vrijdag 17 juni 2022

De overige bijdragen op de OEGlobal


Naast de Nederlandse bijdragen en die van de ENOEL heb ik uiteraard ook presentaties van andere landen en gremia bijgewoond; daarvoor ga je immers naar een congres op wereldniveau! Hieronder een greep uit hetgeen ik gevolgd heb.



Naast keynote 1 en keynote 3 was ik vooral onder de indruk van de presentatie van Gino Fransman. Hij betoogde dat de OER-beweging zeer geholpen zou zijn met het inzetten van studenten als influencers. Om de studenten hierin op te leiden is er op zijn universiteit (de Nelson Mandela University) een cursus opgezet: Becoming an Open Education Influencer, oftewel BOEI. Eén van de technieken die ingezet wordt is het verspreiden van voorwerpen (het voorbeeld tijdens de presentatie was tasjes en petjes van de Nelson Mandela University) in de ruimte en het publiek te vragen daar een selfie mee te maken en daarna op Twitter met bijpassende hastag te delen, iets waar we uiteraard massaal gehoor aan gegeven hebben. 

Selfie met open education champion
Antonio Martinez-Arboleda








Verder waren er nog wat mooie Europese initiatieven als Encore + (European Network for Catalysing Open Resources in Education), dat met Erasmusgelden is opgezet en grote ambities heeft, zoals bijvoorbeeld het opzetten van een Europees OER ecosysteem. Want verspreid over Europa gebeurt er al heel veel aan Open Education, maar zij willen deze initiatieven aan elkaar knopen. Ze werken langs vier themalijnen en zo was hun workshop ook opgezet: aan vier tafels werd er over elk van deze thema's afzonderlijk gediscussieerd en konden ideeën ingebracht worden. Ik vond het leuk om bijvoorbeeld ook eens over businessmodels rond OER na te denken. Ook heb ik kennisgemaakt met de ICDE: de International Council for Open and Distance Education, waar ik het bestaan niet van kende. Dat is het mooie van zo'n congres, dat je naast de presentaties ook heel veel kennis van de bestaande netwerken krijgt.

Duitsland is ondertussen ook goed bezig, zo leerde ik in Nantes. Bij de TIB is het prachtige initiatief OERSI ontstaan: een Duitse repository van open leermaterialen (nu al 38.000) die alle repository's van de Duitse deelstaten met behulp van GitLab (open source) aan elkaar heeft verbonden. Deze zou eventueel ook uitgebreid kunnen worden naar een Europese repository. Het probleem van de meertaligheid zou dan opgelost kunnen worden door de trefwoorden door Wikidata te halen. Is dat mooi of niet? De afkorting OERSI staat overigens voor Open Educational Resources Search Index. Trots op de bibliotheken. You go, oftewel du gehst, Axel Klinger!

Bij de TIB doen ze trouwens nog meer toffe dingen, zoals het maken van een (open) handboek over IT in bibliotheeksystemen met behulp van boeksprints. Daar had ik van ons ENOEL-lid Lambert Heller al van gehoord.

Nog meer Duitsland: de presentatie van Benjamin Heurig en Bence Lukács over de weg naar de open universiteit: een docentenprofessionaliseringsproject als aanjager van innovatie op de universiteit van Passau. Dat project, dat nog steeds loopt, heet Skill.de: Strategien zur Kompetenzentwicklung: Innovative Lehrformate in der Lehrerbildung, digitally enhanced. Het heeft gezorgd voor een enorm frisse wind op de campus. Er wordt veel gewerkt met studentmedewerkers en er is een nadrukkelijke samenwerking met de maatschappij. Hun materiaal staat op de VHB (de Vritual University Bavaria, een samenwerkingsverband van de universiteiten van Beieren; mooi dat ze hier ook de open cursussen die in voorbereiding zijn aankondigen).

En uiteraard waren ook United Kingdom en Spanje present. Javiera Atenas en Gema Santos-Hermosa presenteerden hun bevindingen rondom bibliotheken en open knowledge. Zij hebben onder andere onderzoek gedaan naar OER-elementen in de bibliotheekopleidingen en vonden dat daar in het geheel geen aandacht voor is, terwijl 70% van de Open Education activiteiten door bibliotheekmensen wordt gedaan. Bibliotheekmedewerkers zijn dus niet opgeleid voor het vele werk dat ze op dit gebied verrichten en krijgen er ook vaak de erkenning niet voor.

