woensdag 9 november 2022

Maanzwemmen


Of ik me aan mijn nieuwjaarsvoornemen heb gehouden vroeg pas iemand. Jazeker, ik heb het de hele maand januari droog gehouden qua alcohol, en juist niet qua zwemmen. Ik zwem inmiddels twee à drie keer per week, ook nu de temperaturen dalen en ik vind het heerlijk!

Het gaat weliswaar ten koste van het roeien, maar ik ben toch geblesseerd, dus dat maakt niet zo veel uit. Zwemmen kan altijd. 

Heel af en toe wordt er door het lieve en knotsgekke clubje dat altijd in de Spiegelwaal zwemt en waar ik lid van ben geworden, in de avond gezwommen en bij voorkeur als het volle maan is. Gisteren was het weer zover. Niet compleet met vuurtjes, gitaren, trommels, drank en zang voor ná het zwemmen/ dippen zoals in februari en maart, maar wel met een zelfgemaakte midwinterhoorn door een van de leden van de groep. 

Heel sfeervol en ik hoop me nog lang aan mijn nieuwjaarsvoornemen te houden, voor het eerst trouwens dat dat me gelukt is. 

Hoe zit het met jouw nieuwjaarsvoornemen? Heb je je eraan gehouden of ben je je alweer aan het beraden op een nieuwe?

vrijdag 21 oktober 2022

Welke deur is voor het bloedprikken?

 


'Welke deur is voor het bloedprikken?', vroeg de vrouw aan de volle wachtkamer.

'Deur 9 en 10, maar u moet netjes wachten op uw beurt, net als wij.'

'Ja maar, ik moet bloedprikken!'

'Wij allemaal mevrouw!'

'Ja maar ik moet de prikken zetten!'

'Ohhhh, zeg dat dan! Deur 9 en 10......'

Wat een ellende met dat personeelstekort en willekeurig invliegende zzp'ers. En de herfst is nog maar net begonnen en de koude winter nog niet ingetreden. We zijn er nog lang niet!

zaterdag 8 oktober 2022

Congressen, colleges en vergaderingen: variatio delectat


Onlangs was ik – terwijl het onderwerp paradoxaal genoeg open en online onderwijs was – weer eens op een fysiek congres. In Nantes. Wat fijn om elkaar eindelijk weer eens live te ontmoeten. Of nou ja, weer eens: de meeste mensen die ik daar ontmoette kende ik alleen van Zoom of horen zeggen. 

En wat bleek: ze waren in het echt even leuk en gedreven als dat ze online waren! We hadden elkaar alleen nog nooit een hand gegeven of écht in de ogen gekeken, noch samen geluncht of een avondmaaltijd genuttigd, laat staan met elkaar gedanst. Geborreld al wel, maar ja, virtueel, ieder achter z’n eigen laptop met een glaasje wijn; dat blijft toch een beetje armoedig.

 Of we inhoudelijk meer bereikt hebben dan dat we een online congres zouden hebben gehad is de vraag. Want voor inhoudelijke uitwisseling hoef je niet per se fysiek bij elkaar te komen. Als ENOEL (European Network of Open Education Librarians) hadden we de afgelopen twee jaar maandelijks een online vergadering. Ter afwisseling hebben we online hackathons gedaan en interviews met docenten over open onderwijs via Zoom opgenomen. We hebben zelfs een toolkit in elkaar geknutseld. Twee jaar geleden zouden we dat niet voor mogelijk gehouden hebben.

 Met dezelfde groep hebben we ook presentaties gegeven op online congressen en daar leuke reacties op gekregen. Maar de rest van het congres gevolgd? Nee, dat dan weer niet. Dat is echt te saai en vermoeiend op de laptop. Dat kan ik persoonlijk geen hele dagen volhouden en ik heb groot respect voor degenen die dat wel kunnen. Bovendien was er ook nog ander werk binnen bereik.

