De mooiste vondsten zijn toch wel de niet-gezochte vondsten. Er zijn wel mensen die beweren dat dat in het internettijdperk misschien wel verleden tijd wordt, maar daar geloof ik niet zo in, eerlijk gezegd.
Een niet-gezochte vondst deed ik gisteren, toen ik iets over mijn oudleraar Nederlands wilde vertellen in verband met literatuurenthousiasmering en daar een linkje bij wilde plaatsen. Ik had al wel in de wind horen fluisteren dat hij geen les meer gaf en ik heb 'm ook wel eens als gastcommentator bij het cricket (een van zijn grootste hobby's) gezien, maar dat hij inmiddels fulltime schrijver is geworden, dat wist ik niet.
Hij heeft intussen meerdere boeken geschreven en vertaald.
Maar ooit was hij dus mijn fantastische leraar Nederlands. Hij heeft zeker bijgedragen aan mijn liefde voor literatuur. Als zijn les uit was, rende iedereen naar de bibliotheek om de boeken te gaan lenen die hij had aangeraden. Want wat hij aanraadde, was GOED. Door hem heb ik veel literatuur leren ontdekken, bijvoorbeeld de dagboeken van Hans Warren. Vol ongeloof luisterden we altijd naar hem als hij vertelde dat hij 2 avonden in de week poëzie las, alleen maar poëzie; hij scheen ook veel dichters persoonelijk te kennen. En voor de rest las hij romans, romans en romans (en keek hij onze proefwerken na, soms ware poëzie).
Zijn broer was ook leraar Nederlands en met hem had hij een weddenschap wie de meeste leerlingen kon aanzetten tot het lezen van Bij Nader Inzien van J.J. Voskuil. Omdat het zo dik was, telde het in eerste instantie voor 2 en later zelfs voor 3 boeken. 'Onze Oltheten' won natuurlijk glansrijk van zijn broer, want bijna iedereen in zijn klassen ging het lezen. Ik weet nog goed dat ik het (of tenminste een gedeelte) op een 2e kerstdag las.
Verder is hij ook de man die mijn 'bibliotheektalent' heeft ontdekt. Samen met mijn beste vriendin mocht ik van hem namelijk de pauzeuitleen van de schoolbibliotheek verzorgen. Dat was een toffe taak; één van de privileges was dat je af en toe een (soms bibliofiel) boekje kreeg toegeschoven en een ander privilege dat je iets te laat in de les mocht komen. Behalve bij Grieks overigens. Onze leraar Grieks stond namelijk altijd met de deurklink in z'n hand te kijken of we er al aankwamen en als de bel ging voordat we binnen waren, moesten we - al waren we nog maar 2 stappen van hem verwijderd - een telaatstickertje halen. Wat een jerk eigenlijk, maar van hem konden we het hebben. Tja, dat waren nog eens tijden.
Een klein smetje trouwens op het blazoen van meneer Oltheten was, maar dat hoorde ik pas later (en ik weet ook niet of ik het geloven moet), dat hij vrouwen maar minderwaardige wezens vond. Als leerling hebben we daar gelukkig weinig van gemerkt: we kregen immers van hem de belangrijkste taak toegewezen: het bewaken van de schoolbibliotheek van het Geert Groote College te Deventer!
Extraatje:
Harry Oltheten op de radio bij de avonden voor wie 'm eens wil horen (minuut 20-46); hij praat daar gepassioneerd over (z'n vertaling van) het laatste dagboek van Barbellion (misschien wel een van de mooiste dagboeken ooit geschreven) en Wim Brands, die hem interviewt, is ook goed op dreef. Voskuil komt daar ook nog even aan de orde, maar dan over zijn natuurdagboek en dat vindt-ie nou net niet goed (in tegenstelling tot de rest van z'n werk dus).