Gelukkig is ENOEL deze lacune aan het vullen door het maken van een OER learning path for librarians

Ik vond het trouwens leuk om Javiera eens in het echt te ontmoeten; wij hebben de voorbeelden uit het boek open data as open educational resources van haar en Leo Havemann gebruikt voor ons UDIT-project.



Een mooie presentatie was ook die van Christina Riehman-Murphy en Brian McGeary van de Pennsylvania State University, Amerika dus. Zij hebben een roadmap voor open pedagogy gemaakt. Mooi werk en goed om de studenten serieus te nemen, niet alleen als consumenten, maar ook als producenten van kennis. De beide sprekers houden zich respectievelijk bezig met OAER (Open and Affordable Educational Resources) en ACT (Affordable Course Transformation).

En last but not least was er nog een presentatie van Glenda Cox en Bianca Masuku van de University of Capetown over open Textbooks en het tegengaan van sociale ongelijkheid. Zij betoogden dat samenwerken aan open textbooks mét studenten prima resultaten kan opleveren en dit ook de manier van lesgeven kan beïnvloeden. Bij hun textbooks wordt er veel gebruik gemaakt van multimedia, wat ze extra aantrekkelijk maakt.

Al met al een rijk congres! En jammer dat ik niet alle lezingen heb kunnen volgen, maar de papers bekijken kan natuurlijk altijd, al weet ik nu al dat dat niet gaat gebeuren, er moet ook wel eens wat GEDAAN worden.

Wel leuk om terug te kijken: terugblikfilmpjes door verschillende deelnemers, waaronder Paola en Mira.
En goed om terug te blikken: de blog van SURF naar aanleiding van de bevindingen van de Nederlandse deelnemers.

dinsdag 14 juni 2022

De Nederlandse bijdragen op de OEGlobal

Wat open education betreft, doen we het als tulpenlandje lang niet slecht. Er wordt bijvoorbeeld met bewondering naar onze nationale platformen voor open leermaterialen (Edusources voor het hoger onderwijs en Wikiwijs voor het primair en voortgezet onderwijs) gekeken en zoals op het congres bleek: er worden voor het overige ook prachtige intitiatieven ontplooid - ik kende ze lang niet allemaal.

Laten we eens beginnen bij het MBO. Daar doen Pascal Koole (zie hier haar eigen reflectie op haar lezing en het congres) en Menno de Waal goede zaken voor de ROC's. Zij hebben veel leermaterialen in de vorm van video's en e-learningmodules (die laatste met de open source auteurstool Xerte) gemaakt voor hun studenten en hen daardoor veel kosten bespaard: studieboeken en toegang tot commerciële digitale leerpleinen zijn een serieuze hobbel voor deze studenten. Veelal worden de studenten en/of bedrijven in de buurt betrokken bij het maken van dit leermateriaal, waardoor het heel eigen voelt en elke partij erbij betrokken is. Ze hebben daar echt fantastisch werk  verricht. Zelf vinden ze dat ze nog een beetje op de landingsbaan aan het taxiën zijn en ze nog moeten opstijdgen, maar ik vond het allemaal zeer indrukwekkend. En dan heb ik nog niets gezegd over hun originele presentatie: tijdens de lezing mochten er - alsof het analoge tweets waren - papieren vliegtuigjes met daarop vragen geschreven naar de presentatoren gegooid worden. Dat gaf een leuke dynamiek.

Daarna was het de beurt aan Sjors Keijzer en Cees van Gent van de VU met hun interactive learning paths, waarbij ze al het materiaal dat bij een cursus hoort in één overzichtelijk document bij elkaar zetten (met links). Gewoonlijk staat dat materiaal namelijk her en der verspreid in het LMS, kennisclipplatform, persoonlijke drives en openbar op het net. 

Supermakkelijk en duidelijk voor zowel docent als student.

Wat de UB daar aan heeft? De literatuur wordt beter gebruikt en de kosten voor eventuele boetes worden bespaard. Ook wordt de functie van de UB duidelijk gemaakt: die is er voor save - structure - share!

