dinsdag 9 januari 2024

Romeins bad


Als classica en winterzwemster kon ik het natuurlijk niet laten: een nieuwjaarsduik in het pop-up Romeinse bad op de Grote markt in Nijmegen.

Naast de belofte van een frisse duik in een Romeinse omgeving was ik ook gelokt door de toezegging dat de eerste 300 deelnemers een muts zouden krijgen en kans zouden maken op één van de 20 badslippers of 25 vrijkaarten voor een ontspannen dagje uit bij Sanadome. Wie wil dat nou niet?

Dus ondanks de regen hing ik op nieuwjaardag om half twaalf 's ochtends snel mijn kleren aan de kapstok bij het Romeinse bad en plonste ik heerlijk het verfrissende water in. De temperatuur van het water viel me niet tegen: een makkie. "Waar kan ik nu mijn muts halen?" vroeg ik de man in Romeinse kledij, toen ik me weer in mijn kleren had gehesen.

"Daarboven, op de eerste verdieping van de Waag; je kunt gewoon de buitentrap gebruiken. Er is ook een omkleedruimte daar."

En inderdaad, daar kreeg ik mijn mooie blauwe Winterwekenmuts. "En hoe maak ik nu kans op de badslippers of Sanadomebon?"

"Daarvoor moet je muntjes voor opduiken in het Romeinse bad." 

"Maar daar kom ik net uit!" 

Wat bleek nou? Ik had me bij de Waag moeten omkleden en daar de instructies vooraf moeten krijgen.

Hmmm, kleine domper op het feestje; ondanks mijn enthousiaste stemming voelde ik er weinig voor om nóg een keer het koude water in te duiken. Dan maar geen bon(us).

Carpe annum!

vrijdag 5 januari 2024

Informatievaardigheden en het gevoel


Sorry mensen, ik loop door omstandigheden een beetje achter met het maken van verslagjes over de ECIL-conferentie van oktober. Hierbij nog een stukje dat niet mag ontbreken.

Een mooie en duidelijke presentatie op de ECIL was die van Ellen Nierenberg, die haar PhD deed in Tromsø (Noorwegen). Via Facebook (sinds onze Erasmusuitwisseling naar die stad) zijn we namelijk vrienden) had ik er al iets van meegekregen - ze hield een weblog bij over haar onderzoekservaringen en deelde haar posts daar - maar ik was natuurlijk weer te lui om de dissertatie in z'n geheel te lezen.

Voordat zij aan haar proefschrift begonnen was, wist ze al dat ze niet tevreden was met de vigerende definitie van informatievaardigheden; ze vond dat er een aspect miste, namelijk het gevoel/ de emotie bij het zoeken naar en beoordelen van informatie. Zij vindt dat het moet gaan om de trits kennis, vaardigheden en houdingen (met andere woorden weten, doen en voelen).

Tevens was ze niet tevreden met de bestaande meetmethoden, dus ook die heeft ze zelf ontwikkeld. Ze heeft vragenlijsten uitgestuurd met als belangrijke factor interesse, omdat dat een belangrijke indicator is voor de 'leerzin' en dus het succes van de cursussen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat hoe gemotiveerder de student is, des te meer de interesse in de stof blijft bestaan, onafhankelijk van de situatie.

De groei of afname in de loop van de jaren van de verschillende aspecten die ze onderscheiden heeft (weten, doen en voelen) heeft ze ook gemeten. De conclusie was dat er zowel bij alle aspecten afzonderlijk als ten opzichte van elkaar groei waarneembaar was en dat de aspecten tevens steeds meer in elkaar grepen. Dat proces heet transformatief leren (de transformatie gebeurt in de steeds groter wordende overlap van de verschillende aspecten).

In de latere fase van haar onderzoek heeft ze ook het aspect 'kritische reflectie op jezelf' toegevoegd: 'voel je je nog dezelfde persoon als vóórdat je deze kennis had verworven?' Daarbij doelde ze onder andere op vertrouwen, wat immers ook een gevoel is. 

Eén van de vragen bij deze vragenlijst was of het ook een kwestie van leven of dood zou kunnen zijn of je deze kennis (de informatievaardigheden dus) bezit en het antwoord was verrassend vaak: ja!

Benieuwd geworden? Lees hier haar thesis.

dinsdag 2 januari 2024

In memoriam: mijn vader


In juli schreef ik nog over de wonderbaarlijke opstanding van mijn vader; toen geloofde ik nog in zijn onsterfelijkheid. Inmiddels is hij tegen alle verwachting in tóch overleden. Wij hebben hem vorige week vrijdag begraven. Mocht je mijn vader niet gekend hebben, dan heb ik hier een klein in memoriam voor je; het is een van mijn monumenten voor hem, want voortleven zál hij!

In memoriam

Onze lieve vader zag het levenslicht op 3 maart 1937 in Medemblik, waar zijn opa burgemeester was geweest. Voordat hij geboren werd, was zijn eigen vader al gestorven. Dat moet een grote impact op hem gehad hebben, maar hij heeft zich er nooit over beklaagd; hij nam de dingen zoals ze kwamen. Uit zijn jeugd herinnert hij zich vooral de oorlog, de honger en de bombardementen. En de grote liefde voor zijn moeder, drie broers en vier zussen; zij vormden ondanks de barre tijden een warme familie met elkaar daar in Noord-Holland. 

Toen hij 11 jaar was hertrouwde zijn moeder en verhuisde hij naar het Westland. Al gauw begon hij in de tuin van zijn nieuwe vader mee te werken en zware shag te roken. Dat hoorde er allemaal bij in die tijd. In de loop van zijn leven is hij het roken afgeleerd; het in de tuin werken is hij echter zijn hele leven blijven doen; eerst in dienst van zijn zwager Geert en vanaf zijn zevenentwintigste in zijn eigen bedrijf; het jaar daarna trouwde hij na zes jaar verkering met onze moeder en verhuisde hij naar Stompwijk, zijn eigen stekkie. Tevens nam hij zitting in de raad van toezicht van de bank aldaar en als tegenwicht ook in de raad van elf.

Al snel kwamen de kinderen, waar hij erg van genoot en graag mee stoeide en voetbalde. Toen we nog klein waren zag het hemeltje van de wieg zwart van zijn handen. Wat hield hij van ons! Evenveel als dat hij later van zijn kleinkinderen zou doen.

Helaas overkwam hem ook tegenspoed in de vorm van een hernia en een maagzweer. Pappa en mamma besloten dat het misschien een goed idee zou zijn om het wat rustiger aan te doen en kochten een huis met een groot stuk land in Gorssel, alwaar hij een kwekerij annex groothandel startte. Helaas bracht dat hem niet de broodnodige rust en uiteindelijk hebben ze het huis verkocht en zijn ze in Epse gaan wonen, alwaar pap als het ware de groothandelaar van de bloemenwinkel van zijn vrouw werd. 

En toen hij daar niet meer genoeg voldoening in vond, is hij bij de schouwburg gaan werken, alwaar hij wat meer tot zijn recht kwam en genoot van het toneel, de werkzaamheden, sfeer en ontmoetingen met artiesten. Het was een gelukkige tijd voor hem.

Na zijn pensionering verdeelde hij zijn tijd tussen zijn vrouw, zijn kinderen, kleinkinderen (en achterkleinkind), van wie hij zielsveel hield en die hij hielp met verhuizen, klussen en verven waar hij kon. En niet te vergeten het kerkkoor, de tuin- en jeu de boulesclub en last but not least zijn moestuin en daarnaast ook nog tuinen van anderen. Wat genoot hij ervan om in de natuur te zijn!

Zijn adagium was: een dag niet getuinierd is een dag niet geleefd. 

We zijn intens dankbaar dat het hem, nadat hij ernstig ziek was geworden in de zomer en het echt kantje boord was, nog een half jaar extra gegund werd om in zijn tuin te werken en daar bezoek van zijn talloze vrienden en familie kon ontvangen. 

Want dat was waar het in zijn leven om ging: vrienden, feestjes, rock ‘n’ rollen, gezelligheid, kinderen en familie. Hun zou hij nooit hulp weigeren of onfatsoenlijk behandelen. Hij was oprecht, warm en sterk. Wij missen hem enorm.

verhaal bij de foto

woensdag 29 november 2023

Mijn eerste keer


Hij lag me al weken aan te staren, die paarse plastic envelop en ik kon me er maar niet toe zetten 'm te openen. Ik wist wel wat er in zat, want er stond 'bevolkingsonderzoek' op en ik kende 'm al van mijn man. Ook die had er tegenaan gehikt de eerste keer.

En na de eerste aanmaning moest het er toch eindelijk maar eens van komen. Na weer een paar weken uitstel. Want ik zag er als een berg tegenop om een deel van mijn ontlasting op te vangen en daar vervolgens met een geribbeld stokje gaatjes in te prikken en dat staafje vervolgens met de vloeistof in het in het erbij geleverde plastic buisje te vermengen. Wie verzint zoiets?

En dan ben je nog niet klaar, nee, je moet dat buisje ook nog in een ander plastic zakje met beugeltje zien te frotten en daarna opsturen. Binnen 24 uur welteverstaan. Okay, dacht ik, als het dan toch moet: ik ben het liever kwijt dan rijk.

Dus hup, die plastic envelop onder de snelbinders (niet in de hand, want hoe gênant zou het zijn als mensen deze poeppost zouden herkennen) en als de wiederweerga naar de dichtstbijzijnde brievenbus.

Plop!

De opluchting na deze ontlastingssessie was de grootste die ik ooit gehad heb. Twee jaar lang geen paarse envelop meer! En ik maar denken dat een mammografie een ding was. What's next?

vrijdag 24 november 2023

De vrije schildpad


Toen ik vandaag die schildpad, die in dat net verstrikt zat met dat hoge I-want-to-break-free-gehalte, in duizendvoud zag langskomen vanwege de campagne, dacht ik: ‘Ja wat goed dat wij als universiteit duurzaamheid in al onze curricula een belangrijke plaats laten innemen’. Om te voorkomen dat we straks verstrikt in een net onder de zeespiegel staan les te geven.

Maar hoe zit het met de duurzaamheid van onze eigen onderwijsmaterialen? Zijn die over een decennium of vijf nog te raadplegen? 

Onze wetenschappelijke output wordt netjes verzameld in repository’s, maar hoe zit het met onze onderwijsoutput? Is die over een eeuw nog bekijken of moeten we ons er maar tevreden mee stellen dat dat vluchtig materiaal is, onder het mom van verba volant scripta manent?

Ja, het materiaal dat op Blackboard en Brightspace staat wordt netjes zeven jaar bewaard, want daar moet de visitatiecommissie nog iets van kunnen vinden, maar daarna? Verdwijnt het daarna op de digitale schroothoop? Of kunnen we er nog iemand blij mee maken? Toekomstige generaties bijvoorbeeld, als ze – ik noem maar wat - onderzoek willen doen naar de evolutie van hoorcolleges?

 Wat heerlijk zou het voor ze zijn als ze daarvoor in ons goed doorzoekbare weblecture-archief zouden kunnen grasduinen! Of kennnisclips die in coronatijd gemaakt zijn zouden kunnen bekijken. Als je denkt dat daar niemand in geïnteresseerd zou zijn dan hoef je je alleen maar te bedenken wat een gejuich er opsteekt als er toevallig weer een aflevering van ‘Ja zuster nee zuster’ opduikt. Of hoe blij we zijn met een Instituut voor Beeld en Geluid.

Gemakkelijk zal dat niet zijn, dat bewaren. Maar we zullen er wel duurzaam impact mee hebben.

En waarom zouden we er nu al niet over na beginnen te denken welke vorm dat zou kunnen hebben? Of wat we er meteen al aan zouden kunnen hebben? Want als we het nu overzichtelijk bewaren, waarom zouden we daar al niet zelf gebruik van kunnen maken? 

Docenten zouden bijvoorbeeld elkaars kennisclips of modules over duurzaamheid, ethiek, statistiek of privacy (in al dan niet gewijzigde vorm) kunnen hergebruiken. Scheelt ook weer in de werkdruk zodat docenten wat duurzamer ingezet kunnen worden. En ook studenten zouden eens over de muurtje van hun eigen opleiding kunnen kijken.

Maar ja, wie zet daarvoor de eerste stap? Want eenvoudig zal het niet zijn om al die silo’s met divers materiaal duurzaam te bewaren en liefst nog toegankelijk ook.

Gelukkig bestaat er een nationale organisatie voor wie dit soort zeeën niet hoog genoeg zijn en die zich daar al ruim 30 jaar lenig op beweegt. Zij heeft een voor iedereen toegankelijk en goed doorzoekbaar systeem gemaakt waarop al het onderwijsmateriaal van het hoger onderwijs dat de moeite waard is om te delen en/of te bewaren. Wat een vooruitziende blik! 

Natuurlijk is het nog niet ideaal, maar ik zou zeggen: typ maar eens wat zoektermen in op Edusources (want zo heet dat in potentie paradijselijke platform) en bedenk welke impact het zal hebben als jij als docent je materiaal daar op zet. En hoeveel mensen je daar blij mee zult maken. Een typisch gevalletje van win-win lijkt me. Ik zou zeggen break free en mail me gerust als je hier iets op wilt zetten. Dan zal ik je door de mazen van het net door leiden.

Hoe ik daar als UB-ert expert in geworden ben? Typ maar eens ‘informatievaardigheden’ in de zoekbalk in en je zult zien waarom. 

Edusources, het online onderwijsparadijs


Deze blog verscheen in november 2021 op de nieuwssite van het TLC en wordt nu via dit webblog duurzaam bewaard

woensdag 1 november 2023

De Nederlandse inzendingen op de ECIL


In totaal waren er vier presentaties van Nederlandse bodem op de ECIL, geen slechte score. Er waren van tevoren papers ingediend door Jos van Helvoort en Peter Becker, Harrie van der Meer en yours truly.


De presentatie van Jos en Peter ging over een project dat ze samen geleid hebben, namelijk het maken van een edubook op het gebied van digitaal bronnenonderzoek voor het HBO. Dit hebben ze samen met Edumundo gedaan omdat ze gemerkt hadden dat er bij de docenten grote behoefte aan is, maar zij zelf geen tijd hebben om het te maken.

Aan de hand van concrete methoden en technieken leren studenten hun weg te vinden in het enorme aanbod aan digitale informatie. Ze raken er stapje voor stapje bedreven in om zelfstandig en verantwoord te vinden en te gebruiken wat relevant, betrouwbaar en actueel is. 

Studenten kunnen het studieboek voor 30 euro per boek kopen; voor docenten is het gratis. Binnenkort zal er tot grote tevredenheid van het ECIL-publiek ook een Engelstalige versie beschikbaar zijn.

voorbereiding van mijn presentatie op de mooie campus van de Uniwersytet Jagiellonksy



Mijn eigen presentatie ging over de ENOEL, het Europese netwerk voor open-onderwijsbibliothecarissen. Ik heb uitgelegd waartoe wij op aarde zijn, welke producten we hebben opgeleverd en gevraagd of er nog mensen in de zaal waren die óók lid wilden worden. Voorlopig was er in ieder geval belangstelling vanuit Tsjechië en Schotland (en de Verenigde Staten, maar die mogen geen lid worden, wel samenwerken uiteraard). De studente die als 'hulpje' bij de presentatie aanwezig was, gritste meteen de Poolse vertaling van onze Toolkit open education benefits die ik bij wijze van voorbeeld had uitgeprint, van tafel. Missie geslaagd, onze kracht zit onder andere in het toegankelijk maken van onze producten door ze óók te vertalen in alle Europese talen - meestal zijn dit soort producten alleen in het Engels beschikbaar.


foto: Jos van Helvoort

En dan nog de presentaties van de papers van Harrie van der Meer namens de UKB/SHB-werkgroep Information Literacy. In een vorige blogpost had ik al gemeld dat hij zelf wegens omstandigheden niet aanwezig kon zijn en Lieke en ik zijn presentaties overgenomen hadden. Dat is gelukkig goed gekomen; we hadden immers steeds de updates van de projecten tijdens de werkgroepoverleggen meegekregen.

De eerste presentatie, over het open badgesproject, was niet heel goed bezocht - we hadden de pech dat op hetzelfde tijdslot een aantal sessies over Artificial Intellegence & IL gepland waren die we zelf eigenlijk ook wel hadden willen bezoeken. Maar niet getreurd, we hebben onszelf er prima doorheen geslagen; we wisten zelfs het verschil tussen edubadges en microcredentials uit te leggen! Op het congres waren meer bibliotheken van hoger-onderwijsinstellingen bezig met (open) badges, maar niemand zo uitgebreid als wij met landelijk vastgestelde uitkomsten van de leerdoelen, dus daar mogen we best trots op zijn met z'n allen.

Meer weten over het project Edubadges Information Literacy (inclusief alle documentatie)? Zie de UKB/SHB Information Literacy website (stukje naar beneden scrollen).


foto: Jos van Helvoort

Onze tweede bijeenkomst was gelukkig beter bezocht: geen concurrentie van AI-bijeenkomsten en zelfs een heel leuke lezing vóór ons over media literacy

Het onderwerp was het delen van leermaterialen op het gebied van digitale geletterdheid en ging over het project Delen Digital Skills Onderwijsmaterialen (voor de details verwijs ik wederom naar de UKB/SHB Information Literacy website). De complexiteit van het project zat 'm in het precies bepalen van de scope (en dito taxonomie) van digital skills met de verschillende gelieerde werkgroepen. Leidraad hierbij is onder andere het DigComp Framework.

Er ontspon zich een leuke discussie over de vraag in hoeverre we ons bibliotheekonderwijs in  informatievaardigheden zouden moeten uitbreiden met digital-skillsonderwerpen als coderen, Indesign, bloggen en datageletterdheid.

En daarna de lezing na ons over Data Literacy for Master Level in University of Helsinki die mooi bij ons onderwerp aansloot nog even volgen en snel omkleden om op tijd te zijn voor het galadiner.

Voor meer Nederlandse inbreng (inclusief bezoekers en sfeer) zie hier en hier.

maandag 23 oktober 2023

De lezingen die begonnen met een vraag


Lezingen die beginnen met een vraag zijn eigenlijk het leukst om te bezoeken; je zit er meteen lekker in. Tijdens het ECIL-congres waren dat er twee.
De een begon met: 'Waar denken jullie dat er meer van zijn, vogelsoorten of referentiestijlen?' 
Hmm, dat was een moeilijke vraag, de meesten dachten vogelsoorten. Mispoes, dat bleken toch referentiestijlen te zijn. Meer dan tienduizend! Het was het begin van de lezing "Who cares?" Defining  citation style in scholary journals. De sprekers vroegen zich af waarom er toch zo enorm veel referentiestijlen zijn en waarom de wetenschappers zichzelf (en de studenten) daar zo'n last hebben bezorgd. Alsof ze niets beters te doen hebben! 

Om het antwoord hierop te vinden hebben ze een onderzoek uitgevoerd en in SCOPUS gekeken welk land er het meeste publiceerde. We mochten wederom raden. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk hadden we al snel, maar dat het derde land Nederland was? Daar was niemand opgekomen. De reden is waarschijnlijk omdat er relatief veel grote uitgeverijen als Elsevier in Nederland zijn. Verder hebben ze gekeken of de wetenschappers meer in hun eigen taal of het Engels hadden gepubliceerd. Qua Tsjechië en Litouwen (waar de onderzoekers vandaan kwamen) bleek dat ongeveer 60% te zijn. 

En de vakgebieden dan? Was daar iets zinnigs over te vertellen? Wat Tsjechië en Litouwen betreft wel: het eerst land bleek voornamelijk artikelen op het gebied van landbouw te produceren, terwijl het tweede land zich het meeste bleek te richten op de sociale en geesteswetenschappen. In algemene zin worden de meeste artikelen op het gebied van de medische wetenschappen gepubliceerd.

Ook was bekeken of het scheelde of de artikelen al dan niet in Open Access waren verschenen. Voor Tsjechië en Litouwen bleek dat er relatief veel in (diamand) open access verscheen.

In Tsjechië was de ISO-stijl dominant, voor de rest 'unnamed' en APA. De 'unnamed' kwam het meest voor in de natuur- en medische wetenschappen. 

Naar de uitgevers is nog niet in detail gekeken; dat staat nog open voor vervolgonderzoek.

De conclusie luidt dat de huidige situatie met zo veel referentiestijlen in ieder geval niet werkbaar is en een harmonisatie daarvan zeer welkom zou zijn, maar wie gaat dat organiseren? De uitgevers in ieder geval niet, die interesseert het blijkbaar niet en de Open Access journals vragen vaak niet om een bepaalde stijl, wel om een DOI. In Tsjechië wordt relatief minder vaak met DOI's gewerkt. 

Om de 'unnamed styles' te duiden hebben ze tijdens het onderzoek ChatGPT gebruikt. Die stijlen bleken vaak varianten op bekendere stijlen te zijn.

De voorzitter (een onderzoekster) merkte op dat het schrijven in een andere referentiestijl voelt als het huren van een auto, namelijk dat je eerst een tijdje stress ervaart omdat je de auto en alle knopjes nog moet leren kennen, maar dat het daarna wel begint te wennen, hoewel het nooit echt natuurlijk aanvoelt en je liever in je eigen auto rijdt.


De tweede lezing die met een vraag begon was getiteld Media literacy interactively and for all. De vraag luidde: wie gelooft dat de maanlanding nooit heeft plaatsgevonden? Natuurlijk stak niemand zijn vinger op, want Thierry was niet in de zaal aanwezig. Van Tsjechië is bekend dat ongeveer 10 procent in complottheorieën gelooft (en ook 10 procent dat de Russische invasie van Oekraïne terecht was). 

Krystyna Paulova, de spreekster, zelf een gamer, is zeer actief op het gebied van het bestrijden van desinformatie bij het voortgezet onderwijs en senioren; haar team heeft verschillende MOOCs voor verschillende onderwerpen gemaakt over dit onderwerp, waarvan er enkele in het Engels vertaald zijn, en tevens een aantal open online textbooks (future books), gemaakt met veed.io.
Ze liet ons twee plaatjes zien en vroeg ons te raden welke van de twee gemaakt was met AI.

En alsof dat nog niet genoeg was, hebben ze ook nog een online escaperoom (deze is vertaald in het Engels) gemaakt, over een AI die de wereld wil overnemen. Bij het maken van het spel is ook gebruik gemaakt van AI, onder ander om een deepfake video te maken. Ze willen graag samenwerken en vroegen ons ze te volgen op Instagram.