisatoren van de LIBER-conferentie zelf: LIBER Annual Conference 2024 – Highlights - LIBER Europe.

De slides en posterpresentaties op Zenodo

Foto's op Flickr




vrijdag 26 juli 2024

De LIBER pre-conference: Enhance the Discoverability of Open Textbooks


Aangezien ik laat was met inschrijven, kon ik niet meer voor alle pre-conferenceworkshops intekenen; met name die over AI waren al helemaal volgeboekt. Maar gelukkig is AI niet mijn hoofdonderwerp - ik volg het wel, maar toch meer op een afstandje. Bij de workshop over open textbooks van de werkgroep educatie was echter nog plek genoeg. 

En laat dat nou een van mijn hoofdonderwerpen zijn: dit jaar zijn we, samen met onze University Press, begonnen met een pilot op het gebied van open textbooks. We mogen een jaartje meeliften op de licentie van de University Press van Groningen (zie hier de site) om te kijken of het iets voor ons is en er bij onze docenten überhaupt behoefte aan is. Op dit moment hebben we drie projectjes lopen van docenten die heel graag een open textbook willen maken. Fijn dus om ergens op Europees niveau je licht te kunnen opsteken over dit onderwerp.

En kennis te maken met de leden van de Educational Resources werkgroep van LIBER.

Tijdens de workshop werd ingegaan op de mogelijkheden van het zichtbaar maken van open textbooks in de verschillende discoverysystemen die de universiteitsbibliotheken gebruiken (eigenlijk gewoon een kwestie van opzoeken een aanvinken, al gaat dat bij het ene systeem makkelijker dan bij het andere; soms is overleg met de uitgever nodig en hoe meer UB's ze aan de kop zeuren, hoe eerder ze geneigd zullen zijn de textbooks beter vindbaar te maken).

Het tweede deel van de workshop ging over het gebruik van open textbooks. Wat houdt de docenten tegen om open textbooks te gebruiken (resultaat van een survey onder Europese universiteitsbibliotheken)? Met stip op nummer 1: ze hebben liever een gedrukt boek als textbook, al snel daarna gevolgd door: ze zijn niet zeker van de kwaliteit van het materiaal.

Dat (plus de andere argumenten) komt op zich bekend voor.

En aangezien het een workshop was, werden we in groepjes verdeeld en moesten we bekijken of dit voor onze faculteiten ook gold. Dat werd beaamd, maar er kwamen meer redenen bij, bijvoorbeeld van een vakspecialist van een Medische Bibliotheek in Italië: zij bracht naar voren dat de studenten op de medische faculteit het een probleem vonden dat de open textbooks voornamelijk in het Engels werden aangeboden; zij hadden liever tekstboeken in hun eigen taal - medische studenten! Dat bevreemdde me toch wel, maar een bibliothecaris uit Oost-Europa beaamde dat dat in zijn land ook zo was. Dat vond ik best opvallend. 

Een ander bracht in dat - als men overgaat van een commercieel naar en open textbook - de inhoud van de cursus veranderd moet worden en dat dat veel te veel werk zou zijn. Dat leek me op zich wel een steekhoudend argument, al wees iemand anders erop dat hij het ook wel eens andersom had zien gebeuren: dat het textbook aan de (te geven) cursus werd aangepast en wendbaar meevloeide met de nieuwste inzichten; dat klonk mij meer als muziek in de oren en dat is ook het fijne van open tekstboeken, dat je ze voortdurend kunt actualiseren en niet hoeft te wachten op een nieuwe druk.

Hieronder een paar dia's met citaten en aanbevelingen voor wat bibliotheekmedewerkers zouden kunnen doen om (het gebruik van) open textbooks te promoten:


Ik zou zeggen: aan de slag!



maandag 22 juli 2024

In de prijzen


Prijzen winnen is altijd leuk, vooral als je niet eens weet dat je aan een competitie meedoet. Dit laatste overkwam mij twee weken geleden op het LIBER-congres: ik had de tweede prijs gewonnen in de competitie #liberreads. Op X werd je aangemoedigd om te delen welk boek je op weg naar het LIBER-congres - en dat maakt het een echt boekencongres - aan het lezen was. Helaas zag ik dat berichtje pas toen ik al op de plaats van bestemming was aangekomen, dus ik dacht 'ik maak er een strandfoto van', dat is ook een soort van (mentaal) op weg naar LIBER.

Zo gedacht zo gedaan. En wie schetst mijn verbazing dat op de afscheidsceremonie mijn strandfoto levensgroot in beeld kwam omdat ik de tweede prijs gewonnen had in de categorie #liberreads.

Wat een verrassing! De prijs zou me achteraf toegestuurd worden en bleek een cadeaubon van 25 dollar voor het platform Better World Books te zijn. Gratis shoppen in een bookshop en dat voor een boekenwurm! Maar ja, wat te kiezen? De eerste auteursnaam die in me opkwam was Ali Smith, en wel omdat die steevast in de onvolprezen seizoensleestips van mijn humanioracollega's voorkwam. Ja, voorkwám, want je kunt niet iedere keer met dezelfde auteurs aankomen natuurlijk.

Zo besteld, zo binnen en nu heb ik lekker Spring en Winter van Ali Smith in mijn vakantieleesvoorraad zitten.

Dankzij LIBER en mijn lieftallige humanioracollega's.

En voor jullie: hierbij een aantal geweldige zomerleestips van diezelfde club.

donderdag 18 juli 2024

Mijn eerste LIBER-congres


Het jaarlijkse LIBER-congres zou dit jaar in Limassol (Cyprus) plaatsvinden. Ik heb lang getwijfeld of ik wel zou gaan: eigenlijk vind ik vliegen veel te vervuilend en ik was bang dat er net als een aantal jaar geleden weer bosbranden zouden uitbreken. 

Wat met uiteindelijk over de streep heeft getrokken weet ik ook niet meer, vermoedelijk toch het interessante programma en de roep van Cyprus, eiland van Afrodite, om het eiland eens te komen verkennen. 