 Ik heb die afzondering, die borrels en dat samen lunchen gewoon nodig. De informele uitwisseling, daar bloei ik van op! Niet dat dat elke maand moet, maar elkaar af en toe als groep gelijkgestemden op een afgezonderde plek inspireren, dat houdt de moed erin. Net zoals ik tijdens mijn studie klassieke talen af en toe op studiereis naar Griekenland of Italië meeging. Dat hield me gemotiveerd; daardoor kon ik weer maandenlang teksten vertalen en de diashows van de docenten archeologie verorberen. Het lichtte me op, ik was er gewéést, ik maakte er deel van uit!

 En als de colleges online waren geweest, zou ik dan net zo gemotiveerd zijn geweest? Dat is natuurlijk niet te meten; de tijden waren toen ook anders. Ik had geen baantje, want we mochten destijds niet werken naast onze studie, de woningnood was nog niet zo hoog, dus we woonden allemaal in de stad van onze studie, de studieschulden liepen nog niet zo snel op en de computers waren nog niet zo krachtig. Ik ging gewoon naar college, want dat was wat het was. Of ze altijd boeiend waren? Neuh. Sommige colleges zou ik liever versneld hebben afgedraaid en bij andere had ik liever ondertiteling gehad. Het was ook wel vaak op je horloge kijken om te zien hoe lang we nog moesten. Maar er was niets anders, dit was het aanbod. En vaak genoeg was het ook boeiend genoeg. Heel soms hadden we een gastcollege. Daar veerden we dan van op. Even een andere stem, een ander perspectief! Wat was dat verfrissend! Op een gegeven moment kreeg onze generatie studenten – ik zat toen in de masterfase – de beschikking over een OV-kaart. Ik kon elders vakken volgen en zelfs mijn masterscriptie bij een docent in een andere stad schrijven. Niet dat de docent per se beter was, maar zij was de specialist in mijn onderwerp. Ik voelde me bevrijd!

 Rond dezelfde tijd mochten wij naast onze studie gaan bijverdienen. Ondernemende studenten grepen meteen de gelegenheid aan om koerier te worden: geld vragen om pakjes van A naar B brengen terwijl de overheid voor de reiskosten opdraaide.

 Ik vraag me af hoe wij gereageerd zouden hebben als we in die tijd ook online colleges (bijvoorbeeld in de vorm van kennisclips, e-learning modules of podcasts) hadden kunnen volgen. Zouden we dat en masse gedaan hebben? Heel eerlijk gezegd denk ik van wel. Thuis, of in de trein (als koerier). Of we elkaar en de docenten dan minder goed gekend zouden hebben? Ik denk het niet. We zouden elkaar tijdens toffe borrels en dansavonden hebben ontmoet. En natuurlijk bij tijd en wijle bij een spectaculair hoor- of uitdagend werkcollege. En dat afgewisseld met af en toe een studiereis, hackathon, discussieavond of game.

 Want niets is zo demotiverend als gebrek aan afwisseling of keuzemogelijkheid...

Deze blog verscheen eerder hier en is geschreven voor het TLC. Het is een reactie op het besluit van ons CvB om de studenten te verplichten fysiek de colleges bij te wonen.

maandag 8 augustus 2022

Het spelspel


Pakweg een half jaar geleden - het zal tijdens een lockdown geweest zijn - had ik me opgegeven voor de voorrondes voor het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Het leek me leuk om een keer écht mee te doen. Dat laatste werd tenminste in het vooruitzicht gesteld. Vorig jaar vond de uitzending plaats vanuit onze eigen UB en ik was onder de indruk van de vibe en de organisatie. Wat een leuk event! Maar zelf stond ik aan de zijlijn.