Michiel de Jong verzorgde de presentatie van de op-het-gebied-van-openeducation-zeer-goed-presterende TU Delft: een lichtend voorbeeld voor ons allemaal: ze hebben een officieel vastgesteld OER-beleid, talloze MOOCs en open textbooks. Dat daargelaten: ze werken ook heel intensief samen met studenten en laten deze actief participeren. Eerst overleggen ze met hen en de docenten: wat zijn jullie obstakels? Daar komen dan allerlei dingen uit, zoals:

- de studenten willen geen cursusboek kopen (en vooral niet als er maar 1 hoofdstuk uit gebruikt wordt)

- het aanbod van wetenschappelijke literatuur via de uitgevers is enorm duur en inflexibel

- de studenten moeten eigenaarschap over hun leren nemen

- de docenten ervaren een enorme werkdruk

- de docenten krijgen weinig waardering voor hun onderwijs

Daar gaan ze dan mee aan de slag en Michiel lichtte er twee mooie voorbeelden van zeer geslaagde projecten uit: 

1. Een project waarbij in plaats van de docenten de studenten via het deelplatform-met-game-elementen Stack Overflow de (met name eerste- en tweedejaars) vragen die bij de collegestof horen,  beantwoorden. Waarom? Omdat de opleiding (Computer Science & Engineering) exponentieel hard groeide en de docenten het niet meer voor elkaar kregen om alle vragen van de studenten te beantwoorden. De studenten hebben ondertussen trouwens ook voordeel bij deze aanpak: het vergroot het zelfvertrouwen, communityvorming en betrokkenheid bij de opleiding en leerstof enorm. Dit wordt versterkt door het competitie-element van het platform: je kunt reputatiepunten en badges verdienen.

Tijdens de Open Education Week heeft docent Stefan Hugtenburg hier een blogpost over geschreven. Hij raadt docenten van andere vakgebieden aan deze manier van werken ook eens te proberen, maar dan niet per se via Stack Overflow, dat gericht is op programmeurs, maar Stack Exchange, waar wiskundigen, chemici, wielrenenthousiastelingen en musici met elkaar in gesprek gaan/ elkaars vragen beantwoorden.

2. Het gebruiken van OER-principes bij het multidisciplinaire vak Nanobiologie van de TU Delft en de Erasmusuniveristeit, waarbij studenten leren om natuurkundige principes toe te passen op op biologische en medische problemen. De uitdagingen in dit project waren om het gebruik van verschillende (soorten) literatuurbronnen en jargon bij beide vakgebieden te overbruggen. Dit heeft men gedaan door het samen met studenten en de bibliotheek bij elkaar zoeken van geschikte openbaar toegankelijke bronnen én zelf open textbooks te ontwikkelen. Al gauw bleek echter dat inhoud alleen niet genoeg was; er moest ook beeldmateriaal ontwikkeld worden. Hiervoor werden met succes studenten van de designopleiding ingehuurd; ook voor hen was het - naast dat ze ervoor betaald kregen - een leerzaam en voldoeninggevend project. Docent Timon Idema heeft er samen met de rest van de crew in de Open Eduction Week een blogpost over geschreven. 

Enorm interessant deze twee projecten.

Robert Schuwer (de 'OER-goeroe') en Ben Janssen benadrukken in hun presentatie dat het bij OER vooral om eigenaarschap draait: wie voelt zich verantwoordelijk voor het materiaal en zorgt ervoor dat het up-to-date blijft? Als niemand dat eigenaarschap op zich neemt, veroudert het materiaal binnen afzienbare tijd en wordt het al gauw onbruikbaar; dat is jammer van alle moeite die erin gestoken is. Zij pleitten voor het community-based model, met het liefst ook studenten aan boord, zodat de betrokkenheid bij en  eigenaarschap van het materiaal geborgd is. Bovendien: als succesvolle community's mooie producten voortbrengen, zal dit al snel de aandacht van het management trekken, waardoor ze eerder gesteund zullen worden of blijven en als een voorbeeld voor de rest van de faculteit gepresenteerd zullen worden.