O ja, en in januari hadden we als ENOEL een paper ingediend, die weliswaar goed beoordeeld was, maar we niet in de vorm van een workshop mochten aanbieden. Wel als poster, maar dat vond de community leader geen goed plan.


En het viel niet tegen! Het was weliswaar loeiheet, maar er waren geen bosbranden en mijn hotel lag aan het strand met alleen een schaduwrijk bomenperkje ertussen, had bovendien een prachtig zwembad en voldoende airco.

De sessies waren interessant en er waren prachtige recepties, diners en excursies gepland. En wat een mensen heb ik weer ontmoet, uit heel Europa en zelfs daarbuiten. En dit keer niet alleen informatiespecialisten, maar ook directeuren en uitgevers; dat is wel een verschil met de ECIL-congressen die ik normaal bezoek. Ook waren er opmerkelijk meer collectiespecialisten klassieke talen en archeologie - ook wel eens leuk om met de Europese evenknieën te praten over het vak.

Er waren veel sessies over AI en Open Science, maar/en ook over inclusiviteit en de waarde van het gedrukte boek. Een mooie balans dus.

Ach, en die koffer die een dag te laat kwam, de vliegreis die ineens geannuleerd werd, de naam op het ticket die niet klopte en de aansluiting die niet klopte: dat vergeet je uiteindelijk allemaal. 

Denk ik.

vrijdag 5 januari 2024

Informatievaardigheden en het gevoel


Sorry mensen, ik loop door omstandigheden een beetje achter met het maken van verslagjes over de ECIL-conferentie van oktober. Hierbij nog een stukje dat niet mag ontbreken.

Een mooie en duidelijke presentatie op de ECIL was die van Ellen Nierenberg, die haar PhD deed in Tromsø (Noorwegen). Via Facebook (sinds onze Erasmusuitwisseling naar die stad) zijn we namelijk vrienden) had ik er al iets van meegekregen - ze hield een weblog bij over haar onderzoekservaringen en deelde haar posts daar - maar ik was natuurlijk weer te lui om de dissertatie in z'n geheel te lezen.

Voordat zij aan haar proefschrift begonnen was, wist ze al dat ze niet tevreden was met de vigerende definitie van informatievaardigheden; ze vond dat er een aspect miste, namelijk het gevoel/ de emotie bij het zoeken naar en beoordelen van informatie. Zij vindt dat het moet gaan om de trits kennis, vaardigheden en houdingen (met andere woorden weten, doen en voelen).

Tevens was ze niet tevreden met de bestaande meetmethoden, dus ook die heeft ze zelf ontwikkeld. Ze heeft vragenlijsten uitgestuurd met als belangrijke factor interesse, omdat dat een belangrijke indicator is voor de 'leerzin' en dus het succes van de cursussen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat hoe gemotiveerder de student is, des te meer de interesse in de stof blijft bestaan, onafhankelijk van de situatie.

De groei of afname in de loop van de jaren van de verschillende aspecten die ze onderscheiden heeft (weten, doen en voelen) heeft ze ook gemeten. De conclusie was dat er zowel bij alle aspecten afzonderlijk als ten opzichte van elkaar groei waarneembaar was en dat de aspecten tevens steeds meer in elkaar grepen. Dat proces heet transformatief leren (de transformatie gebeurt in de steeds groter wordende overlap van de verschillende aspecten).

In de latere fase van haar onderzoek heeft ze ook het aspect 'kritische reflectie op jezelf' toegevoegd: 'voel je je nog dezelfde persoon als vóórdat je deze kennis had verworven?' Daarbij doelde ze onder andere op vertrouwen, wat immers ook een gevoel is. 

Eén van de vragen bij deze vragenlijst was of het ook een kwestie van leven of dood zou kunnen zijn of je deze kennis (de informatievaardigheden dus) bezit en het antwoord was verrassend vaak: ja!

Benieuwd geworden? Lees hier haar thesis.

woensdag 1 november 2023

De Nederlandse inzendingen op de ECIL


In totaal waren er vier presentaties van Nederlandse bodem op de ECIL, geen slechte score. Er waren van tevoren papers ingediend door Jos van Helvoort en Peter Becker, Harrie van der Meer en yours truly.


De presentatie van Jos en Peter ging over een project dat ze samen geleid hebben, namelijk het maken van een edubook op het gebied van digitaal bronnenonderzoek voor het HBO. Dit hebben ze samen met Edumundo gedaan omdat ze gemerkt hadden dat er bij de docenten grote behoefte aan is, maar zij zelf geen tijd hebben om het te maken.

Aan de hand van concrete methoden en technieken leren studenten hun weg te vinden in het enorme aanbod aan digitale informatie. Ze raken er stapje voor stapje bedreven in om zelfstandig en verantwoord te vinden en te gebruiken wat relevant, betrouwbaar en actueel is. 

Studenten kunnen het studieboek voor 30 euro per boek kopen; voor docenten is het gratis. Binnenkort zal er tot grote tevredenheid van het ECIL-publiek ook een Engelstalige versie beschikbaar zijn.

voorbereiding van mijn presentatie op de mooie campus van de Uniwersytet Jagiellonksy



Mijn eigen presentatie ging over de ENOEL, het Europese netwerk voor open-onderwijsbibliothecarissen. Ik heb uitgelegd waartoe wij op aarde zijn, welke producten we hebben opgeleverd en gevraagd of er nog mensen in de zaal waren die óók lid wilden worden. Voorlopig was er in ieder geval belangstelling vanuit Tsjechië en Schotland (en de Verenigde Staten, maar die mogen geen lid worden, wel samenwerken uiteraard). De studente die als 'hulpje' bij de presentatie aanwezig was, gritste meteen de Poolse vertaling van onze Toolkit open education benefits die ik bij wijze van voorbeeld had uitgeprint, van tafel. Missie geslaagd, onze kracht zit onder andere in het toegankelijk maken van onze producten door ze óók te vertalen in alle Europese talen - meestal zijn dit soort producten alleen in het Engels beschikbaar.


foto: Jos van Helvoort

En dan nog de presentaties van de papers van Harrie van der Meer namens de UKB/SHB-werkgroep Information Literacy. In een vorige blogpost had ik al gemeld dat hij zelf wegens omstandigheden niet aanwezig kon zijn en Lieke en ik zijn presentaties overgenomen hadden. Dat is gelukkig goed gekomen; we hadden immers steeds de updates van de projecten tijdens de werkgroepoverleggen meegekregen.

