Posts tonen met het label volkstuintje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label volkstuintje. Alle posts tonen

vrijdag 18 september 2020

Phytopthora gesignaleerd


Ook aan ons volkstuintjescomplex is hij niet voorbij gegaan: de aardappelziekte…. En als die eenmaal in je volkstuin zit, krijg je 'm er niet meer uit en hij verspreidt zich ook over de tomaten en niet alleen dit jaar, maar ook de daarop volgende jaren. 

Dus heeft het bestuur besloten dat er geen aardappels of tomaten meer in de tuintjes gepoot mogen worden. 'Is dat niet wat rigorous?', vroegen sommige leden zich af. Er waren toch genoeg aardappelen en tomaten die niet aangetast waren, dus blijkbaar zijn er wel rassen die resistent zijn. 'Misschien moeten we ze gezamenlijk inkopen', opperde een ander. 'Nee, we zijn geen communisten!', zei weer een ander, 'we rijden toch ook niet allemaal in een Lada?'.

'Een lijst maken met de rassen die wel resistent waren dit jaar dan? En de rassen uit die lijst toestaan?', stelde een wakker lid voor. Daar is nog niet op gereageerd door het bestuur, maar ik heb zo'n idee dat ze onverbiddelijk zijn en wie weet spionnen gaan inzetten om de leden die ze toch zetten op te sporen en meteen te royeren.

De tijd zal het leren.

deel van de oogst


Zelf vind ik het nogal jammer, want de tomatenoogst was zo'n beetje de beste oogst die we hadden dit jaar. De zaden, die ik van mijn vader had gekregen, kwamen dan ook rechtstreeks uit Italië. We hadden er zelfs al een klein beetje naam mee opgebouwd; mensen uit de buurt (en wij zelf natuurlijk) vonden ze echt heerlijk en wilden best een deel van de oogst overnemen en daar waren we behoorlijk trots op!

En nu zouden we die niet meer mogen planten? Ik vind de volkstuinwereld hard. Is er nog geen vaccin tegen die corona pytopthora?

maandag 22 juni 2020

Hoe is het met de mol?


Sommige van jullie vroegen me hoe het met de mol is. Nou eigenlijk best goed, heel af en toe een voorzichtig molshoopje, maar dat mag die naam eigenlijk nauwelijks hebben.
Veel luizen op de tuinbonen gehad, dat wel. Maar die zijn allemaal lekker opgegeten door de lieveheersbeestjeslarfjes. Prachtig hoe de natuur dit zelf oplost.

Het grootste probleem van de afgelopen tijd was eigenlijk meer menselijk van aard: hangjongeren. Eerst spoten deze elkaar nat met onze tuinslangen en lieten ze die het liefst de hele nacht lopen. Daar hebben we natuurlijk gauw een eind aan gemaakt; een geintje is leuk, maar ons bent toch zunig, dus gaat de hoofdkraan voortaan om negen uur 's avonds dicht.

Dit tot grote ergernis van de jongeren natuurlijk, want het was nou juist zo'n leuk spel! Dus maar iets anders verzinnen: een vuurtje stoken met de strobalen en planken van bouwsels uit de tuin. Vonden we ook al niet leuk. Dus aangifte gedaan. Daarna stopte het echter niet, de jongens bleven klieren en meer dan dat. En natuurlijk liep dat uiteindelijk uit de hand en moesten daar boa's aan te pas komen. Zonder wapenstok en zonder pepperspray, maar hey, het is Lent!

Zijn het toch weer die mensen (jongeren) waar je meer last van hebt dan van die dieren.


Verder was het heerlijk groeiweer de afgelopen weken: redelijk wat zon, maar ook behoorlijk wat regen. Dus we hebben heerlijk kunnen oogsten. Eindelijk!

En binnenkort de eerste moestuinborrel. Dresscode: groen, geen hoodies.

zaterdag 23 mei 2020

Waar is de mol?


