Posts tonen met het label radboud. Alle posts tonen
Posts tonen met het label radboud. Alle posts tonen

dinsdag 3 maart 2026

Open Education Week

 

Van 2 tot en met 6 maart is het wereldwijd open education week. Dat is een prachtige week om extra aandacht te vestigen op de voordelen van open onderwijs (tijd- en kostenbesparing voor zowel de docent als de student, verhoging van flexibiliteit, levenslange beschikbaarheid van de materialen en ga zo maar door).

Maar voor mij is het als open education-projectleider elke wéék open education week. En dat is niet bedoeld als klacht, integendeel! Toegang tot onderwijsmaterialen voor iedereen is een prachtig streven waar ik helemaal achter sta, zeker als deze gemaakt zijn met publieke middelen in een rijk land. Daar wil ik me écht hard voor maken.

Wat ik daarvoor zoal doe? Eigenlijk voornamelijk zo veel mogelijk docenten proberen te laten inzien dat het in veel gevallen veel efficiënter is om goed onderwijsmateriaal te hergebruiken dan steeds maar weer zelf proberen het wiel uit te vinden. Of het samen te ontwikkelen voor een beter resultaat. Of - doe eens gek - door samen met hun studenten onderwijsmateriaal te ontwerpen. Het maakt je onderwijs interessanter, flexibeler en je kunt hier zelfs burn-outs mee voorkomen!

Gelukkig zijn er steeds meer docenten die dit inzien en sommige - met name de docenten die zelf hun materiaal met de hele wereld hebben gedeeld - zijn hier zo enthousiast over dat ze hun hoofd en hart hebben geleend om mee te doen met de GO-Open campagne op onze campus!

Ondertussen zorgen wij als projectgroep dat alle infrastructuur hiervoor titptop geregeld is en er ook goed ingewerkte werkstudenten in dienst zijn die kunnen helpen met het invoeren van het lesmateriaal in de systemen of open tekstboeken. Dat we hier onderwijskundig advies bij geven. Dat we met relevante partijen in contact komen om verbindingen te leggen, podia bieden, workshops en presentaties geven, congressen bezoeken. You name it, we do it!

En soms helpt het als je een progressieve en enthousiaste voorzitter van het College van Bestuur hebt:

(hoewel de vorige ook al veel zendingswerk verricht had; wat hebben we toch een geluk met onze bestuurders!)

vrijdag 29 augustus 2025

De eerste open tekstboeken van het Open Education team van de RU zijn gepubliceerd



Het had even wat voeten in de aarde, maar onze eerste interactieve open textbooks zijn gepubliceerd! 

De aanleiding voor het maken van de tekstboeken was het feit dat de app die ontwikkeld was ter vervanging van de software die gebruikt werd in het talenlab om de studenten met de uitspraak van het Amerikaans Engels te laten oefenen, niet meer werkte. Het zou een hell of a job zijn geweest deze weer op gang te krijgen. 

Vandaar dat er bij ons door de afdeling informatiemanagement aangeklopt werd. 'Hebben jullie geen tool om dit materiaal op te laten draaien en wel zo open mogelijk?' Het toeval wilde dat wij net een licentieovereenkomst met de University Press van de Rijks Universiteit van Groningen hadden gesloten voor het meeliften op hun Pressbookslicentie, waarmee het mogelijk is om interactieve open tekstboeken te maken. 

Via het Pressbooksplatform en in het bijzonder de gecureerde collectie 'Language Learning' had ik al rondneuzend gezien dat je in Pressbooks geluidsfragmenten kon laten afspelen en zelfs laten opnemen. Dit zou echt de perfecte vervanging voor het wegvallen van de app zijn! 

Het zou bovendien als voordeel hebben dat de studenten hun opnames, als ze daar behoefte aan zouden hebben, konden opslaan, iets wat zelfs een verbetering ten opzichte van de app zou betekenen. 

En al snel kwam de tweede vraag, namelijk of wij ook de theorie, die op een website was geplaatst, tot een textbook zouden kunnen verwerken. De website zou namelijk uitgefaseerd worden. Of course!

En nu hebben we dus onze eerste twee interactieve tekstboeken gepubliceerd:

An Introduction to American English Phonetics – Simple Book Publishing

A Course of American English Pronunciation – Simple Book Publishing


Maar het verhaal gaat nog veel verder terug! De app, de website en de software in het talenlab waren niet de eerste versies van de cursus, want die stammen namelijk al uit de jaren tachtig. De theorie stond toen in een gedrukte syllabus die de studenten moesten aanschaffen. En de geluidsopnames stonden op de destijds state of the art CD-Roms, waar er gelukkig nog enkele van bewaard waren gebleven, zodat we relatief gemakkelijk van daaruit de bestanden in de boeken konden laden. Relatief gemakkelijk, omdat nogal wat diakritische tekens 'platgeslagen' waren op de glimmende schijfjes. Die moesten stuk voor stuk nagekeken en hersteld worden. Over een hell of a job gesproken; hier is er geweldig werk verricht door mijn collega Jeroen Bos en onze studentassistente Farah de Koning die zelf Engels studeert, dus het IPA-alfabet op haar duimpje kent.


Bij het overzetten van de tekst en geluidsbestanden van de ene vorm naar de andere bleek er trouwens ook nog hier en daar een foutje en onduidelijkheidje ingeslopen te zijn; deze heeft Farah er samen met de docent ook nog uitgehaald. En soms dook er ineens een technisch probleempje op. Dan mailden we met de onvolprezen functioneel beheerder van de RUG, die het voor ons oploste.


Ze zeggen wel eens it takes a village to raise a child, nou, er is ook een heel land voor nodig om een interactief tekstboek te publiceren. Want de financiering kwam voor een groot gedeelte niet van de Radboud Universiteit zelf, maar van een Npulssubsidie uit het nationale Groeifonds. Jullie hebben hier dus ook allemaal aan meebetaald! Maar het mooie is dat jullie het ook allemaal gewoon gratis kunnen gebruiken en met de hele wereld kunnen delen. En hopelijk kan het boek in deze vorm nog honderd jaar bestaan en wordt het niet ingehaald door een AI-variant. Want wat is er mis met zorgvuldig bewaarde en gekoesterde ambacht?


Kudos voor de duurzaamheid van (het materiaal van) dit boek en ik hoop dat we in te toekomst nog veel meer van dit soort fantastische producten de wereld in mogen helpen!

vrijdag 31 januari 2025

Dromen en lunchen met de rector maginficus


Het Teaching and Learning Centre van onze universiteit bestaat deze maand vijf jaar en had ter ere daarvan onder andere een prijsvraag uitgeschreven. Je mocht je onderwijsdroom opsturen en de vijftien beste inzendingen zouden beloond worden met een lunch met de rector. En yeah, ik was een van de gelukkigen!

Mijn pitch - iedereen kreeg 30 seconden om zijn of haar droom voor het voetlicht te brengen - luidde als volgt:

Stel je voor dat iedereen op deze campus zijn onderwijsmateriaal met elkaar zou delen? En stel je voor dat iedereen dat in heel Nederland zou doen? Of misschien wel heel Europa?
Zou dat iedereen niet heel veel tijd besparen? En zouden we niet enorm geïnspireerd raken door elkaar? 
En hoe mooi zou het zijn als de docenten de studenten zouden uitnodigen hun onderwijsmaterialen samen met hen nog beter te maken? Voor studiepunten of edubadges? Hoe trots zouden ze niet zijn dat ze écht zouden kunnen bijdragen aan de kwaliteit van ons onderwijs?
En dat dit goede onderwijs ook gedeeld zou worden met landen die het minder goed hebben? In plaats van het te verstoppen op Brightspace?
Zou dat niet eerlijker, inspirerender, efficiënter en duurzamer zijn?
Een robuust, herbruikbaar en open materiaal (en hierbij toonde ik een herbruikbare beker) in plaats van een plastic wegwerponderwijsflesje? (die had ik er ter vergelijking naast gezet). 
En natuurlijk kreeg iedereen van mij een boekenlegger uit onze GO-Open campagne.

Ik voelde me heel bevoorrecht om daar aan tafel te zitten. Het was een feestelijk gedekte tafel en de rector was scherp, humoristisch en empathisch - ik was meteen fan van haar! 

Het was ook heel inspirerend om de andere dromen te horen: pleidooien over beter luisteren naar de student (bijvoorbeeld als deze mantelzorger of eenzaam is en dat niet durft te uiten), meer kansen voor ondersteuners om aan onze eigen universiteit te studeren, meer harmonie in het orkest van ondersteunende technieken in het onderwijs, vaker naar buiten gaan met de studenten, meer duurzaamheid en kunst in de colleges, meer oog voor diversiteit, vaker online sessies of collegereeksen met andere, verre universiteiten met andere culturen, kortom, wat vaker over je eigen muurtje heen kijken. 

Al deze dingen ondanks de aanstormende bezuinigingen? Ja, daar waren we het met z'n allen over eens: ondanks en misschien wel juist gedurende de tijd van gure bezuinigingen: elkaar niet loslaten, maar nóg steviger vasthouden, waarderen, stimuleren en voor het goede gaan.

We can do it! 💪

vrijdag 24 november 2023

De vrije schildpad


Toen ik vandaag die schildpad, die in dat net verstrikt zat met dat hoge I-want-to-break-free-gehalte, in duizendvoud zag langskomen vanwege de campagne, dacht ik: ‘Ja wat goed dat wij als universiteit duurzaamheid in al onze curricula een belangrijke plaats laten innemen’. Om te voorkomen dat we straks verstrikt in een net onder de zeespiegel staan les te geven.

Maar hoe zit het met de duurzaamheid van onze eigen onderwijsmaterialen? Zijn die over een decennium of vijf nog te raadplegen? 

Onze wetenschappelijke output wordt netjes verzameld in repository’s, maar hoe zit het met onze onderwijsoutput? Is die over een eeuw nog bekijken of moeten we ons er maar tevreden mee stellen dat dat vluchtig materiaal is, onder het mom van verba volant scripta manent?

Ja, het materiaal dat op Blackboard en Brightspace staat wordt netjes zeven jaar bewaard, want daar moet de visitatiecommissie nog iets van kunnen vinden, maar daarna? Verdwijnt het daarna op de digitale schroothoop? Of kunnen we er nog iemand blij mee maken? Toekomstige generaties bijvoorbeeld, als ze – ik noem maar wat - onderzoek willen doen naar de evolutie van hoorcolleges?

 Wat heerlijk zou het voor ze zijn als ze daarvoor in ons goed doorzoekbare weblecture-archief zouden kunnen grasduinen! Of kennnisclips die in coronatijd gemaakt zijn zouden kunnen bekijken. Als je denkt dat daar niemand in geïnteresseerd zou zijn dan hoef je je alleen maar te bedenken wat een gejuich er opsteekt als er toevallig weer een aflevering van ‘Ja zuster nee zuster’ opduikt. Of hoe blij we zijn met een Instituut voor Beeld en Geluid.

Gemakkelijk zal dat niet zijn, dat bewaren. Maar we zullen er wel duurzaam impact mee hebben.

En waarom zouden we er nu al niet over na beginnen te denken welke vorm dat zou kunnen hebben? Of wat we er meteen al aan zouden kunnen hebben? Want als we het nu overzichtelijk bewaren, waarom zouden we daar al niet zelf gebruik van kunnen maken? 

Docenten zouden bijvoorbeeld elkaars kennisclips of modules over duurzaamheid, ethiek, statistiek of privacy (in al dan niet gewijzigde vorm) kunnen hergebruiken. Scheelt ook weer in de werkdruk zodat docenten wat duurzamer ingezet kunnen worden. En ook studenten zouden eens over de muurtje van hun eigen opleiding kunnen kijken.

Maar ja, wie zet daarvoor de eerste stap? Want eenvoudig zal het niet zijn om al die silo’s met divers materiaal duurzaam te bewaren en liefst nog toegankelijk ook.

Gelukkig bestaat er een nationale organisatie voor wie dit soort zeeën niet hoog genoeg zijn en die zich daar al ruim 30 jaar lenig op beweegt. Zij heeft een voor iedereen toegankelijk en goed doorzoekbaar systeem gemaakt waarop al het onderwijsmateriaal van het hoger onderwijs dat de moeite waard is om te delen en/of te bewaren. Wat een vooruitziende blik! 

Natuurlijk is het nog niet ideaal, maar ik zou zeggen: typ maar eens wat zoektermen in op Edusources (want zo heet dat in potentie paradijselijke platform) en bedenk welke impact het zal hebben als jij als docent je materiaal daar op zet. En hoeveel mensen je daar blij mee zult maken. Een typisch gevalletje van win-win lijkt me. Ik zou zeggen break free en mail me gerust als je hier iets op wilt zetten. Dan zal ik je door de mazen van het net door leiden.

Hoe ik daar als UB-ert expert in geworden ben? Typ maar eens ‘informatievaardigheden’ in de zoekbalk in en je zult zien waarom. 

Edusources, het online onderwijsparadijs


Deze blog verscheen in november 2021 op de nieuwssite van het TLC en wordt nu via dit webblog duurzaam bewaard

vrijdag 5 februari 2021

Hoe krijg je studenten geneeskunde aan het lezen?


Jonge mensen, zelfs studenten, aan het lezen krijgen is een grote uitdaging. Er is immers zo veel concurrentie van Netflix, games en festivals....

Maar sinds kort krijgen ze er studiepunten voor bij de studie geneeskunde in Nijmegen. Waarom? Om te proberen de studenten empatischer te maken. Dat laatste kan natuurlijk door heel veel patiënten te spreken, maar in het begin van je studie heb je daar niet zo heel veel gelegenheid voor.

In dat geval zou het enorm helpen als diep in iemands hoofd kunt kijken door boeken over mensen met bepaalde leeswijzen of afwijkingen kunt lezen. De bedenker van dit project is arts-opleider Remco Haringhuizen, die zelf het boek Wij zijn licht van Gerda Blees las op vakantie en daar zó van onder de indruk was dat hij dacht 'daar moet ik iets mee voor mijn studenten, zodat ze wérkelijk begrijpen wat er  omgaat in het hoofd van iemand die uit spirituele overwegingen stopt met eten’.

Ook voor andere aandoeningen of persoonskenmerken zou dat wellicht kunnen werken, dacht hij en hij zocht contact met de openbare bibliotheek. Samen met Marjolein Hordijk, die niet voor niets twee jaar geleden genomineerd werd voor de titel beste bibliothecaris van Nederland, zette hij een plan voor een collegereeks op. Ze zochten 11 geschikte boeken van jonge schrijvers op, waar de studenten uit kunnen kiezen. Vervolgens worden deze in leesclubjes rondom hetzelfde boek gestopt en geven ze met dat groepje een presentatie over de lessen die ze uit het boek hebben getrokken.

Wat een briljant idee! Ik ben benieuwd wat de studenten er van gaan vinden!

Luister het interview met Haringhuizen over dit project terug op de radio.

zaterdag 18 januari 2020

Active break


Aangezien er tegenwoordig te veel gezeten wordt en dat behoorlijk ongezond is, hebben ze bij de Radboud Universiteit bedacht dat er ook onder de colleges best wat bewogen kan worden. Dat helpt ook om de geesten van de studenten weer wat op te laten leven, zodat die weer informatie op kunnen nemen.

Gewapend met dit besef is het sportcentrum aan het werk gezet (of uit eigen beweging aan het werk gegaan, dat weet ik niet) om een two-minute-active-breakclip op te nemen die de docenten halverwege een saai college op kunnen zetten.

Cool toch? Hoewel ik me wel afvraag of de laptops die de tafeltjes normaliter bevolken er niet afgeslagen worden tijdens de wave...

zondag 15 september 2019

Samenwerkingssymposium Radboud en Valkhof


Soms is je baan gewoon leuk. Neem bijvoorbeeld afgelopen donderdag. Toen was er een symposium in museum het Valkhof ter ere van de ondertekening van de intentieverklaring tussen het museum en de universiteit (inclusief onze UB) ter verdere samenwerking.

Want samenwerken, dat is in het verleden wel gebeurd, denk aan de tentoonstelling Ik, Maria van Gelre, maar zal nu niet meer afhankelijk zijn van personen die onderling een toevallige verbintenis hebben. De samenwerkingsintentie is nu contractueel vastgelegd: zowel de universiteit als het museum kan er niet meer omheen.

En om de ondertekening van deze intentieverklaring door de directeur van het Valkhofmuseum en de rector magnificus van de universiteit luister bij te zetten was er dus een symposium georganiseerd, met niet de minste sprekers, namelijk Dolly Verhoeven, Mirjam Moll, Wim Huppertz en Erwin Olaf. Erwin Olaf? Ja, die heeft ook een aantal werken in het Valkhofmuseum hangen en doet ook wel eens wat dingetjes samen met de wetenschap of vanuit wetenschappelijke belangstelling. Vandaar. En hij had een leuke lezing. De anderen ook, al mochten die wat korter dan Olaf.

Professor Dolly Verhoeven vertelde over twee mooie projecten waarbij de universiteit samenwerkt met partners in de stad en andere steden en de provincie, namelijk het 024 geschiedenisproject en het Hanzeproject.

Mirjam Moll benadrukte dat zowel de wetenschappers die op de universiteit werken als degenen die musea bezoeken (en de kunstenaars uiteraard) vooral werken vanuit nieuwsgierigheid en verwondering en alleen daarom al samen zouden moeten werken - omdat ze dezelfde grondhouding hebben. En daardoor mooie bruggen naar elkaar en de samenleving zouden kunnen slaan.

Wim Huppertz, directeur van het Allard Piersonmuseum, vertelde over het steeds verder openen van zijn museum (backoffice wordt wat hem betreft frontoffice) en de hechte samenwerking van zijn museum met de universiteit ('een januskopachtige benadering': het museum kijkt beide kanten op, die van de wetenschap en die van het publiek).

Leuk, al die enthousiaste mensen bij elkaar. En misschien de kans eens aangrijpen om iets samen met het Valkhofmuseum rondom de week van de klassieken te doen. Erwin Olaf leek (tijdens de borrel achteraf) in ieder geval geïnteresseerd....

Zie hier voor het eerste heuglijke resultaat van de samenwerking: de studenten van de Radboud mogen voortaan gratis naar het Valkhofmuseum

zaterdag 15 september 2018

Peitho


Zoals jullie ongetwijfeld allemaal weten, is Peitho de godin van de overtuiging(skracht). Een mooie naam voor het nieuwe retoricacentrum dat gisteren op de Radboud Universiteit geopend is. En hoe!

Een programma met maar liefst 12 sprekers van formaat, van burgemeester tot jurist tot rapduo tot ritueel begeleider. Allemaal doen ze iets met retorica, allemaal maken ze gebruik van logos, pathos en ethos in hun beroep. En allemaal bezitten ze de eigenschappen van een aap, hond en poes, de drie attributen van Peitho die in het logo van het nieuwe centrum verwerkt zijn: nieuwsgierigheid, betrouwbaarheid en alertheid.

Logisch toch dat er op de universiteit een retoricacentrum is? Een universiteit is toch dé plek waar debat gevoerd wordt/ moet worden? Maar ja, het was er dus nog niet. En nu is het er wel, onder de bezielende leiding van Bé Breij.


En het is hard nodig, ten tijde van polarisatie en fake news.

Leuk dat Özcan Akyol er ook was, iemand die goed kan spreken én schrijven en altijd voor vuurwerk weet te zorgen. In dit geval zat ik daar middenin, want ik was de enige uit het publiek die geen krantenabonnement had (net opgezegd, want we hadden geen zin meer in het papier en de scooterboy die de ons elke ochtend rond half zes wakker maakte met zijn ronkende motor; bovendien hadden we weer een papieren abonnement genomen voor onze dochter die er nooit een blik op geworpen heeft). De rest had natuurlijk gewoon de NRC en Volkskrant en sommigen de Gelderlander.
Akyol ('mensen hebben geen feiten meer nodig om een mening te vormen') schrijft zelf voor het AD, dat hij geen beste krant vindt, maar er tóch voor schrijft om het volkse publiek te bereiken (een miljoen lezers buiten mijn eigen bubbel tegenover iets van de honderdduizend lezers van bijvoorbeeld de NRC die ik anders zou hebben en niet overtuigd hoeven te worden van dingen die ze zelf ook wel weten en snappen).

En burgemeester Bruls, die enkele dagen daarvoor in de Gelderlander door Breij terecht al overladen was met complimenten om zijn retorisch talent.

Aan elk van de sprekers was gevraagd zijn of haar speech in de prachtige nieuwe theaterzaal C af te sluiten met een slogan/ sententia/ lumen. Aan het eind konden wij als publiek stemmen op de beste of meest pakkende. Dat werd Aandacht maakt alles mooier van Rita Vruggink, waar ik het op zich wel mee eens ben.

Maar natuurlijk vond ik de Festina Lente van Bruls het treffendst.

Verslag door de Vox

woensdag 21 juni 2017

De IRMA-app


Daar zat ik dan, tussen de alumni van de faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica, op de plaats van een collega die zelf niet aanwezig kon zijn.

En wel bij een lezing over privacy en hoe de Radboud Universiteit (en in het bijzonder de faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica) een steentje probeert bij te dragen aan het waarborgen van meer privacy door de ontwikkeling van haar IRMA-app.

Wat die app precies doet? Nou, het zou een vervanging kunnen worden voor bijvoorbeeld onze DigID. Wat daar mis mee is? Wel, het is niet zo'n prettig idee (let op de woordspeling) dat AL je gegevens op 1 plek bewaard worden en als iemand er fraude mee pleegt, dat die dan toegang heeft tot AL je gegevens. Dat is eigenlijk misschien zelfs wel een doodeng idee.

Beter is het om die gegevens gefragmenteerd aan te bieden aan degene die daar om vraagt. Dus als je (bijvoorbeeld voor het kopen van drank) aan moet tonen dat je 18 bent, dat je dan alleen DIE gegevens hoeft te leveren en niet je hele doopceel. En je er bovendien zélf eigenaar van bent, in plaats van iemand anders. Je revealt dus je eigen attributes (IRMA staat voor I Reveal My Attributes). Zie hier het filmpje dat ze gemaakt hebben:



Waarom ik ineens zo geïnteresseerd ben in privacy? Omdat we met ons team bezig zijn met een monsterklus: het maken van een zelfstudiemodule over privacy om (met name eerstejaars) studenten bewust te maken van de noodzaak van het beschermen van je persoons- en onderzoeksgegevens.

En dat is hard nodig.

Jammer dat de app alleen nog maar voor Androidtoestellen beschikbaar is. De iOS-versie komt waarschijnlijk over 2 maanden beschikbaar.

zondag 29 januari 2017

RU onderwijsdag


Altijd gunstig, als er iets interessants op de campus georganiseerd wordt: scheelt je tijd en reiskosten. Dus natuurlijk ging ik naar de onderwijs(mid)dag van de RU.

En dat bleek een mooi onderwijsfeest. Veel bekenden uit het onderwijsveld op de campus. En uiteraard ook boeiende sprekers, te beginnen met onze kersverse rector, die een lans brak voor de waardering van onderwijs: minstens even belangrijk als onderzoek op de campus. Het kan volgens hem niet vaak genoeg gezegd worden; het zijn twee kanten van dezelfde medaille. En de onderzoekers moeten zelf absoluut ook onderwijs blijven geven; zelf heeft hij de beste inzichten gekregen tijdens het geven van onderwijs aan de altijd kritische studenten. Geen onderwijslast, maar onderwijslust wat hem betreft. Het onderwijs in Nijmegen wordt dan ook relatief hoog gewaardeerd; op landelijk niveau spreekt men wat dat betreft zelfs van 'het wonder van Nijmegen'. Yeah!


Het geheel was trouwens gesitueerd in het Cultuurcafé; dat was makkelijk voor de lunch die we vooraf kregen (en de borrel achteraf), maar ook op verzoek van de keynotespeaker, Filip Dochy, die een lezing gaf over High Impact Learning. Voor deze vorm van intensief en resultaatgericht leren onderscheidt hij 7 'building blocks' en geen daarvan is op een stoel zitten en passief achteroverhangen. Dus dat moest ook nu niet gebeuren, vond hij - als we tenminste iets van zijn lezing op wilden steken. Nee, voor high impact learning moet je WERKEN, dus meediscussiëren, samen met je peers aan oplossingen werken. Vandaar dat hij voor ons de mogelijkheid had gecreëerd om aan tafeltjes te zitten (om in groepjes thema's te bediscussiëren) en voor hemzelf om tijdens zijn lezing met een microfoon door het publiek te lopen om over zijn onderzoek te vertellen en onderwijl ook vragen aan het publiek te stellen. Als een volleerde Matthijs van Nieuwkerk tijdens de Top 2000 a gogo.

Hij vertelde over een experiment dat gedaan is met een groep van 500 studenten. Deze werden in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg hoorcollege (van een gerenommeerde professor) en de andere kreeg de stof middels activerend onderwijs voorgeschoteld.
Het resultaat: 74% van deze laatste groep haalde zijn tentamen tegenover 41% van de hoorcollegestudenten. He rests his case.

Meer van dit soort studies bewijzen min of meer hetzelfde, al zijn de resultaten vaak iets minder spectaculair dan bij het aangehaalde experiment. Maar de verschillen tussen actief en passief zullen zeker toe gaan nemen bij de zogenaamde  millennialstudenten: die hebben niet zo'n lange spanningsboog, die willen wat doen, niet zo lang en veel lezen en luisteren.

Verder pleitte Dochy voor minder toetsen. In plaats van toetsen kun je ook tijdens het leerproces van de studenten data verzamelen (learning analytics) en deze met ze bespreken. Sowieso is het beter ze uit te dagen en grotere verantwoordelijkheid (met gerichte feedback) over hun eigen proces te geven. Dat scoort pas echt! Maar daarvoor moeten we wel uit onze comfortzone: we geven vaak en graag les op de manier waarop we zelf les gehad hebben: braaf luisteren naar wat de meester zegt en dat reproduceren. Gechargeerd dan hè.


Ook goed voor het onderwijs: proberen zo veel mogelijk elementen uit de game-industrie toepassen; en dan niet alleen beloningen, straffen en competitie, maar ook: zo veel mogelijk de studenten het gevoel te geven dat ze de held zijn, dat ze iets speciaals aan het doen zijn, dat ze steeds opnieuw een kans krijgen, dus niet gefrustreerd raken als het niet meteen lukt et cetera.

Leuke lezing hierover door Frank Leoné, wetenschapper én gamer. Hij nam ons mee in de gamewereld aan de hand van het door Yu-kai Chou ontworpen Octalysismodel.

Als activiteit had hij een soort scrabblespel in de vorm van kaartjes met allerlei termen uit dat model voor ons klaarliggen, maar helaas is het er alleen maar van gekomen om het spel uit te leggen, niet te spelen.

Terug in het cultuurcafé kregen we uitleg over het gebruik van Virtual Reality in het onderwijs, plus een eigen, enigste echte cardboard bril van onze ICT in het onderwijs projectgroep van de RU.
Mooie afsluiting. Met bier, wijn, nachos en toch maar gewoon bitterballen.


donderdag 7 oktober 2010

RU wéér in de prijzen!

De Nobelprijs is nog niet binnen, of de RU valt al weer in de prijzen: als beste beoordeeld door de studenten van alle Nederlandse universiteiten dit keer! De onderzoekers van onze universiteit waren iets minder enthousiast over onze universiteit, maar misschien komt dat doordat ze kritischer zijn?

Wie het weet mag het zeggen.

dinsdag 5 oktober 2010

Nobelprijswinnaar

En eindelijk heeft de Radbouduniversiteit haar eigen Nobelprijswinnaar. Hoewel, zo eigen is-ie ook weer niet, want hij is geboren in Rusland en is tussendoor lange tijd in Denemarken en Engeland geweest. En ook nu nog is hij voornamelijk als hoogleraar werkzaam in Manchester.

Maar....hij heeft hier 7 jaar als universitair hoofddocent gewerkt en is hier sinds een half jaar bijzonder hoogleraar.

Zijn naam is Andre Geim en hij heeft nadat hij het ontdekt heeft baanbrekend onderzoek gedaan naar grafeen, het dunste materiaal ter wereld, dat onder andere in touchscreens en zonnecellen is verwerkt.

Heel tof spul dus.

Overmorgen wordt de winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur bekendgemaakt. Zal het deze keer de bibliotheek zijn die de prijs wint? Voor de niet aflatende zorg voor en promotie van literatuur? Zou dat niet een mooie geste zijn?

zaterdag 19 december 2009

woensdag 10 juni 2009

Nomen est omen

De uitdrukking nomen est omen kent iedereen waarschijnlijk wel. Maar dat het ook echt waar is, dat heeft onlangs weer eens iemand bewezen. Op 15 juni zal ene Raymond Smeets namelijk aan de RU promoveren op een facet van dit onderwerp.

Dat er een verband is tussen de letters in je naam en de keuzes die je onbewust maakt, was al bekend, maar Raymond ontdekte dat dat verband sterker is als je een positief zelfbeeld hebt.

Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat mensen significant vaker verhuizen naar een stad, kiezen voor een partner, een beroep en een straat waarvan de namen overeenkomsten vertonen met de eigen naam. Als ze zich tenminste goed voelen.

Want alleen mensen die zich goed voelen over zichzelf vertonen een voorkeur voor dingen die met het 'zelf' te maken hebben. Deze onbewuste voorkeur voor stimuli verbonden met het zelf wordt implicit egotism genoemd.

Hij heeft ook aangetoond dat mensen bovengemiddeld gebruik maken van naamletters in de teksten die ze produceren. Naamletters worden gebruikt in woorden met een positieve betekenis en vermeden in woorden met een negatieve betekenis.

Zou het feit dat mij dit onderwerp is opgevallen ook een vorm van implicit egotism zijn?

(Voor degenen die het nog niet wisten: mijn 'echte' naam is Monique)