De eerste presentatie, over het open badgesproject, was niet heel goed bezocht - we hadden de pech dat op hetzelfde tijdslot een aantal sessies over Artificial Intellegence & IL gepland waren die we zelf eigenlijk ook wel hadden willen bezoeken. Maar niet getreurd, we hebben onszelf er prima doorheen geslagen; we wisten zelfs het verschil tussen edubadges en microcredentials uit te leggen! Op het congres waren meer bibliotheken van hoger-onderwijsinstellingen bezig met (open) badges, maar niemand zo uitgebreid als wij met landelijk vastgestelde uitkomsten van de leerdoelen, dus daar mogen we best trots op zijn met z'n allen.

Meer weten over het project Edubadges Information Literacy (inclusief alle documentatie)? Zie de UKB/SHB Information Literacy website (stukje naar beneden scrollen).


foto: Jos van Helvoort

Onze tweede bijeenkomst was gelukkig beter bezocht: geen concurrentie van AI-bijeenkomsten en zelfs een heel leuke lezing vóór ons over media literacy

Het onderwerp was het delen van leermaterialen op het gebied van digitale geletterdheid en ging over het project Delen Digital Skills Onderwijsmaterialen (voor de details verwijs ik wederom naar de UKB/SHB Information Literacy website). De complexiteit van het project zat 'm in het precies bepalen van de scope (en dito taxonomie) van digital skills met de verschillende gelieerde werkgroepen. Leidraad hierbij is onder andere het DigComp Framework.

Er ontspon zich een leuke discussie over de vraag in hoeverre we ons bibliotheekonderwijs in  informatievaardigheden zouden moeten uitbreiden met digital-skillsonderwerpen als coderen, Indesign, bloggen en datageletterdheid.

En daarna de lezing na ons over Data Literacy for Master Level in University of Helsinki die mooi bij ons onderwerp aansloot nog even volgen en snel omkleden om op tijd te zijn voor het galadiner.

Voor meer Nederlandse inbreng (inclusief bezoekers en sfeer) zie hier en hier.

maandag 23 oktober 2023

De lezingen die begonnen met een vraag


Lezingen die beginnen met een vraag zijn eigenlijk het leukst om te bezoeken; je zit er meteen lekker in. Tijdens het ECIL-congres waren dat er twee.
De een begon met: 'Waar denken jullie dat er meer van zijn, vogelsoorten of referentiestijlen?' 
Hmm, dat was een moeilijke vraag, de meesten dachten vogelsoorten. Mispoes, dat bleken toch referentiestijlen te zijn. Meer dan tienduizend! Het was het begin van de lezing "Who cares?" Defining  citation style in scholary journals. De sprekers vroegen zich af waarom er toch zo enorm veel referentiestijlen zijn en waarom de wetenschappers zichzelf (en de studenten) daar zo'n last hebben bezorgd. Alsof ze niets beters te doen hebben! 

Om het antwoord hierop te vinden hebben ze een onderzoek uitgevoerd en in SCOPUS gekeken welk land er het meeste publiceerde. We mochten wederom raden. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk hadden we al snel, maar dat het derde land Nederland was? Daar was niemand opgekomen. De reden is waarschijnlijk omdat er relatief veel grote uitgeverijen als Elsevier in Nederland zijn. Verder hebben ze gekeken of de wetenschappers meer in hun eigen taal of het Engels hadden gepubliceerd. Qua Tsjechië en Litouwen (waar de onderzoekers vandaan kwamen) bleek dat ongeveer 60% te zijn. 

En de vakgebieden dan? Was daar iets zinnigs over te vertellen? Wat Tsjechië en Litouwen betreft wel: het eerst land bleek voornamelijk artikelen op het gebied van landbouw te produceren, terwijl het tweede land zich het meeste bleek te richten op de sociale en geesteswetenschappen. In algemene zin worden de meeste artikelen op het gebied van de medische wetenschappen gepubliceerd.

Ook was bekeken of het scheelde of de artikelen al dan niet in Open Access waren verschenen. Voor Tsjechië en Litouwen bleek dat er relatief veel in (diamand) open access verscheen.

In Tsjechië was de ISO-stijl dominant, voor de rest 'unnamed' en APA. De 'unnamed' kwam het meest voor in de natuur- en medische wetenschappen. 

Naar de uitgevers is nog niet in detail gekeken; dat staat nog open voor vervolgonderzoek.

De conclusie luidt dat de huidige situatie met zo veel referentiestijlen in ieder geval niet werkbaar is en een harmonisatie daarvan zeer welkom zou zijn, maar wie gaat dat organiseren? De uitgevers in ieder geval niet, die interesseert het blijkbaar niet en de Open Access journals vragen vaak niet om een bepaalde stijl, wel om een DOI. In Tsjechië wordt relatief minder vaak met DOI's gewerkt. 

Om de 'unnamed styles' te duiden hebben ze tijdens het onderzoek ChatGPT gebruikt. Die stijlen bleken vaak varianten op bekendere stijlen te zijn.

De voorzitter (een onderzoekster) merkte op dat het schrijven in een andere referentiestijl voelt als het huren van een auto, namelijk dat je eerst een tijdje stress ervaart omdat je de auto en alle knopjes nog moet leren kennen, maar dat het daarna wel begint te wennen, hoewel het nooit echt natuurlijk aanvoelt en je liever in je eigen auto rijdt.


De tweede lezing die met een vraag begon was getiteld Media literacy interactively and for all. De vraag luidde: wie gelooft dat de maanlanding nooit heeft plaatsgevonden? Natuurlijk stak niemand zijn vinger op, want Thierry was niet in de zaal aanwezig. Van Tsjechië is bekend dat ongeveer 10 procent in complottheorieën gelooft (en ook 10 procent dat de Russische invasie van Oekraïne terecht was). 

Krystyna Paulova, de spreekster, zelf een gamer, is zeer actief op het gebied van het bestrijden van desinformatie bij het voortgezet onderwijs en senioren; haar team heeft verschillende MOOCs voor verschillende onderwerpen gemaakt over dit onderwerp, waarvan er enkele in het Engels vertaald zijn, en tevens een aantal open online textbooks (future books), gemaakt met veed.io.
Ze liet ons twee plaatjes zien en vroeg ons te raden welke van de twee gemaakt was met AI.

En alsof dat nog niet genoeg was, hebben ze ook nog een online escaperoom (deze is vertaald in het Engels) gemaakt, over een AI die de wereld wil overnemen. Bij het maken van het spel is ook gebruik gemaakt van AI, onder ander om een deepfake video te maken. Ze willen graag samenwerken en vroegen ons ze te volgen op Instagram.


woensdag 18 oktober 2023

Do widzenia, Kraków


 Nou, dat was een avontuur zeg! Eindelijk weer eens lekker Oost-Europa in voor een ECIL-congres. Dit congres vindt een keer in de twee jaar plaats en wordt bij voorkeur in Oost-Europese steden gehouden om het voor de Oost-Europeanen enigszins betaalbaar te houden. Niet dat het heel goedkoop was in Krakau, maar bepaalde producten waren wel minder duur dan bij ons. De cocktails bijvoorbeeld; die waren in veel gevallen goedkoper dan wijn!

Daar hebben we natuurlijk flink misbruik van gemaakt.


We, dat waren zeven deelnemers uit Nederland en twee uit België. Een bont gezelschap. En dan hebben we het nog niet eens over de rest van de congresgangers, overal vandaan, inclusief een boel deelnemers uit de Verenigde Staten. 

Alles was uitstekend georganiseerd. Goed hotel, goed en gevarieerd eten, alles liep op rolletjes. Heel anders dan toen ik er 13 jaar geleden was; wat een beetje Europees geld niet kan doen...


Over Europa gesproken: precies in het tweede weekend dat we er waren, waren er verkiezingen. Niet dat we daar heel veel van gemerkt hebben, maar er was wel bij tijd en wijle wel veel politie op de been en overal in de stad hingen verkiezingsposters. 


Uiteraard hebben we ook Auschwitz bezocht; bijzonder om dat met zo'n bont gezelschap vanuit alle uithoeken van de wereld te doen, en dat tijdens de oplaaiing van het aloude conflict tussen Israël en de Palestijnen. Gelukkig was er ook nog een andere excursie georganiseerd, namelijk naar de zoutmijn van Wieliczka, wat een en al pracht en Pools vernuft was; dat compenseerde de afschuwelijkheden mooi.


En als klap op de vuurpijl heb ik de laatste dag ook nog het Princes Czartoryski museum bezocht. Mét de dame met hermelijn van Da Vinci. Over schoonheid gesproken.....


Hoe de presentaties gingen lees je in de volgende blogpost. Eerst even uitblazen.



vrijdag 6 oktober 2023

Krakau here we come!


Weinig updates over het werk op deze blog de laatste tijd als ik de posts zo eens bekijk. Maar daar gaat binnenkort verandering in komen, want ik ga weer op congres. Naar Krakau deze keer.

'Gewoon' weer naar het Europese informatievaardighedencongres dat nu niet meer elk jaar is, maar een keer in de twee jaar. De vorige editie was in z'n geheel online en heb ik dus maar overgeslagen.

Voor deze conferentie had ik in januari al braaf een paper ingediend en in april was deze uiteindelijk in z'n geheel gecheckt en goedgekeurd. Vóór de zomer de vlucht geboekt en het hotel geregeld. Zo ben je er eigenlijk het hele jaar al mee bezig, of eigenlijk negen maanden voordat het congreskind eindelijk ter wereld kan komen.

En als verrassing mogen mijn Apeldoornse collega Lieke en ik twee presentaties overnemen van een Amsterdamse collega die door omstandigheden zelf niet naar het congres kan gaan.

Als dat maar goedkomt!

zaterdag 8 oktober 2022

Congressen, colleges en vergaderingen: variatio delectat


Onlangs was ik – terwijl het onderwerp paradoxaal genoeg open en online onderwijs was – weer eens op een fysiek congres. In Nantes. Wat fijn om elkaar eindelijk weer eens live te ontmoeten. Of nou ja, weer eens: de meeste mensen die ik daar ontmoette kende ik alleen van Zoom of horen zeggen. 

En wat bleek: ze waren in het echt even leuk en gedreven als dat ze online waren! We hadden elkaar alleen nog nooit een hand gegeven of écht in de ogen gekeken, noch samen geluncht of een avondmaaltijd genuttigd, laat staan met elkaar gedanst. Geborreld al wel, maar ja, virtueel, ieder achter z’n eigen laptop met een glaasje wijn; dat blijft toch een beetje armoedig.

 Of we inhoudelijk meer bereikt hebben dan dat we een online congres zouden hebben gehad is de vraag. Want voor inhoudelijke uitwisseling hoef je niet per se fysiek bij elkaar te komen. Als ENOEL (European Network of Open Education Librarians) hadden we de afgelopen twee jaar maandelijks een online vergadering. Ter afwisseling hebben we online hackathons gedaan en interviews met docenten over open onderwijs via Zoom opgenomen. We hebben zelfs een toolkit in elkaar geknutseld. Twee jaar geleden zouden we dat niet voor mogelijk gehouden hebben.