Jan-Bart, die vanuit Kennisnet verantwoordelijk is voor Wikiwijs, Edurep en MetaPlus, brak een lans voor het maken van een kwaliteitsmodel door de community. Deze moet zich afvragen wat kwaliteit volgens hen betekent. Wanneer kan leermateriaal dat op de nominatie staat om in de collectie opgenomen te worden volgens de leden een kwaliteitsstempel krijgen? Ook waardering is belangrijk. Er zijn bijvoorbeeld wel eens cakes verstuurd naar scholen die uitzonderlijk goed materiaal aangeleverd hadden. In Wikewijs kan ingesteld worden dat er bijvoorbeeld door het instellen van een alert een seintje aan de maker gegeven wordt als er materiaal gedownload of veranderd wordt. Zijn pleidooi: via co-creatie wordt het materiaal vaak behoorlijk veel beter en kunnen we afscheid nemen van het individuele amateurcircus.

De volgende presentatie was van Robert (ja, alweer hij, ik zei toch dat hij een goeroe was?) en Marja Versantvoort. Zij vertelden over het zeer succesvolle verpleegkundeproject, dat al jaren loopt en veel subsidie heeft binnengehaald. Het is een schoolvoorbeeld van hoe een OER-community zou moeten werken. 

Ze benadrukten dat ook hier het kwaliteitsmodel en de beloning (geen cake maar chocolade en sterretjes op de site) heel belangrijk zijn geweest. Het kwaliteitsmodel werkte twee kanten op, namelijk ten eerste dat het werkte als een zeef en dus alleen het goede materiaal overbleef en ten tweede dat het de maker zelfvertrouwen gaf ('dus het materiaal dat ik gemaakt heb is goed genoeg om openbaar gedeeld en door anderen gebruikt te worden'). 


En als laatste was het de beurt aan Leontien van Rossum, die de zogenaamde KiesWijzer presenteerde. In deze tool, die de vorm van een wiel heeft en verdeeld is in zes vakken, kun je leermaterialen koppelen aan leerdoelen. Dus als je een bepaald doel met je les hebt (je wilt je studenten bijvoorbeeld leren samenvatten), dan kun je via het wiel het juiste digitale leermiddel daarbij vinden. En dat is dan niet zo maar een suggestie, maar een suggestie die gebaseerd is op een wetenschappelijk artikel, dat erbij vermeld wordt en waarnaar je door kunt klikken. Handig!


Naast deze presentaties waren er nog meer Nederlandse bijdragen, maar die heb ik helaas gemist. Aantekening voor mezelf: mezelf de volgende keer in tweeën splitsen!

Lees ook:

De Nederlandse delegatie in Nantes

De ENOEL-sessies op de OEGlobal

Open Education en het DNA van de universiteit van Nantes

maandag 6 juni 2022

Open education en het DNA van de universiteit van Nantes


De derde keynote van het congres was de rector van de universiteit van Nantes. Hoewel niet aangekondigd, bij alle andere lezingen stond de taal wél vermeld, toch was de presentatie in het Frans. Ik had dat niet verwacht, omdat ze bij de opening van het congres zeer goed Engels sprak. En uiteindelijk was het Frans ook wel goed te volgen door het vele jargon en de met behulp van AI gegenereerde wordclouds in vier talen die permanent getoond werden.
Het kwam er op neer dat je met het cocreatiemodel zó veel meer kunt bereiken dan met het competitiemodel, en dat het ook eerlijker en duurzamer is.

Een mooi voorbeeld van hoe je als universiteit gewoon kunt uitdragen dat je resoluut vóór open education bent.

Je wordt toch spontaan vrolijk als je alleen al de abstract van haar presentatie hieronder leest? Ik denk dat ons CvB heel snel een keer de trein naar Nantes moet pakken!

Nantes University is an excellent, sustainable and open university. Openness is in its DNA, its statutes affirm: “The development of knowledge commons is a key element of social progress. Anxious to contribute to this essential objective, Nantes University is resolutely committed to open science, open educational resources and open innovation in order to make knowledge accessible to all”. Why make Nantes University an open university? How to share knowledge more widely? This talk will be an opportunity to discuss how a university can make a concrete commitment in promoting the sharing of knowledge.

