Pas was ik in de bibliotheek in Lent en - ze hebben daar niet veel boeken - mijn oog viel op de roman I.M. van Connie Palmen. Die roman wilde ik eigenlijk 15 jaar geleden lezen, maar toen had ik geen tijd.
Nu wel, maar ik moet bekennen dat ik er niet veel aan vond: te klef, te dweperig en te expliciet, met te veel details die ik eigenlijk niet wil kennen, bijvoorbeeld dat zowel Ischa als Connie in hun broek moesten poepen toen Connie voor het eerst met Ischa mee naar huis ging, of dat de ballen van Ischa na zijn overlijden even koud waren als de rest van zijn lichaam. Maar ik heb toch doorgelezen, omdat er af en toe ook aardige zinnen, gedachten, en woorden in stonden, zoals het verschil tussen literatuur en journalistiek, lezen en beleven, delen is verdubbelen en rouw is rauw (en spruw in Connies geval) en adieuïteit (een door Ischa verzonnen woord).
En het levensverhaal van Ischa boeide me toch ook wel: het begin van zijn leven in een concentratiekamp en later de verstoting door zijn eigen ouders, iets wat al begon met de verstoting door zijn vader van alle boeken van zijn boekenkast behalve de thora, die juist weer extreem goed gekend moest worden.
Eigenlijk had ik überhaupt nog nooit iets van Connie Palmen gelezen, maar heb haar wel vaak op televisie gezien.
Gek toch; eigenlijk hoort dat andersom te zijn. Maar om echt een oordeel te vormen moet ik misschien de wetten of de vriendschap eens lezen. De voorbereidingen voor het boek de vriendschap heb ik door het lezen van dit boek in elk geval wel tot me genomen.
Wie heeft er wel eens iets van Connie Palmen gelezen en: wat vond je ervan?