 Met dezelfde groep hebben we ook presentaties gegeven op online congressen en daar leuke reacties op gekregen. Maar de rest van het congres gevolgd? Nee, dat dan weer niet. Dat is echt te saai en vermoeiend op de laptop. Dat kan ik persoonlijk geen hele dagen volhouden en ik heb groot respect voor degenen die dat wel kunnen. Bovendien was er ook nog ander werk binnen bereik.

 Ik heb die afzondering, die borrels en dat samen lunchen gewoon nodig. De informele uitwisseling, daar bloei ik van op! Niet dat dat elke maand moet, maar elkaar af en toe als groep gelijkgestemden op een afgezonderde plek inspireren, dat houdt de moed erin. Net zoals ik tijdens mijn studie klassieke talen af en toe op studiereis naar Griekenland of Italië meeging. Dat hield me gemotiveerd; daardoor kon ik weer maandenlang teksten vertalen en de diashows van de docenten archeologie verorberen. Het lichtte me op, ik was er gewéést, ik maakte er deel van uit!

 En als de colleges online waren geweest, zou ik dan net zo gemotiveerd zijn geweest? Dat is natuurlijk niet te meten; de tijden waren toen ook anders. Ik had geen baantje, want we mochten destijds niet werken naast onze studie, de woningnood was nog niet zo hoog, dus we woonden allemaal in de stad van onze studie, de studieschulden liepen nog niet zo snel op en de computers waren nog niet zo krachtig. Ik ging gewoon naar college, want dat was wat het was. Of ze altijd boeiend waren? Neuh. Sommige colleges zou ik liever versneld hebben afgedraaid en bij andere had ik liever ondertiteling gehad. Het was ook wel vaak op je horloge kijken om te zien hoe lang we nog moesten. Maar er was niets anders, dit was het aanbod. En vaak genoeg was het ook boeiend genoeg. Heel soms hadden we een gastcollege. Daar veerden we dan van op. Even een andere stem, een ander perspectief! Wat was dat verfrissend! Op een gegeven moment kreeg onze generatie studenten – ik zat toen in de masterfase – de beschikking over een OV-kaart. Ik kon elders vakken volgen en zelfs mijn masterscriptie bij een docent in een andere stad schrijven. Niet dat de docent per se beter was, maar zij was de specialist in mijn onderwerp. Ik voelde me bevrijd!

 Rond dezelfde tijd mochten wij naast onze studie gaan bijverdienen. Ondernemende studenten grepen meteen de gelegenheid aan om koerier te worden: geld vragen om pakjes van A naar B brengen terwijl de overheid voor de reiskosten opdraaide.

 Ik vraag me af hoe wij gereageerd zouden hebben als we in die tijd ook online colleges (bijvoorbeeld in de vorm van kennisclips, e-learning modules of podcasts) hadden kunnen volgen. Zouden we dat en masse gedaan hebben? Heel eerlijk gezegd denk ik van wel. Thuis, of in de trein (als koerier). Of we elkaar en de docenten dan minder goed gekend zouden hebben? Ik denk het niet. We zouden elkaar tijdens toffe borrels en dansavonden hebben ontmoet. En natuurlijk bij tijd en wijle bij een spectaculair hoor- of uitdagend werkcollege. En dat afgewisseld met af en toe een studiereis, hackathon, discussieavond of game.

 Want niets is zo demotiverend als gebrek aan afwisseling of keuzemogelijkheid...

Deze blog verscheen eerder hier en is geschreven voor het TLC. Het is een reactie op het besluit van ons CvB om de studenten te verplichten fysiek de colleges bij te wonen.

vrijdag 17 juni 2022

De overige bijdragen op de OEGlobal


Naast de Nederlandse bijdragen en die van de ENOEL heb ik uiteraard ook presentaties van andere landen en gremia bijgewoond; daarvoor ga je immers naar een congres op wereldniveau! Hieronder een greep uit hetgeen ik gevolgd heb.



Naast keynote 1 en keynote 3 was ik vooral onder de indruk van de presentatie van Gino Fransman. Hij betoogde dat de OER-beweging zeer geholpen zou zijn met het inzetten van studenten als influencers. Om de studenten hierin op te leiden is er op zijn universiteit (de Nelson Mandela University) een cursus opgezet: Becoming an Open Education Influencer, oftewel BOEI. Eén van de technieken die ingezet wordt is het verspreiden van voorwerpen (het voorbeeld tijdens de presentatie was tasjes en petjes van de Nelson Mandela University) in de ruimte en het publiek te vragen daar een selfie mee te maken en daarna op Twitter met bijpassende hastag te delen, iets waar we uiteraard massaal gehoor aan gegeven hebben. 

Selfie met open education champion
Antonio Martinez-Arboleda








Verder waren er nog wat mooie Europese initiatieven als Encore + (European Network for Catalysing Open Resources in Education), dat met Erasmusgelden is opgezet en grote ambities heeft, zoals bijvoorbeeld het opzetten van een Europees OER ecosysteem. Want verspreid over Europa gebeurt er al heel veel aan Open Education, maar zij willen deze initiatieven aan elkaar knopen. Ze werken langs vier themalijnen en zo was hun workshop ook opgezet: aan vier tafels werd er over elk van deze thema's afzonderlijk gediscussieerd en konden ideeën ingebracht worden. Ik vond het leuk om bijvoorbeeld ook eens over businessmodels rond OER na te denken. Ook heb ik kennisgemaakt met de ICDE: de International Council for Open and Distance Education, waar ik het bestaan niet van kende. Dat is het mooie van zo'n congres, dat je naast de presentaties ook heel veel kennis van de bestaande netwerken krijgt.

Duitsland is ondertussen ook goed bezig, zo leerde ik in Nantes. Bij de TIB is het prachtige initiatief OERSI ontstaan: een Duitse repository van open leermaterialen (nu al 38.000) die alle repository's van de Duitse deelstaten met behulp van GitLab (open source) aan elkaar heeft verbonden. Deze zou eventueel ook uitgebreid kunnen worden naar een Europese repository. Het probleem van de meertaligheid zou dan opgelost kunnen worden door de trefwoorden door Wikidata te halen. Is dat mooi of niet? De afkorting OERSI staat overigens voor Open Educational Resources Search Index. Trots op de bibliotheken. You go, oftewel du gehst, Axel Klinger!