Maar, zoals Michiel de Jong van de Universiteit van Delft, die open education óók prominent in haar beleidspan heeft staan, in zijn presentatie beweerde: 'systematic change does not happen by signing policies'. En daar heeft hij absoluut gelijk in. De boots on the ground zijn een noodzakelijke voorwaarde.

Maar toch zou ik willen dat onze universiteit een voorbeeld zou nemen aan bijvoorbeeld het filmpje van de universiteit van Leeds:

vrijdag 3 juni 2022

De ENOEL-sessies op de OEGlobal

De OEGlobal was dé gelegenheid om eindelijk eens live kennis te maken met de fantástische mensen van de ENOEL(European Network of Open Education Librarians)-groep, iets waar we al 2 jaar al zoomend naar uitgekeken hadden. En zoals verwacht was het de communitymanager van deze groep, Paola Corti, die de meteen opviel door haar enthousiasme, energie en hartelijkheid. En haar leuke kleding (noblesse oblige, ze komt uit Milaan). Maar het was ook heel fijn de andere mensen (of tenminste een deel ervan) live mee te maken: Vanessa Proudman (directeur van SPARC Europe), Gema Santos-HermosaJulie Kiersgaard Lyngsfeldt, Mira Zhuk en Marjan Groenouwe. Die laatste twee had ik ook al als prominente leden vqn de Nederlandse delegatie leren kennen.

Paola had de meeste presentaties op de OEG, een stuk of drie als ik goed geteld heb. Eén van deze presentaties hebben we samen gedaan en ging over (het vertalen van) de ENOEL-toolkit. Die werd - terecht - met zeer veel goedkeuring ontvangen: fijn dat zo'n mooie toolkit ook eens in andere talen dan het Engels beschikbaar werd gesteld was de communis opinio. Heel inclusief!


Met Gema gaf ze een presentatie over het rapport Open Education in European Libraries of Higer Education: A little less conversation, a little more action, please! Turning SPARC Europe's report “Open Education in European Libraries of Higher Education” recommendations into reality. In deze sessie werden de deelnemers (helaas in te korte tijd; een uur ervoor hadden ze te horen gekregen dat ze hun workshop in de helft van de tijd moesten doen) onder andere gevraagd PRAKTISCHE voorbeelden die meteen uitgevoerd zouden kunnen worden te geven bij de top 10 aanbevelingen van het rapport.


Ook leidde zij het OE café met als 'gasten aan tafel' 4 van de Open Education Champions (Jacques Dang, Antonio Martinez-Arboleda, professor Ebba Ossiannilsson en onze eigen Robert Schuwer. De naam van de sessie was Bringing home the message: Europe's OE Champions discuss the UNESCO OER Recommendation.
De kampioenen spraken uiteraard wijze woorden over Open Education en hoe je dit concept het best geïmplementeerd kunt krijgen en groot kunt maken. Een paar punten die gemaakt werden:
- de gemeeenschap van open educators is belangrijk om wél geïnspireerd, maar niet geïsoleerd te raken 
- benut meteen je kans als je een mogelijkheid ziet voor Open Education
- buig om naar OE als het kan
- kies voor een lange-termijn oplossing, geen projecten van 2 of 3 jaar, 
- zorg voor een 'education cloud'; als we allemaal samenwerken als hoger-onderwijsinstellingen, dan kunnen we groter worden dan Amazon en consorten
- synergie is belangrijk: werk samen als universiteiten en laat de wetenschappers zien hoe belangrijk het openstellen van hun onderwijs voor hun carrieres is
- zorg voor VINDBAARHEID: het grootste probleem van OER is dat het te versnipperd op het web staat: geen eilandjes aan repositories bouwen en ze op z'n minst aan elkaar koppelen

De interviews met de OE champions (13 in totaal, die waren helaas niet allemaal aanwezig) vind je trouwens hier. Maar als je liever alleen de trailer kijkt, kan dat ook natuurlijk:

De eerste keynote: Sian Proctor


De eerste keynotespreker op het congres was meteen een knaller. Want wie raakt er niet geïnspireerd door het verhaal van Sian Proctor? Tot haar vijftigste was Proctor namelijk nog 'gewoon' geologe, gepromoveerd en docent. Maar daarna nam haar leven letterlijk en figuurlijk een vlucht. 