Alles ging zo goed in ons tuintje: de grond was omgespit en de plantjes groeiden naar hartenlust. We deden soms ook echt mee met de ervaren volkstuinders en wisselden tips en tricks en stekjes en zaden uit. Soms werden we zelfs aangezien als professionals en werd er raad aan ons gevraagd. Kun je het je voorstellen? We hebben dan ook stiekem een adviseur 'in dienst': een vriendin van de buurvrouw. Die fluistert ons af en toe plantennamen of andere wetenswaardigheid in. Zo blijven we voor de ergste blunders behoed. Het was bijvoorbeeld een genot om met haar door de 'gratis intratuin' te wandelen: de overgebleven plantjes in het vorige tuincomplex van de Lentse Aarde. Zij wees ons de juiste aardbeienplantjes, frambozenstruiken, gouds- en koekoeksbloemen en kaardenbollen aan. Daar hebben we een groot deel van onze tuin mee vol gezet, zodat het meteen wat leek. En dan sta je dus meteen te boek als ervaren moestuinder. 'Wat zijn jullie al ver zeg! Waar hebben jullie die strobalen eigenlijk vandaan? En die wilgentakken? En die houtsnippers?' Nee, ons konden ze niets meer wijsmaken. En veel hadden we al van de écht ervaren collega's gehoord.

Maar opeens zagen we twee hoopjes in onze tuin. Een mol! En nu? Hadden de andere tuinders die ook? Dat zou toch wel een blamage zijn, als die dat niet hadden. Nope, behalve de nieuwe buurman en buurvrouw, die pas een week geleden begonnen waren hun tuintje om te spitten. Échte nieuwkomers zeg maar. Vers uit de Randstad. Dat móet die mol geroken hebben, want hij was bij hen begonnen. Ze gaven het eerlijk toe dat de mol als eerste eerst bij hen gesignaleerd was, en ook dat ze de molshoopjes in hun tuin geplet hadden. Als gevolg daarvan moet het beest naar onze tuin zijn verhuisd. Die verrekte Randstedelingen, zal hij gedacht hebben. Ik ga m'n gangen wel bij die lieve Lentenaren graven. Maar wij waren geen haar beter en hebben zijn hoopjes ook platgetrapt. Mollenklemmen plaatsen is immers uit den boze in ons biologische complexje en we hadden gelezen dat mollen het niet fijn vinden als je hun heuveltjes plet. Dan gaan ze op zoek naar een ander plekje.

Dus de volgende dag hadden onze achterburen ineens vier molshopen - hun perceel is iets groter dan dat van ons. En de dag daarna de overburen.

Ik ben benieuwd hoe deze soap zich verder ontwikkelt. Moltalk genoeg. Weer eens wat anders dan coronatalk.

zaterdag 18 april 2020

Volkstuintje


Midden in de winter liepen mijn buurvrouw en ik met de hond langs de dijk. Vanaf de dijk zagen we een veldje dat bewerkt leek te worden voor iets; tuintjes wellicht? Voorheen liepen hier koeien.

We liepen er heen en gingen eens navraag doen. Ja, inderdaad, men was daar de grond aan het prepareren voor het aanleggen van volkstuintjes. De vorige tuintjesoase moest namelijk opgeheven worden in verband met de komst van huizen en nu werd die hierheen verplaatst. O, wat leuk! Zouden wij ook een tuintje kunnen nemen? Dat moesten we maar eens navragen bij de Lente Aarde, want zo heet de volkstuinvereniging in Lent.

En warempel, men had nog drie percelen over. We mochten zelf kiezen welke we wilden; dat was op de plattegrond aangegeven. Ehhh, doe maar perceel 30 dan, een soort van blind kiezen, want we hadden geen idee van wat een gunstig gelegen stukje grond was, de beste stukjes waren sowieso al vergeven, schatten we zo in. En na betaling van borg en inschrijfgeld waren we dus ineens trotse bezitters van een volkstuintje.

En toen? Niks, want het was winter. Maar langzaam werd het lente en konden we aan de slag. Het was precies de tijd dat het coronavirus om zich heen aan het grijpen was. Niet dat wij daar last van hadden - integendeel: we hadden lekker wat om handen nu we toch geen uitstapjes konden maken. Spitten in plaats van festivallen, ook wel eens gezond!

Enfin, al gauw hadden we een plan voor ons tuintje gemaakt en de benodigde spullen daarvoor gekocht: een mooi kersenboompje met houtsnippers daaromheen in het midden. Van daaruit zouden we in stervorm verder werken. Geen saaie bedjes, maar meer een soort vrolijk festivaltuintje. Met groenten én bloemen.

Wij met de plattegrond op de telefoon naar het volkstuinencomplex toe. Ja, hier moet het zijn. Spitten, planten en strooien maar!

De volgende dag keerden we terug en wie schetst onze verbazing? Een of andere man was bezig ons tuintje verder om te spitten. 'Wat aardig van u, maar dit is ons tuintje!' 'Nee hoor, van ons. Toch, kinderen?' 'Ja, hier was mamma ook bezig vorige week'. Nou, dan had mamma niet veel gedaan, want we zagen geen sporen van verrichte werkzaamheden.

Tja, wat nu? Wie had er nou gelijk? Het plattegrondje bood geen uitsluitsel, het was een onduidelijk plattegrondje en er stond nergens een nummering bij de percelen.

Lekker dan.

Aangezien we de dagen daarop geen beweging meer zagen in ons tuintje, namen we aan dat de man zich vergist had. Natuurlijk, hoe kon hij zo dom zijn! Ondertussen waren we hem wel dankbaar dat hij een lastig stukje van onze tuin had omgespit, maar aangezien noch hij, noch zijn vrouw, noch zijn kinderen zich lieten zien, konden we hem niet bedanken.


En ineens zat er een berichtje in onze mailbox. Van de coördinator van het volkstuitjesncomplex. Waarom we zo brutaal waren geweest om ons het tuintje van onze buren toe te eigenen. Oei! De volgende ochtend om 10 uur werden we op het complex verwacht om het geschil op te lossen. Zou de rijdende rechter al ingeschakeld zijn, vroegen wij ons angstig af. Met hangende pootjes, maar toch nog overtuigd van ons gelijk, verschenen we op de afgesproken tijd bij ons (?) tuintje. Het bleek perceel nummer 31 te zijn, toch niet het onze dus. Het onze, perceel 30, lag er naast, maar daar stond al een boompje op. Alvast voor de sier overgebracht van het vorige tuintjescomplex, bleek later. Ja, wisten wij veel, er was niets ingetekend op het plattegrondje. Mooi, dank u wel, maar wij hebben dus al een boompje in het tuintje geplant dat blijkbaar niet het onze was. En redelijk wat omgespit, een houtsnipperpatroon aangelegd en bloemenmengsel gestrooid. 'Wij eisen dat dat na het weekend van ons tuintje verdwenen is', zeiden onze buren, nog steeds een beetje landjepikkers in onze ogen.

'We zouden ook gewoon kunnen ruilen, opperden we. De stukjes land zijn precies even groot en liggen even ver van het pad en de waterpunten.' Maar daar kon natuurlijk geen sprake van zijn, want anders raakte de hele administratie in de war en onze buren hadden nu eenmaal hun zinnen gezet op perceel nummer 31 en niets anders dan 31.

Okay, we hadden toch niets beters te doen (geen festivals, geen verjaardagen, gelukkig nog wel bewegingsvrijheid door het intelligente bestuur van 'onze Mark'), dus we hebben het weekend maar benut om onze schatten over te poten.


Het voelde als een goede daad en toen onze gieter lek bleek te zijn, mochten we die van de buren lenen. Ze hadden het ons al weer vergeven.

Het is een mooi tijdverdrijf, zo'n volkstuintje.