Bij de TIB doen ze trouwens nog meer toffe dingen, zoals het maken van een (open) handboek over IT in bibliotheeksystemen met behulp van boeksprints. Daar had ik van ons ENOEL-lid Lambert Heller al van gehoord.

Nog meer Duitsland: de presentatie van Benjamin Heurig en Bence Lukács over de weg naar de open universiteit: een docentenprofessionaliseringsproject als aanjager van innovatie op de universiteit van Passau. Dat project, dat nog steeds loopt, heet Skill.de: Strategien zur Kompetenzentwicklung: Innovative Lehrformate in der Lehrerbildung, digitally enhanced. Het heeft gezorgd voor een enorm frisse wind op de campus. Er wordt veel gewerkt met studentmedewerkers en er is een nadrukkelijke samenwerking met de maatschappij. Hun materiaal staat op de VHB (de Vritual University Bavaria, een samenwerkingsverband van de universiteiten van Beieren; mooi dat ze hier ook de open cursussen die in voorbereiding zijn aankondigen).

En uiteraard waren ook United Kingdom en Spanje present. Javiera Atenas en Gema Santos-Hermosa presenteerden hun bevindingen rondom bibliotheken en open knowledge. Zij hebben onder andere onderzoek gedaan naar OER-elementen in de bibliotheekopleidingen en vonden dat daar in het geheel geen aandacht voor is, terwijl 70% van de Open Education activiteiten door bibliotheekmensen wordt gedaan. Bibliotheekmedewerkers zijn dus niet opgeleid voor het vele werk dat ze op dit gebied verrichten en krijgen er ook vaak de erkenning niet voor.

Gelukkig is ENOEL deze lacune aan het vullen door het maken van een OER learning path for librarians

Ik vond het trouwens leuk om Javiera eens in het echt te ontmoeten; wij hebben de voorbeelden uit het boek open data as open educational resources van haar en Leo Havemann gebruikt voor ons UDIT-project.



Een mooie presentatie was ook die van Christina Riehman-Murphy en Brian McGeary van de Pennsylvania State University, Amerika dus. Zij hebben een roadmap voor open pedagogy gemaakt. Mooi werk en goed om de studenten serieus te nemen, niet alleen als consumenten, maar ook als producenten van kennis. De beide sprekers houden zich respectievelijk bezig met OAER (Open and Affordable Educational Resources) en ACT (Affordable Course Transformation).

En last but not least was er nog een presentatie van Glenda Cox en Bianca Masuku van de University of Capetown over open Textbooks en het tegengaan van sociale ongelijkheid. Zij betoogden dat samenwerken aan open textbooks mét studenten prima resultaten kan opleveren en dit ook de manier van lesgeven kan beïnvloeden. Bij hun textbooks wordt er veel gebruik gemaakt van multimedia, wat ze extra aantrekkelijk maakt.

Al met al een rijk congres! En jammer dat ik niet alle lezingen heb kunnen volgen, maar de papers bekijken kan natuurlijk altijd, al weet ik nu al dat dat niet gaat gebeuren, er moet ook wel eens wat GEDAAN worden.

Wel leuk om terug te kijken: terugblikfilmpjes door verschillende deelnemers, waaronder Paola en Mira.
En goed om terug te blikken: de blog van SURF naar aanleiding van de bevindingen van de Nederlandse deelnemers.

dinsdag 14 juni 2022

De Nederlandse bijdragen op de OEGlobal

Wat open education betreft, doen we het als tulpenlandje lang niet slecht. Er wordt bijvoorbeeld met bewondering naar onze nationale platformen voor open leermaterialen (Edusources voor het hoger onderwijs en Wikiwijs voor het primair en voortgezet onderwijs) gekeken en zoals op het congres bleek: er worden voor het overige ook prachtige intitiatieven ontplooid - ik kende ze lang niet allemaal.

Laten we eens beginnen bij het MBO. Daar doen Pascal Koole (zie hier haar eigen reflectie op haar lezing en het congres) en Menno de Waal goede zaken voor de ROC's. Zij hebben veel leermaterialen in de vorm van video's en e-learningmodules (die laatste met de open source auteurstool Xerte) gemaakt voor hun studenten en hen daardoor veel kosten bespaard: studieboeken en toegang tot commerciële digitale leerpleinen zijn een serieuze hobbel voor deze studenten. Veelal worden de studenten en/of bedrijven in de buurt betrokken bij het maken van dit leermateriaal, waardoor het heel eigen voelt en elke partij erbij betrokken is. Ze hebben daar echt fantastisch werk  verricht. Zelf vinden ze dat ze nog een beetje op de landingsbaan aan het taxiën zijn en ze nog moeten opstijdgen, maar ik vond het allemaal zeer indrukwekkend. En dan heb ik nog niets gezegd over hun originele presentatie: tijdens de lezing mochten er - alsof het analoge tweets waren - papieren vliegtuigjes met daarop vragen geschreven naar de presentatoren gegooid worden. Dat gaf een leuke dynamiek.

Daarna was het de beurt aan Sjors Keijzer en Cees van Gent van de VU met hun interactive learning paths, waarbij ze al het materiaal dat bij een cursus hoort in één overzichtelijk document bij elkaar zetten (met links). Gewoonlijk staat dat materiaal namelijk her en der verspreid in het LMS, kennisclipplatform, persoonlijke drives en openbar op het net. 

Supermakkelijk en duidelijk voor zowel docent als student.

Wat de UB daar aan heeft? De literatuur wordt beter gebruikt en de kosten voor eventuele boetes worden bespaard. Ook wordt de functie van de UB duidelijk gemaakt: die is er voor save - structure - share!

Michiel de Jong verzorgde de presentatie van de op-het-gebied-van-openeducation-zeer-goed-presterende TU Delft: een lichtend voorbeeld voor ons allemaal: ze hebben een officieel vastgesteld OER-beleid, talloze MOOCs en open textbooks. Dat daargelaten: ze werken ook heel intensief samen met studenten en laten deze actief participeren. Eerst overleggen ze met hen en de docenten: wat zijn jullie obstakels? Daar komen dan allerlei dingen uit, zoals:

- de studenten willen geen cursusboek kopen (en vooral niet als er maar 1 hoofdstuk uit gebruikt wordt)

- het aanbod van wetenschappelijke literatuur via de uitgevers is enorm duur en inflexibel

- de studenten moeten eigenaarschap over hun leren nemen

- de docenten ervaren een enorme werkdruk

- de docenten krijgen weinig waardering voor hun onderwijs

Daar gaan ze dan mee aan de slag en Michiel lichtte er twee mooie voorbeelden van zeer geslaagde projecten uit: 

1. Een project waarbij in plaats van de docenten de studenten via het deelplatform-met-game-elementen Stack Overflow de (met name eerste- en tweedejaars) vragen die bij de collegestof horen,  beantwoorden. Waarom? Omdat de opleiding (Computer Science & Engineering) exponentieel hard groeide en de docenten het niet meer voor elkaar kregen om alle vragen van de studenten te beantwoorden. De studenten hebben ondertussen trouwens ook voordeel bij deze aanpak: het vergroot het zelfvertrouwen, communityvorming en betrokkenheid bij de opleiding en leerstof enorm. Dit wordt versterkt door het competitie-element van het platform: je kunt reputatiepunten en badges verdienen.

Tijdens de Open Education Week heeft docent Stefan Hugtenburg hier een blogpost over geschreven. Hij raadt docenten van andere vakgebieden aan deze manier van werken ook eens te proberen, maar dan niet per se via Stack Overflow, dat gericht is op programmeurs, maar Stack Exchange, waar wiskundigen, chemici, wielrenenthousiastelingen en musici met elkaar in gesprek gaan/ elkaars vragen beantwoorden.

2. Het gebruiken van OER-principes bij het multidisciplinaire vak Nanobiologie van de TU Delft en de Erasmusuniveristeit, waarbij studenten leren om natuurkundige principes toe te passen op op biologische en medische problemen. De uitdagingen in dit project waren om het gebruik van verschillende (soorten) literatuurbronnen en jargon bij beide vakgebieden te overbruggen. Dit heeft men gedaan door het samen met studenten en de bibliotheek bij elkaar zoeken van geschikte openbaar toegankelijke bronnen én zelf open textbooks te ontwikkelen. Al gauw bleek echter dat inhoud alleen niet genoeg was; er moest ook beeldmateriaal ontwikkeld worden. Hiervoor werden met succes studenten van de designopleiding ingehuurd; ook voor hen was het - naast dat ze ervoor betaald kregen - een leerzaam en voldoeninggevend project. Docent Timon Idema heeft er samen met de rest van de crew in de Open Eduction Week een blogpost over geschreven. 

Enorm interessant deze twee projecten.

Robert Schuwer (de 'OER-goeroe') en Ben Janssen benadrukken in hun presentatie dat het bij OER vooral om eigenaarschap draait: wie voelt zich verantwoordelijk voor het materiaal en zorgt ervoor dat het up-to-date blijft? Als niemand dat eigenaarschap op zich neemt, veroudert het materiaal binnen afzienbare tijd en wordt het al gauw onbruikbaar; dat is jammer van alle moeite die erin gestoken is. Zij pleitten voor het community-based model, met het liefst ook studenten aan boord, zodat de betrokkenheid bij en  eigenaarschap van het materiaal geborgd is. Bovendien: als succesvolle community's mooie producten voortbrengen, zal dit al snel de aandacht van het management trekken, waardoor ze eerder gesteund zullen worden of blijven en als een voorbeeld voor de rest van de faculteit gepresenteerd zullen worden.

Jan-Bart, die vanuit Kennisnet verantwoordelijk is voor Wikiwijs, Edurep en MetaPlus, brak een lans voor het maken van een kwaliteitsmodel door de community. Deze moet zich afvragen wat kwaliteit volgens hen betekent. Wanneer kan leermateriaal dat op de nominatie staat om in de collectie opgenomen te worden volgens de leden een kwaliteitsstempel krijgen? Ook waardering is belangrijk. Er zijn bijvoorbeeld wel eens cakes verstuurd naar scholen die uitzonderlijk goed materiaal aangeleverd hadden. In Wikewijs kan ingesteld worden dat er bijvoorbeeld door het instellen van een alert een seintje aan de maker gegeven wordt als er materiaal gedownload of veranderd wordt. Zijn pleidooi: via co-creatie wordt het materiaal vaak behoorlijk veel beter en kunnen we afscheid nemen van het individuele amateurcircus.

De volgende presentatie was van Robert (ja, alweer hij, ik zei toch dat hij een goeroe was?) en Marja Versantvoort. Zij vertelden over het zeer succesvolle verpleegkundeproject, dat al jaren loopt en veel subsidie heeft binnengehaald. Het is een schoolvoorbeeld van hoe een OER-community zou moeten werken. 

Ze benadrukten dat ook hier het kwaliteitsmodel en de beloning (geen cake maar chocolade en sterretjes op de site) heel belangrijk zijn geweest. Het kwaliteitsmodel werkte twee kanten op, namelijk ten eerste dat het werkte als een zeef en dus alleen het goede materiaal overbleef en ten tweede dat het de maker zelfvertrouwen gaf ('dus het materiaal dat ik gemaakt heb is goed genoeg om openbaar gedeeld en door anderen gebruikt te worden'). 


En als laatste was het de beurt aan Leontien van Rossum, die de zogenaamde KiesWijzer presenteerde. In deze tool, die de vorm van een wiel heeft en verdeeld is in zes vakken, kun je leermaterialen koppelen aan leerdoelen. Dus als je een bepaald doel met je les hebt (je wilt je studenten bijvoorbeeld leren samenvatten), dan kun je via het wiel het juiste digitale leermiddel daarbij vinden. En dat is dan niet zo maar een suggestie, maar een suggestie die gebaseerd is op een wetenschappelijk artikel, dat erbij vermeld wordt en waarnaar je door kunt klikken. Handig!


Naast deze presentaties waren er nog meer Nederlandse bijdragen, maar die heb ik helaas gemist. Aantekening voor mezelf: mezelf de volgende keer in tweeën splitsen!

Lees ook:

De Nederlandse delegatie in Nantes

De ENOEL-sessies op de OEGlobal

Open Education en het DNA van de universiteit van Nantes

maandag 6 juni 2022

Open education en het DNA van de universiteit van Nantes


De derde keynote van het congres was de rector van de universiteit van Nantes. Hoewel niet aangekondigd, bij alle andere lezingen stond de taal wél vermeld, toch was de presentatie in het Frans. Ik had dat niet verwacht, omdat ze bij de opening van het congres zeer goed Engels sprak. En uiteindelijk was het Frans ook wel goed te volgen door het vele jargon en de met behulp van AI gegenereerde wordclouds in vier talen die permanent getoond werden.
Het kwam er op neer dat je met het cocreatiemodel zó veel meer kunt bereiken dan met het competitiemodel, en dat het ook eerlijker en duurzamer is.

Een mooi voorbeeld van hoe je als universiteit gewoon kunt uitdragen dat je resoluut vóór open education bent.

Je wordt toch spontaan vrolijk als je alleen al de abstract van haar presentatie hieronder leest? Ik denk dat ons CvB heel snel een keer de trein naar Nantes moet pakken!

Nantes University is an excellent, sustainable and open university. Openness is in its DNA, its statutes affirm: “The development of knowledge commons is a key element of social progress. Anxious to contribute to this essential objective, Nantes University is resolutely committed to open science, open educational resources and open innovation in order to make knowledge accessible to all”. Why make Nantes University an open university? How to share knowledge more widely? This talk will be an opportunity to discuss how a university can make a concrete commitment in promoting the sharing of knowledge.

Maar, zoals Michiel de Jong van de Universiteit van Delft, die open education óók prominent in haar beleidspan heeft staan, in zijn presentatie beweerde: 'systematic change does not happen by signing policies'. En daar heeft hij absoluut gelijk in. De boots on the ground zijn een noodzakelijke voorwaarde.

Maar toch zou ik willen dat onze universiteit een voorbeeld zou nemen aan bijvoorbeeld het filmpje van de universiteit van Leeds:

vrijdag 3 juni 2022

De ENOEL-sessies op de OEGlobal

De OEGlobal was dé gelegenheid om eindelijk eens live kennis te maken met de fantástische mensen van de ENOEL(European Network of Open Education Librarians)-groep, iets waar we al 2 jaar al zoomend naar uitgekeken hadden. En zoals verwacht was het de communitymanager van deze groep, Paola Corti, die de meteen opviel door haar enthousiasme, energie en hartelijkheid. En haar leuke kleding (noblesse oblige, ze komt uit Milaan). Maar het was ook heel fijn de andere mensen (of tenminste een deel ervan) live mee te maken: Vanessa Proudman (directeur van SPARC Europe), Gema Santos-HermosaJulie Kiersgaard Lyngsfeldt, Mira Zhuk en Marjan Groenouwe. Die laatste twee had ik ook al als prominente leden vqn de Nederlandse delegatie leren kennen.

Paola had de meeste presentaties op de OEG, een stuk of drie als ik goed geteld heb. Eén van deze presentaties hebben we samen gedaan en ging over (het vertalen van) de ENOEL-toolkit. Die werd - terecht - met zeer veel goedkeuring ontvangen: fijn dat zo'n mooie toolkit ook eens in andere talen dan het Engels beschikbaar werd gesteld was de communis opinio. Heel inclusief!


Met Gema gaf ze een presentatie over het rapport Open Education in European Libraries of Higer Education: A little less conversation, a little more action, please! Turning SPARC Europe's report “Open Education in European Libraries of Higher Education” recommendations into reality. In deze sessie werden de deelnemers (helaas in te korte tijd; een uur ervoor hadden ze te horen gekregen dat ze hun workshop in de helft van de tijd moesten doen) onder andere gevraagd PRAKTISCHE voorbeelden die meteen uitgevoerd zouden kunnen worden te geven bij de top 10 aanbevelingen van het rapport.


Ook leidde zij het OE café met als 'gasten aan tafel' 4 van de Open Education Champions (Jacques Dang, Antonio Martinez-Arboleda, professor Ebba Ossiannilsson en onze eigen Robert Schuwer. De naam van de sessie was Bringing home the message: Europe's OE Champions discuss the UNESCO OER Recommendation.
De kampioenen spraken uiteraard wijze woorden over Open Education en hoe je dit concept het best geïmplementeerd kunt krijgen en groot kunt maken. Een paar punten die gemaakt werden:
- de gemeeenschap van open educators is belangrijk om wél geïnspireerd, maar niet geïsoleerd te raken 
- benut meteen je kans als je een mogelijkheid ziet voor Open Education
- buig om naar OE als het kan
- kies voor een lange-termijn oplossing, geen projecten van 2 of 3 jaar, 
- zorg voor een 'education cloud'; als we allemaal samenwerken als hoger-onderwijsinstellingen, dan kunnen we groter worden dan Amazon en consorten
- synergie is belangrijk: werk samen als universiteiten en laat de wetenschappers zien hoe belangrijk het openstellen van hun onderwijs voor hun carrieres is
- zorg voor VINDBAARHEID: het grootste probleem van OER is dat het te versnipperd op het web staat: geen eilandjes aan repositories bouwen en ze op z'n minst aan elkaar koppelen

De interviews met de OE champions (13 in totaal, die waren helaas niet allemaal aanwezig) vind je trouwens hier. Maar als je liever alleen de trailer kijkt, kan dat ook natuurlijk: