Ik vond het een opvallend bericht, namelijk dat van de archiefbeelden die door Beeld en Geluid online zijn gezet in hun Schatkamer, de taalcursussen het tegen de verwachting in heel goed doen.
Daar heb je toch Duolingo voor zou je denken? Nee hoor, retro een taal leren is helemaal in! Dus wil je je Spaans oppoetsen en ben je helemaal klaar met dat irritante groene uiltje? Schakel dan gauw over naar de Teleac-cursus Por Favor uit 1983.
Misschien heb je je afgevraagd waarom ik de laatste paar maanden wat afwezig was op dit weblog. Het antwoord is simpel: het werk aan het open tekstboek De kracht van verbinding, dat ik mocht uitgeven vanuit het OpenUp project. Het eerste dat ook gedrukt is. En het is zo'n mooi boek geworden, een boek dat je echt in je handen kunt hebben en zelfs aaien omdat het zo'n lekker glad papier is, zijde bijna! De reden dat we voor dit papier hebben gekozen, is dat de vele mooie foto's die voor het boek zijn gemaakt op deze manier optimaal tot z'n recht komen.
Maar waar gaat het boek dan over? Eigenlijk kun je dat al in de ondertitel lezen: wetenschappers en professionals bouwen samen aan een duurzame toekomst.
Voor het boek zijn zeventien wetenschappers van de Radboud Universiteit gekoppeld aan zeventien professionals uit de praktijk en vervolgens geïnterviewd op een door hen gekozen plek, passend bij het duurzaamheidsdoel waar ze het gesprek over voerden. Wat een vondst om dat op zo'n manier aan te pakken, want het leverde enorm inspirerende gesprekken op! En als kers op de taart geven ze ook nog eens kijk-, luister- en leestips én is er per hoofdstuk nog een passend kunstwerk uitgezocht.
Waarom precies zeventien? Wel, dat komt overeen met de zeventien duurzaamheidsdoelen, oftewel SDG's. En het zijn verhalen van hoop geworden, van oplossingen die gerealiseerd zijn door de wetenschappers en/of professionals, geen doemscenario's of vingertje wijzen.
Het is in eerste instantie bedoeld voor studenten, om ze handelingsperspectief te bieden en het gesprek hierover aan te gaan, kijken wat zij als toekomstige werknemers, beleidsmakers of managers aan het behalen van - al is het er maar een - de duurzaamheidsdoelen kunnen bijdragen. Als handreiking aan de docenten zijn er per hoofdstuk ook nog lessuggesties aan toegevoegd.
Door het open access aan te bieden zullen we in ieder geval bijdragen aan SDG 4: kwaliteitsonderwijs (het verzekeren van gelijke toegang tot goed onderwijs en het bevorderen van levenslang leren voor iedereen). Ik zou zeggen, neem er eens een kijkje in, wie weet word je ook SDG-enthousiasteling!
Onlangs was ik – terwijl het onderwerp paradoxaal genoeg
open en online onderwijs was – weer eens op een fysiek congres. In Nantes. Wat
fijn om elkaar eindelijk weer eens live te ontmoeten. Of nou ja, weer eens: de
meeste mensen die ik daar ontmoette kende ik alleen van Zoom of horen zeggen.
En wat bleek: ze waren in het echt even leuk en gedreven als
dat ze online waren! We hadden elkaar alleen nog nooit een hand gegeven of écht
in de ogen gekeken, noch samen geluncht of een avondmaaltijd genuttigd, laat staan met elkaar gedanst. Geborreld al wel, maar ja, virtueel, ieder achter z’n eigen laptop met
een glaasje wijn; dat blijft toch een beetje armoedig.
Of we inhoudelijk meer bereikt hebben dan dat we een online
congres zouden hebben gehad is de vraag. Want voor inhoudelijke uitwisseling
hoef je niet per se fysiek bij elkaar te komen. Als ENOEL (European Network of
Open Education Librarians) hadden we de afgelopen twee jaar maandelijks een
online vergadering. Ter afwisseling hebben we online hackathons gedaan en interviews
met docenten over open onderwijs via Zoom opgenomen. We hebben zelfs een
toolkit in elkaar geknutseld. Twee jaar geleden zouden we dat niet voor
mogelijk gehouden hebben.
Met dezelfde groep hebben we ook presentaties gegeven op
online congressen en daar leuke reacties op gekregen. Maar de rest van het
congres gevolgd? Nee, dat dan weer niet. Dat is echt te saai en vermoeiend op
de laptop. Dat kan ik persoonlijk geen hele dagen volhouden en ik heb groot
respect voor degenen die dat wel kunnen. Bovendien was er ook nog ander werk
binnen bereik.
Ik heb die afzondering, die borrels en dat samen lunchen
gewoon nodig. De informele uitwisseling, daar bloei ik van op! Niet dat dat
elke maand moet, maar elkaar af en toe als groep gelijkgestemden op een afgezonderde
plek inspireren, dat houdt de moed erin. Net zoals ik tijdens mijn studie
klassieke talen af en toe op studiereis naar Griekenland of Italië meeging. Dat
hield me gemotiveerd; daardoor kon ik weer maandenlang teksten vertalen en de
diashows van de docenten archeologie verorberen. Het lichtte me op, ik was er
gewéést, ik maakte er deel van uit!
En als de colleges online waren geweest, zou ik dan net zo
gemotiveerd zijn geweest? Dat is natuurlijk niet te meten; de tijden waren toen
ook anders. Ik had geen baantje, want we mochten destijds niet werken naast
onze studie, de woningnood was nog niet zo hoog, dus we woonden allemaal in de
stad van onze studie, de studieschulden liepen nog niet zo snel op en de
computers waren nog niet zo krachtig. Ik ging gewoon naar college, want dat was
wat het was. Of ze altijd boeiend waren? Neuh. Sommige colleges zou ik liever
versneld hebben afgedraaid en bij andere had ik liever ondertiteling gehad. Het
was ook wel vaak op je horloge kijken om te zien hoe lang we nog moesten. Maar
er was niets anders, dit was het aanbod. En vaak genoeg was het ook boeiend
genoeg. Heel soms hadden we een gastcollege. Daar veerden we dan van op. Even
een andere stem, een ander perspectief! Wat was dat verfrissend! Op een gegeven
moment kreeg onze generatie studenten – ik zat toen in de masterfase – de
beschikking over een OV-kaart. Ik kon elders vakken volgen en zelfs mijn
masterscriptie bij een docent in een andere stad schrijven. Niet dat de docent
per se beter was, maar zij was de specialist in mijn onderwerp. Ik voelde me
bevrijd!
Rond dezelfde tijd mochten wij naast onze studie gaan
bijverdienen. Ondernemende studenten grepen meteen de gelegenheid aan om
koerier te worden: geld vragen om pakjes van A naar B brengen terwijl de overheid
voor de reiskosten opdraaide.
Ik vraag me af hoe wij gereageerd zouden hebben als we in
die tijd ook online colleges (bijvoorbeeld in de vorm van kennisclips,
e-learning modules of podcasts) hadden kunnen volgen. Zouden we dat en masse
gedaan hebben? Heel eerlijk gezegd denk ik van wel. Thuis, of in de trein (als
koerier). Of we elkaar en de docenten dan minder goed gekend zouden hebben? Ik
denk het niet. We zouden elkaar tijdens toffe borrels en dansavonden hebben
ontmoet. En natuurlijk bij tijd en wijle bij een spectaculair hoor- of uitdagend
werkcollege. En dat afgewisseld met af en toe een studiereis, hackathon,
discussieavond of game.
Want niets is zo demotiverend als gebrek aan afwisseling of
keuzemogelijkheid...
Deze blog verscheen eerder hier en is geschreven voor het TLC. Het is een reactie op het besluit van ons CvB om de studenten te verplichten fysiek de colleges bij te wonen.
Over het algemeen vind ik het wel leuk om presentaties te geven, maar met presentaties in het Engels heb ik toch aanzienlijk meer moeite. Dus toen mij gevraagd werd om een presentatie van maar liefst een half uur te houden voor een Europees gezelschap van informatiespecialisten die zich bezighouden met open onderwijs (de ENOEL, oftewel European Network of Open Education Librarians), was ik behoorlijk terughoudend.
'Ik ben geen native speaker'.
'Dat is geen probleem, bijna niemand in onze groep is een native speaker, dat is zo'n beetje de essentie van elk Europees gezelschap, en iemand moet het ijs breken en jouw Engels is best behoorlijk.'
'Niet'.
'Wel. En in ieder geval ben je al heel lang enthousiast met dit onderwerp bezig en trouwens, op het gebied van open online onderwijs zijn jullie in Nederland zo'n beetje het verst gevorderd van heel Europa met een uitstekend platform als Edusources dat dit jaar is opgezet en waaraan jullie als bibliotheekcommunity als pilotpartner hebben meegedraaid en daarom is jouw verhaal heel inspirerend voor de rest van onze groep.'
En zo heb ik me laten overhalen om via Zoom (dat ook nog!) een presentatie van een half uur (met daarna nog een Q & A sessie) te houden. De bedoeling van deze eerste in een set presentaties van mensen die zich achter de schermen bezighouden met Open Educational Resources is om het bewustzijn over dit onderwerp te vergroten en de opdracht aan ons is om deze video's zo veel mogelijk te verspreiden.
Dat laatste is de enige, maar dan ook enige reden om deze video met jullie te delen en mocht er iemand zijn die een cursus 'presenteren in het Engels' aanbiedt, dan meld ik met hierbij aan. Enjoy!
Het LIBER-congres had ik nog nooit bezocht, terwijl dat eigenlijk te boek staat als hét Europese bibliotheekcongres, waar ook de bibliotheekdirecteuren op afkomen en zo. Dit jaar was het in Belgrado en zou ik het eindelijk bezoeken, omdat ik gevraagd was een deel van een workshop te verzorgen.
Maar helaas, het coronavirus kwam er doorheen fietsen. En het ECIL-congres, dat ik elk jaar probeer te bezoeken, ging/ gaat ook al niet door. Lekker dan! Alleen: toen kwam ineens het bericht dat het LIBER-congres wél doorging. Online dan. En de presentatie moest dus ook online. Vanuit de slaapkamer….
Maar het was toch leuk; iets van de enthousiaste sfeer die je normaal op een congres aantreft kwam toch over. Onze workshop was geïnitieerd door Hilde van Wijngaarden, directeur van de bibliotheek van de VU, een heerlijk enthousiaste leider die weet wat ze wil. Een van haar strevens is om de bibliotheek niet alleen onderzoek te laten ondersteunen, maar ook onderwijs. En dan vind je mij al gauw aan je zijde. Zij is ook de kartrekker van de landelijke open-en-online-onderwijsbibliotheekgroep, al heeft ze deze taak onlangs overgedragen aan haar collega Sylvia Moes.
Binnen LIBER is zij degene die de (open online) onderwijsondersteuning op de kaart wil zetten en dat was ook het thema van onze workshop: hoe doe je dat en zijn er al good practices waar op voortgebouwd kan worden? Daartoe waren zes mensen uitgenodigd om een presentatie te verzorgen en ik was er dus een van. De beschrijving van de workshop was als volgt:
The support for teaching and learning at research libraries is expanding
and there is a growing focus on new and innovative ways of delivering different
types of educational content, facilitating educational innovation and training
on data/information literacy. There is a growing need to exchange ideas and learn from each other on
how to implement new services, such as maker spaces or augmented reality, in
the library. This workshop provides its participants an opportunity to share
some success stories, as well as issues arising when reality doesn’t meet the
plans. During the workshop participants will also draft ideas for further (Liber-)
activities around this topic.
En de uiteindelijke invulling:
foto: @fribban
LIBER Online Workshop: Libraries for Teaching and Learning
PROGRAMME
14.00 Welcome worlds and introduction to the workshop (Hilde van
Wijngaarden, Vrije Universiteit Amsterdam)
14.15 Three paths for libraries to embrace teaching and learning
1: Facilitation in makerspaces
○Supporting
the creation and usability of new forms of content (Sylvia Moes, Vrije
Universiteit Amsterdam)
○Incentives for new services at Linköping
University Library- the rise of Digimaker (Anneli Friberg, Linköping University
Library)
2: Open educational resources (OER)
○Unesco
guidelines and Network of European Open Education Librarians (Vanessa Proudman,
SPARC)
○Examples
of OER support in Spanish libraries (Gema Santos Hermosa, Library Open
University Cataluna)
3: Librarian as a guide to the future
○Artificial
Intelligence Bazars at University of Oslo Library (Andrea Gasparini, U
University of Oslo)
○Teaching in the brave new open world: how can
libraries help (Monique Schoutsen, Library Radboud University Nijmegen)
15:25 Break 15.45 Breakup groups: Discussion on the three paths 16.15 General discussion: What is the role of the library in teaching
and learning? How do we utilise our traditional competencies in this new role?
Een paar highligts:
Content is king; could the library be the queen? (aldus Sylvia met een mooi verhaal over maker spaces, Virtual Reality (bijv. het PleitVRij-project) en 3D printing- het zogenaamde driedimensionale leren. Of dit academisch genoeg is, werd er gevraagd. Jazeker, onderzoek toont aan dat dit het zogenaamde diepe leren enorm bevordert, zelfs het nabouwen van modellen met legoblokjes). Mooi om mee te nemen. En die vogeltjes op de achtergrond bij haar presentatie die luidkeels meekwetterden, ach, dat was alleen maar grappig, dat heb je bij een 'echt' congres niet….
Vanessa Proudman over de UNESCO Guidelines on Open Education en Network of European Open Education Librarians: de UNESCO heeft 5 actiegebieden op het gebied van Open Educatie vastgesteld en zoekt daarbij nadrukkelijk contact met de bibliotheeksector.
Gema Santos-Hermosa vertelde onder andere dat ze de OER Toolkit in het Spaans vertaald hadden.
En Andrea Gasparini (die ik erg op Frank Evenblij vond lijken, maar dat terzijde) vertelde over 2 zogenaamde Research Bazars op het gebied van Artificial Intelligence, gecombineerd met Design Thinking en die samen toegepast op onderzoeksdata die de bibliotheek in Oslo georganiseerd heeft en een groot succes bleken. De eerste workshop concentreerde zich op de Oxyrhynchus papyri en de tweede op iris.ai. Interessant, maar een brugje te ver voor ons, vrees ik.
Mijn eigen presentatie ging over instructies in AI (Adobe Illustrator in dit geval), onze escaperoom (die nu even op z'n coronagat ligt, maar zeker spectaculair gaat worden) en natuurlijk het UDIT-project en tegen de achtergrond van welke ontwikkelingen we deze projecten opgestart zijn. Het praten tegen een computerscherm vond ik overigens een ramp; je ziet niemand (bij het programma GoToTraining kunnen maar 6 mensen in beeld, en als je presenteert zie je alleen je powerpoint en jezelf. Voor de verandering had ik mijn presentatie een keer helemaal uitgeschreven, maar dat oplezen vond ik toch niet zo'n succes, dus halverwege heb ik mijn papier weggegooid en vertelde ik gewoon mijn verhaal bij de plaatjes, blijkbaar toch meer mijn ding. Het filmpje dat ik vorig jaar met Simon van Heeringen had gemaakt, trok de meeste belangstelling. Ik had 'm voor de gelegenheid ook maar even tot open science champion omgedoopt en de video laten beginnen op het moment dat hij het over de rol van bibliotheken hierbij had, misschien dat dat hielp. Mijn vingers jeuken om meer van dit soort filmpjes te (laten) maken, maar ja, corona he?
Nog even aandacht voor waarom Open Education ook alweer zo belangrijk is:
Online lesgeven, dat gaat natuurlijk met name over de tools, in het begin tenminste wel. Gebruik je Microsoft Teams, Google Meet, Google Hangouts, Virtual Classroom, Zoom, WebEx, BigBlueButton of Jitsi? Dat hangt er maar van af wat je organisatie biedt natuurlijk. Is je instelling al overgestapt op Office 365, dan is het duidelijk, dan gebruik je Microsoft Teams. Werk je via Brightspace, dan gebruik je Virtual Classroom. Maar wat als je dat niet kunt of wilt gebruiken, dan blijven bijvoorbeeld Zoom, Jitsi, BigBlueButton of WebEx over. Maar dan zul je wel last hebben van ofwel privacykwesties ofwel instabiele verbindingen. Want deze tools worden ook gebruikt voor online vergaderen, dus de lijnen zijn nogal….overbezet soms.
En als je je tool gekozen hebt, dan ga je eens kijken naar je didactiek. Of andersom, je kijkt eerst naar wat je wilt bereiken met welke didactiek en dan kies je de juiste tool daarbij, hoewel je vaak die keuze niet hebt, omdat de organisatie al voor je gekozen heeft welke tool je moet gebruiken. Maar als je de keuze hebt, kies je als informatiespecialist natuurlijk voor de meest privacyvriendelijke en draag je dat ook uit. Enfin, de didactiek. Want online lesgeven is natuurlijk wel anders dan fysiek lesgeven: de interactie met de groep is wat minder natuurlijk en het kost scholieren of studenten nog meer inspanning om via een scherm naar jou te kijken dan om jou live te zien.
Schermen zijn immers vermoeiend - ook voor de jeugd! Zorg dus dat je zelf zo min mogelijk onafgebroken aan het woord bent. En als je dat toch wilt zijn, maak dan liever een kennisclip (handleiding) die vooraf bekeken moet worden. Dat kost wel wat meer werk, maar als het goed is, kun je die vaker inzetten. Wat je ook kunt doen, is een kennisclip van een ander over jouw onderwerp inzetten. Dat kost nóg minder tijd en er is een overvloed aan dit soort materialen. Het mooiste is als je daar een paar opdrachten bij maakt en samen over de uitkomsten van die opdrachten gaat filosoferen. Dan heb je als het goed is een mooi gesprek over iets wat je samen bekeken hebt. Natuurlijk is dat niet altijd mogelijk, maar het is wel een effectieve methode.
Pauzes, een duidelijke opbouw van de les als houvast plus het uitspreken van de verwachtingen naar de studenten toe en afwisseling (variatio delectat!) zijn bij een normale cursus al belangrijk, maar bij een online les gewoonweg onontbeerlijk. En daarbij spreek ik vooral als ervaringsdeskundige met betrekking het vólgen van online cursussen. Fijn als je tijdens de les of cursus bijvoorbeeld even de break out room in kunt om in kleiner en overzichtelijker verband de stof of het onderwerp te bespreken. Of dat er even een polletje gehouden wordt (door middel van hand opsteken, wel of niet in beeld zijn of een gekleurd papier voor de camera houden - bij een programma als Even tot hier werkt dat ook mirakels! Maar goed, af en toe mentimeteren kan ook natuurlijk.
Gamification en een keer iets verrassends doen is ook heel stimulerend. Waarom geen college geven op Second Life bijvoorbeeld, zoals in Tilburg gebeurt? (dank voor de tip, Norma!)
Maar goed, ga er maar aan staan als je je offline lessen even in een paar dagen moet omzetten naar volledig online. Respect voor degenen die dat (hebben) moeten doen! Zelf ben ik pas in september aan de beurt, dus ik heb nog tijd genoeg om er over na te denken hoe ik het wil gaan aanpakken. Het ligt er een beetje aan hoe het virus zich ontwikkelt….
Het weblog van Wilfred Rubens: (bijna) elke dag een post over e-learning (of liever gezegd technology enhanced learning) Tips bij leren op afstand van de Radboud Universiteit
Een sympathiek idee van Radboudhoogleraar Marc van Oosterdorp (@fonoloog) om door universitair docenten thuis hoorcolleges op te laten nemen en online te laten zetten. Een steeds groter wordende internationale beweging pleit hier al veel langer voor en er zijn in de loop van de tijd al talloze activiteiten in deze richting ontplooid. Waarom toch al die slotjes op het universitaire (en hogeschool) online onderwijs? Er wordt toch al voor betaald via de belasting? Het ministerie van Onderwijs wil de slotjes in ieder geval opengooien, dus daar ligt het niet aan.
Een aantal middelbare schoolleraren heeft dit licht overigens al veel langer gezien en mooie en duidelijke video's opgenomen en gratis op YouTube gezet om bijvoorbeeld de examenstof te behandelen. Heel fijn voor leerlingen die niet zo'n goede docent hebben, of die gewoon eens voor de afwisseling iemand anders de stof willen horen uitleggen.
Voor het primair en secundair onderwijs zijn sowieso al heel veel leermaterialen bij elkaar gebracht in Wikiwijs. Gewoon, zonder dat er Corona was, maar geboren uit de behoefte om elkaar te helpen en inspireren!
Als UB Nijmegen hebben we zelf enkele jaren geleden al een hele set zelfstudiemodules gemaakt en gratis en voor niks en voor iedereen te bekijken op internet gezet. Zie hier; je kunt ze trouwens ook via Wikiwijs vinden. Tevens zijn we bezig met een groot project om de open leermaterialen van alle cursussen informatievaardigheden van alle universiteiten en hogescholen van Nederland op één platform bij elkaar te zetten. Dit doen we in samenwerking met SURF. Daar zijn ze een omgeving aan het testen die dat mogelijk moet maken voor al het lesmateriaal van de hogescholen en universiteiten. Het beoogde platform heet SURFsharekit, dat losjes gebaseerd is op de vroegere HBO-kennisbank (een repository van open access publicaties).
Voor dit open en online onderwijs krijgen (kregen?) we de handen op de universiteiten trouwens maar moeilijk op elkaar. Niet veel mensen zien (zagen?) er het nut van in: te veel werk, te veel gedoe, ik maak toch maar liever m'n eigen materialen, ik heb er zo veel werk in gestopt, dat ga ik niet zo maar gratis met iedereen delen.....
En inderdaad, het is heel veel werk. want op dat platform gaan we niet zo maar lukraak alles neerplempen, want we willen er wel een beetje kwalitatief goed materiaal op zetten, omdat er anders te veel ruis ervaren zal worden door de gebruikers. Dus we zijn begonnen met het maken van een kwaliteitsmodel met bijbehorend scoreformulier om per object te toetsen of het op z'n minst aan onze minimale kwaliteitseisen voldoet. Voorts hebben we een taxonomie ontwikkeld en voorzien we elk op te nemen leermateriaal van metadata (tags), zodat je het materiaal later ook makkelijk terug kunt vinden. Want als je 10 video's en/of andere leermaterialen online zet, kun je die nog wel makkelijk onderscheiden en terugvinden, maar hoe zal dat gaan als je 10.000 leerobjecten hebt? En zijn die allemaal gecheckt op eventuele copyrightschendingen en niveau?
Dat er onder studenten behoefte aan open en online onderwijs is, blijkt wel uit deze video (met name vanaf 1:22):
Sowieso zou het tof zijn geweest als er qua alle punten die de student noemt in deze video al doorgepakt zou zijn vóór de coronacrisis! Nu is het toch een beetje behelpen, al is die chatfunctie op de ondersteuningssite van de Radboud Universiteit wel heel handig!
Bij de TU Delft zijn ze wat online leren betreft al veel verder en zijn ze tevens wereldleider op het gebied van MOOCs. Laat ze maar schuiven, die nerds daar!
Als je trouwens tijd hebt en je wilt laten inspireren, bekijk dan deze verzameling video's van enthousiaste voorlopers in het open en online onderwijs en ik weet zeker dat je 'om' bent!
En wist je dat we in Nederland een heuse lector Open Educational Resources hebben?
Dat is wel weer genoeg voor vandaag!
Update:
De eerste quarantainecolleges staan online en zijn hier te bekijken. Uploaden kan hier.
Komende zondag ga ik (weer, de vorige keer was in Helsinki) voor een weekje op uitwisseling - naar Noorwegen. Tromsø om precies te zien. Niet alleen deze keer gelukkig (hoewel het de vorige keer in Finland prima uit te houden was), maar samen met collega Mijke Jetten (project manager research data management support van onze UB) en Harrie van der Meer (coördinator informatievaardigheid van UvA/ HvA).
We gaan daar met onze Noorse collega's (Helene en Torstein) proberen een online cursus/ toolkit over het gebruik van open research data proberen te maken. We zullen ons daarbij voornamelijk op de docenten van het wetenschappelijk onderwijs richten: hoe kunnen zij bij hun studenten het gebruik van Open Data stimuleren?
In april komen ze bij ons om de cursus af te maken. Dat is tenminste de planning.
Maar okay, Noorwegen. Daar is het best koud in januari. Dus we hebben om kledingadvies gevraagd. We kregen een hele waslijst aan adviezen mee: waterdichte gewatteerde ski-jassen, snowboots of leren laarzen met spikes, thermo-ondergoed, sjaals, handschoenen, mutsen...
Wij ons best gedaan, zien we de weersvoorspellingen, worden er temperaturen van rond het vriespunt voorspeld. Nou moe, daar heb je geen thermo-kleding voor nodig....