Natuurlijk was ik de opgave voor de voorrondes allang weer vergeten (geen lockdowns meer, maar heerlijk veel ander vertier, iets met groepen mensen samen en zo), en dus was ik verbaasd toen ik afgelopen dinsdag een telefoontje kreeg: of ik nog mee wilde doen met de voorrondes van het Groot Dictee. 'Ja natuurlijk! O, komende zaterdag al? O, moet ik daarvoor naar Hilversum komen? Nou prima, I'll be there! '

In mijn naïviteit dacht ik dat ik daar gewoon aan een tafel zou gaan zitten, samen met nog een stuk of twintig kandidaten, maar nee, het bleek te gaan om het live spellen van moeilijke dicteewoorden tegen één andere kandidaat. Daar kwam ik pas achter toen ik de afgelopen afleveringen van de Taalstaat terugluisterde. Slik! Maar ja, nu kon ik me niet meer terugtrekken.....dat zou ik tenminste nogal laf van mezelf vinden. 

Dus daar ging mijn vakantie. Dicteewoorden stampen in plaats van aan het strand bakken of door het land fietsen. Wat een klotetaal is dat Nederlands eigenlijk! Waarom moet er wel een n in hartenlust, maar niet eentje in harteloos? Wie kan me dat uitleggen? 

Gelukkig vond ik een vriendin van mij die me wel wilde helpen met het handiger worden in het hardop spellen van de woorden. Want daar liep ik steeds vast: in het snel spellen van met name lange woorden; dan vergat ik onderweg hier en daar een aantal letters. Ik ben meer van het bedachtzaam opschrijven en dan kijken of het een beetje lijkt te kloppen. En daarna snel de spellingscontrole eroverheen...

Opdelen in lettergrepen leek voor mij de handigste oplossing, dan was het nog wel te overzien. Dat werden dus pittige parallellepipedumsessies. Probeer dat maar eens te spellen zonder een letter over te slaan; dan weet je een beetje hoe ik me voelde.

Enfin, het werd zaterdag en gelukkig wilde mijn man mij wel vergezellen naar het Mediapark. In de auto mochten van hem geen dicteewoorden meer bekeken worden. We luisterden gewoon naar het staartje van Nieuwsweekend en het begin van de Taalstaat. Ik hoorde dat ik als gast werd aangekondigd, een vreemde ervaring....


Ongemerkt waren we bij het Mediapark aangekomen en we gingen het radiogebouw binnen. We kregen uitleg van het beveiligingsteam en namen onze pasjes in ontvangst. Aangezien we vroeger aangekomen dan strikt noodzakelijk konden we even lekker om ons heen kijken. Ondertussen kwam de spelspelleider Wouter van Wingerden binnen. Hij droeg een map. Ik vroeg hem of die de opgaven bevatte en hij bevestigde dat. We praatten wat over koetjes en kalfjes en de volgende persoon kwam binnen. Lakshmi! Wacht even, ik moest toch niet tegen háár? Nee, zij kwam voor een ander programma. Jammer, ik vind haar heel sympathiek. Dus even een babbeltje. BN'ers onder elkaar.

En al gauw voegde mijn tegenkandidaat zich bij ons gezelschap. Met zijn dochter - gelukkig had ik ook een mascotte bij me! Ik voelde me ineens heel beschermd.

En voila, daar kwam de gastvrouw die ons naar de studio moest begeleiden. Ook al zo'n leuk mens! We mochten plaastnemen in de pauzeruimte met hang- en zitplekken. Even een koffie om op scherp te gereaken. Hé, daar kwam Frits Spits binnen. Natuurlijk, die moet af en toe ook even pauze hebben. 'Jij bent Monique neem ik aan?' 'Eh ja, en jij de presentator van het leukste programma van de radio?' hoorde ik mezelf antwoorden. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat ik zo maar een gesprekje met de superinnemende Frits had.


Het programma ging verder en wij werden opgeroepen om de studio in te gaan. Wat een belevenis! In de échte radiostudio! De dochter van mijn tegenkandidaat mocht ook mee de studio in. Van Frits Spits; de regisseur had net uitgelegd dat dat absoluut niet de bedoeling was, maar gelukkig bleek Spits de baas over zijn eigen programma. Mijn man moest helaas in de regieruimte blijven.

Er was geloot en ik mocht beginnen. 'Je bent collectiespecialist bij de Universiteitsbibliotheek van Nijmegen?' Dat klopt.' Heb ik je vorig jaar niet daar gezien, want het Groot Dictee kwam daarvandaan toch? 'Dat klopt. Ik weet niet of je MIJ per se gezien hebt, maar ik had wel een side-event georganiseerd, namelijk het Groot Dictee live meemaken met de collega's.' 'Ja, ik herinner me dat toch wel.' Zijn geheugen werkt blijkbaar beter dan dat van mij, maar ja, hij is dan ook wat minder een warhoofd dan dat ik ben en daarom presenteert HIJ een radioprogramma en ik niet. 

'En nou wil je graag naar Groningen, waar we naar toe gaan?' 

'O, ik wist niet dat jullie naar Groningen gingen?' 

'O, nee, nee, ik verspreek me - je hebt een scoop!'

Zo, die kon ik alvast in m'n zak steken. Zelfs een radiopresentator verspreekt zich wel eens....

Oké, de smalltalk was voorbij en het spel kon beginnen. 'Eet eens wat, ik vind je zo spichtig'. Spel spichtig'. S-P-I- eh, eh, C-H-T-I-G. De kop was er af en de rest ging ook redelijk. Vervilte moet echter blijkbaar zonder n. Ik was in de war met vilten.

'Ik ben toe aan toast met camenbert. Spel camenbert. 'C-A-M-B-E-R-T'. Fout! Maar gelukkig, het spel was afgelopen en er was nog een kans dat mijn tegenkandidaat ook af en toe wat letters onderweg vergat. Helaas, hij was veel sneller en meer bij zinnen dan ik, dus hij won. 

Geen probleem, hij mocht (terecht) door en ik werd genoteerd als reservekandidaat. 

We namen afscheid en werden naar de pauzeruimte gedirigeerd en hoefden nog maar één taak te verrichten, namelijk het reiskostenformulier invullen. Nog warm van de uitzending ging ik aan de tafel zitten om mijn bureaucratische burgermansplicht te vervullen. 

Toen ik opkeek, zag ik ineens wie er tegenover mij zat. Caroline van der Plas! Zo, wat een eer! We hebben een beetje over taal en talen gesproken en hadden (dus) een leuk gesprek. De koetjes en de kalfjes heb ik maar even vermeden, de dag was al enerverend genoeg geweest....

Kijk hier het optreden terug

EuroGames in Nijmegen


Nou, dat was een feest de afgelopen dagen: Nijmegen had de eer gaststad voor de EuroGames te zijn. De Spiegelwaal, het roeiwater van onze roeivereniging, was het toneel van de roeiwedstrijdenin dit verband. Wat een enorme organisatie was dat (voor enkele van mijn clubleden), maar wat bracht het veel op zeg!

Ik heb alleen maar stralende gezichten gezien, ook van de verliezers. Want het was heerlijk om onder elkaar te sporten en er was van alles omheen georganiseerd. Zo was er bijvoorbeeld een openingsfeest met optredens van Ellen ten Damme en Son Mieux en ook nog een eindfeest en genoeg te eten en te drinken; massages waren ook mogelijk. Dus net als bij de Vierdaagse voor ieder wat wils: voor de sporters én de feesters.

Tot welke categorie denk je dat ik behoorde? Juist, de verslaggevers. Je kent me....


Zie ook artikel in de Gelderlander




donderdag 28 juli 2022

Sprookjesachtig Kopenhagen

Reffen (permanent stadsstrand met uitzicht op de stad)

De Denen had ik me eigenlijk altijd voorgesteld als ietwat saaie en degelijke mensen; hun hoofdstad dus ook. Maar niets is minder waar. De helft van het centrum van Kopenhagen wordt in beslag genomen door Tivoli, een pretpark à la de Efteling, waar je vanaf het centraal station bijna meteen als een soort Alice in Wonderland ingezogen wordt.

Noem me één stad in de wereld waar dat ook het geval is. Ik wed dat je er geen een kunt noemen.

Verder wordt er veel gefietst en heb je er natuurlijk ook wel auto's en winkels, maar niet vreselijk veel. De stad maakt verder een opgeruimde en frisse indruk. De penetrante hasjlucht die je bijvoorbeeld in Amsterdam hebt, is totaal afwezig. Het doet meer aan een stad als Leiden dan aan een hoofdstad denken. De grootstedelijke Hop On Hop Off bussen die er rondrijden doen daardoor een beetje misplaatst aan. Kopenhagen lijkt in dat opzicht op Barcelona als een muis op een olifant: stampen wij even lekker! 

Mooie musea hebben ze er trouwens wel en ook die zijn paradijslijk rustig. Wij hebben de Glyptoteket en het Copenhagen Contemporary bezocht. Beide zeer indrukwekkend.

Maar goed, zal de oplettende lezer zeggen, je hebt er toch ook Christiania? Dat klopt. De Kopenhaagse softdrugs is  geconcentreerd in deze hippievrijstaat aan de rand van de stad en is voor iedereen die wil toegankelijk. Hygge kriebel!

En als je meer van creativiteit, muziek, streetfood, bier, cocktails en wijn houdt, dan begeef je je naar het nabijgelegen Reffen, een soort eeuwig durend zomerfestival met uitzicht op de stad. Dat stukje Kopenhagen deed me weer meer aan Berlijn denken. Van alles een beetje dus.

Hebben we dan alles gehad? Nee, want er is ook nog strand en zee, het meest opgeruimde dat ik ooit gezien heb. In de verte lonkte de van de serie bekende brug naar Zweden, maar daar hadden we deze keer - het was een kort en onverwacht tripje omdat we de zoon van de buurvrouw moesten helpen verhuizen - geen tijd voor. 

Ook de zeemeermin heb ik nog niet gezien. Misschien wel met opzet, zodat ik wel een keer terug moet naar deze heerlijke stad. Ze roept me nu al. 

Als een Sirene. 

vrijdag 17 juni 2022

De overige bijdragen op de OEGlobal


Naast de Nederlandse bijdragen en die van de ENOEL heb ik uiteraard ook presentaties van andere landen en gremia bijgewoond; daarvoor ga je immers naar een congres op wereldniveau! Hieronder een greep uit hetgeen ik gevolgd heb.



Naast keynote 1 en keynote 3 was ik vooral onder de indruk van de presentatie van Gino Fransman. Hij betoogde dat de OER-beweging zeer geholpen zou zijn met het inzetten van studenten als influencers. Om de studenten hierin op te leiden is er op zijn universiteit (de Nelson Mandela University) een cursus opgezet: Becoming an Open Education Influencer, oftewel BOEI. Eén van de technieken die ingezet wordt is het verspreiden van voorwerpen (het voorbeeld tijdens de presentatie was tasjes en petjes van de Nelson Mandela University) in de ruimte en het publiek te vragen daar een selfie mee te maken en daarna op Twitter met bijpassende hastag te delen, iets waar we uiteraard massaal gehoor aan gegeven hebben. 

Selfie met open education champion
Antonio Martinez-Arboleda








Verder waren er nog wat mooie Europese initiatieven als Encore + (European Network for Catalysing Open Resources in Education), dat met Erasmusgelden is opgezet en grote ambities heeft, zoals bijvoorbeeld het opzetten van een Europees OER ecosysteem. Want verspreid over Europa gebeurt er al heel veel aan Open Education, maar zij willen deze initiatieven aan elkaar knopen. Ze werken langs vier themalijnen en zo was hun workshop ook opgezet: aan vier tafels werd er over elk van deze thema's afzonderlijk gediscussieerd en konden ideeën ingebracht worden. Ik vond het leuk om bijvoorbeeld ook eens over businessmodels rond OER na te denken. Ook heb ik kennisgemaakt met de ICDE: de International Council for Open and Distance Education, waar ik het bestaan niet van kende. Dat is het mooie van zo'n congres, dat je naast de presentaties ook heel veel kennis van de bestaande netwerken krijgt.

Duitsland is ondertussen ook goed bezig, zo leerde ik in Nantes. Bij de TIB is het prachtige initiatief OERSI ontstaan: een Duitse repository van open leermaterialen (nu al 38.000) die alle repository's van de Duitse deelstaten met behulp van GitLab (open source) aan elkaar heeft verbonden. Deze zou eventueel ook uitgebreid kunnen worden naar een Europese repository. Het probleem van de meertaligheid zou dan opgelost kunnen worden door de trefwoorden door Wikidata te halen. Is dat mooi of niet? De afkorting OERSI staat overigens voor Open Educational Resources Search Index. Trots op de bibliotheken. You go, oftewel du gehst, Axel Klinger!

Bij de TIB doen ze trouwens nog meer toffe dingen, zoals het maken van een (open) handboek over IT in bibliotheeksystemen met behulp van boeksprints. Daar had ik van ons ENOEL-lid Lambert Heller al van gehoord.

Nog meer Duitsland: de presentatie van Benjamin Heurig en Bence Lukács over de weg naar de open universiteit: een docentenprofessionaliseringsproject als aanjager van innovatie op de universiteit van Passau. Dat project, dat nog steeds loopt, heet Skill.de: Strategien zur Kompetenzentwicklung: Innovative Lehrformate in der Lehrerbildung, digitally enhanced. Het heeft gezorgd voor een enorm frisse wind op de campus. Er wordt veel gewerkt met studentmedewerkers en er is een nadrukkelijke samenwerking met de maatschappij. Hun materiaal staat op de VHB (de Vritual University Bavaria, een samenwerkingsverband van de universiteiten van Beieren; mooi dat ze hier ook de open cursussen die in voorbereiding zijn aankondigen).

En uiteraard waren ook United Kingdom en Spanje present. Javiera Atenas en Gema Santos-Hermosa presenteerden hun bevindingen rondom bibliotheken en open knowledge. Zij hebben onder andere onderzoek gedaan naar OER-elementen in de bibliotheekopleidingen en vonden dat daar in het geheel geen aandacht voor is, terwijl 70% van de Open Education activiteiten door bibliotheekmensen wordt gedaan. Bibliotheekmedewerkers zijn dus niet opgeleid voor het vele werk dat ze op dit gebied verrichten en krijgen er ook vaak de erkenning niet voor.

Gelukkig is ENOEL deze lacune aan het vullen door het maken van een OER learning path for librarians. 

Ik vond het trouwens leuk om Javiera eens in het echt te ontmoeten; wij hebben de voorbeelden uit het boek open data as open educational resources van haar en Leo Havemann gebruikt voor ons UDIT-project.



Een mooie presentatie was ook die van Christina Riehman-Murphy en Brian McGeary van de Pennsylvania State University, Amerika dus. Zij hebben een roadmap voor open pedagogy gemaakt. Mooi werk en goed om de studenten serieus te nemen, niet alleen als consumenten, maar ook als producenten van kennis. De beide sprekers houden zich respectievelijk bezig met OAER (Open and Affordable Educational Resources) en ACT (Affordable Course Transformation).

En last but not least was er nog een presentatie van Glenda Cox en Bianca Masuku van de University of Capetown over open Textbooks en het tegengaan van sociale ongelijkheid. Zij betoogden dat samenwerken aan open textbooks mét studenten prima resultaten kan opleveren en dit ook de manier van lesgeven kan beïnvloeden. Bij hun textbooks wordt er veel gebruik gemaakt van multimedia, wat ze extra aantrekkelijk maakt.

Al met al een rijk congres! En jammer dat ik niet alle lezingen heb kunnen volgen, maar de papers bekijken kan natuurlijk altijd, al weet ik nu al dat dat niet gaat gebeuren, er moet ook wel eens wat GEDAAN worden.

Wel leuk om terug te kijken: terugblikfilmpjes door verschillende deelnemers, waaronder Paola en Mira.
En goed om terug te blikken: de blog van SURF naar aanleiding van de bevindingen van de Nederlandse deelnemers.