Wan terwijl haar huwelijk op springen stond en de coronapandemie z'n tol eiste, keek ze wat rond op Twitter en zag daar dat er door Elon Musk een wedstrijd was uitgeschreven met als prijs een plekje op een bemande ruimtereis voor burgers. En dat was wat Sian altijd al had gewild: de ruimte in. Zij is namelijk geboren op Guan, de lanceringsbasis. Haar vader werkte daar op het moment dat Neil Armstrong de zijn reis naar de maan maakte. Als bewijs had ze een foto met het papiertje waar Armstrong haar vader bedankte voor de hulp bij zijn vlucht. Zelf had ze heel graag piloot willen worden, maar haar ogen waren niet goed genoeg, dus werd ze maar geoloog. Maar de ruimte bleef trekken.

In 2009 had ze nog wel een keer een poging gewaagd om mee te doen met een opleiding tot astronaut bij de NASA maar helaas was haar dat toen nét niet gelukt.

En toen dus ineens die kans om samen met 3 andere gewone, niet rijke burgers tóch de ruimte in te kunnen. Wat ze daarvoor moest doen was een filmpje insturen met de hastag #inspiration4contest met daarin de motivatie uitgesproken waarom ze de ruimte in zou willen. Nou, die motivatie hád ze dus tot diep in haar vezels! En die sprak ze niet zo maar uit, nee, die had ze in een gedicht verpakt; in de ruimte zouden de kunst en geest(esweteneschappen) ook een plaats moeten krijgen, was onder ander haar boodschap. iets wat ik natuurlijk zeer onderschrijf, en haar grote voorbeeld Leonardo da Vinci ook: art in science and science in art.

Haar ingezonden video kun je hier bekijken en hieronder haar gedicht (ook te vinden op haar website Space2inspire, waar je ook de foto vindt van het briefje dat Armstrong aan haar vader schreef):

You've got space

I’ve got space

We all have Space2inspire

That’s why we dream of going higher and higher

 

But what is space if you can’t breathe

Let’s stop sucking out the air of our humanity

We have a moment to sieze the light

Earth from space – both day and night

 

We have J for justice to ignite the bold

We have E for equity to cut past the old

We have D for diversity to end the fight

We have I for inclusion to try and make it right

 

A J.E.D.I. space to rally behind

A universal force so big it binds

Inspiration to change the world

A new beginning for us to hold

 

It’s not about you

It’s not about me

It’s about Space2inspire

For ALL of humanity

 

Science, Technology, Engineering and Math

Sending us out on the explorer’s path

But don’t forget the Arts – the heartbeat of time

Consider sending a poet who know how to rhyme

 

So let us drop the mic and close the capsule door

But please make sure Doctor Proctor is on board

My Space2inspire is what we need

Inspiration4 - for all of humanity!

Maar goed, ze mocht dus de ruimte in en kreeg als taak de shuttle als eerste zwarte vrouw ook te besturen. Na een gedegen opleiding natuurlijk, waar ze van elke seconde van genoten heeft. En al helemaal van haar drie dagen in de ruimte, alwaar ze het licht van de aarde vanuit de ruimte mocht aanschouwen (in plaats van het maanlicht vanaf de aarde) - wat een sensatie!

Het was een inspirerend verhaal van een bevlogen dame, waar je alleen maar respect voor kunt hebben. Wat een lef en wat een mooie manier om duidelijk te maken dat je je nooit moet laten kisten, je kansen moet pakken wanneer ze zich voordoen en je een crisis altijd moet benutten om er iets moois uit te laten groeien. Pak je j.e.d.i. - space! (just - equitable - diverse - inclusive), er is een neiuwe tijd geboren: de tijd van inclusiviteit en complementeren in plaats van exclusiviteit en competitie).

Wat dat met open education te maken heeft? De droom (van open education) die we allemaal hebben waar te maken natuurlijk! Doorgaan daar waar we denken dat het allemaal tegenzit en het 'toch wel niets zal worden'. De beloning zal namelijk groot zijn! Een j.e.d.i. space voor iedereen! Net als de NASA door middel van wereldwijde inspanning. Cocreatie in plaats van competitie!

Bekijke ook de documentaire over dit waagstukje  op Netflix (trailer) en raak ook in de ban van deze mooie vrouw: